Een andere baan, tijdelijk stoppen met werken of vertrekken zonder dat er al een nieuwe werkgever klaarstaat. Vanaf 2027 kan zo’n beslissing bij pensioenfonds ABP grotere gevolgen hebben dan veel werknemers verwachten. Niet alleen het eigen pensioen verdient aandacht. Ook het inkomen dat een partner of kind na een overlijden zou krijgen, kan veranderen. Voor werknemers bij de
overheid en in het
onderwijs is het partnerpensioen vaak iets waar pas naar wordt gekeken als er thuis iets verandert. Bij trouwen, samenwonen, een scheiding of een naderend pensioen komt het onderwerp op tafel. Bij ontslag of een baanwissel gaat de aandacht meestal eerst naar salaris, vakantiedagen en de nieuwe arbeidsovereenkomst.
Juist daar kan vanaf 1 januari 2027 een gat ontstaan.
ABP wil dan overstappen op de vernieuwde pensioenregeling. In die regeling wordt het nieuwe partner- en wezenpensioen anders georganiseerd. De dekking is straks in belangrijke mate verbonden aan het moment waarop iemand via zijn werk pensioen opbouwt.
Wie uit dienst gaat en nog geen nieuwe baan met een pensioenregeling heeft, blijft niet onbeperkt op dezelfde manier verzekerd.
Na drie maanden verandert de dekking
Volgens de
uitleg van ABP over het nabestaandenpensioen blijft de dekking na uitdiensttreding standaard nog drie maanden doorlopen. Overlijdt de voormalige werknemer binnen die periode, dan kunnen partner en kinderen nog aanspraak maken op het nieuwe partner- en wezenpensioen.
Is iemand drie maanden of langer uit dienst wanneer hij overlijdt, dan bestaat die standaarddekking niet meer. Dat kan vooral belangrijk zijn voor werknemers die een langere pauze tussen twee banen nemen, voor zichzelf beginnen of bewust een tijd niet werken.
Het gaat daarbij om het nieuwe, op risobasis verzekerde gedeelte. Het partnerpensioen dat vóór 1 januari 2027 bij ABP is opgebouwd, verdwijnt niet. Dat blijft voor de partner staan. Wie alleen leest dat er na drie maanden “geen partnerpensioen meer” is, kan daardoor een verkeerde conclusie trekken.
De verandering gaat dus niet met terugwerkende kracht alle bestaande pensioenrechten uitwissen. Wel kan een belangrijk aanvullend inkomen dat onder de nieuwe regeling bij het salaris hoort, wegvallen.
Partner kan 41 procent van het salaris ontvangen
Zolang iemand bij ABP pensioen opbouwt, wordt het nieuwe partnerpensioen gebaseerd op het salaris dat voor de pensioenregeling meetelt. Een partner krijgt volgens ABP bij overlijden jaarlijks 41 procent van dat pensioengevende salaris. Voor militairen geldt een percentage van 43 procent.
Kinderen tot 25 jaar krijgen onder de nieuwe regeling een wezenpensioen van 7 procent van het salaris. Wanneer beide ouders zijn overleden, wordt dat percentage verdubbeld.
Dat maakt de verandering bij uitdiensttreding bepaald geen administratief detail. Bij een modaal of hoger inkomen kan het gaan om een aanzienlijk bedrag dat een gezin nodig heeft om de hypotheek, huur en andere vaste lasten te blijven betalen.
Het opgebouwde partner- en wezenpensioen van vóór 2027 komt daar in beginsel nog bij. De persoonlijke uitkomst hangt daarom af van het arbeidsverleden, het salaris en de rechten die iemand al bij ABP heeft opgebouwd.
Nieuwe baan kan het probleem oplossen
Niet iedere werknemer die bij ABP vertrekt, loopt na drie maanden onverzekerd rond. Wie direct bij een nieuwe werkgever begint, kan daar worden opgenomen in de pensioenregeling van een ander fonds of een verzekeraar.
Controleer in dat geval wel wanneer de nieuwe dekking precies ingaat. Alleen de veronderstelling dat “iedere werkgever wel iets met pensioen heeft geregeld” is onvoldoende. Niet iedere nieuwe baan kent dezelfde regeling en de bedragen kunnen verschillen.
Ook bij werkloosheid bestaan uitzonderingen. Wanneer iemand direct na het stoppen met pensioenopbouw een WW- of Ziektewetuitkering ontvangt, kan de dekking gedurende die uitkering blijven doorlopen. Onder voorwaarden kan zij zelfs nog enkele maanden na afloop van de uitkering blijven bestaan.
Voor arbeidsongeschikte deelnemers gelden eveneens afwijkende regels. De drie maanden zijn dus belangrijk, maar vormen niet in iedere situatie een harde eindstreep.
Verlengen kan, maar kost eigen pensioen
ABP biedt de mogelijkheid de dekking voor partner en kinderen vrijwillig te verlengen. De premie daarvoor wordt betaald uit de eigen pensioenpot. Het pensioen dat de deelnemer later zelf ontvangt, wordt daardoor lager.
Dat hoeft geen slechte keuze te zijn. Een gezin met een hoge hypotheek, jonge kinderen en één hoofdinkomen kan veel belang hebben bij een goede dekking. Een alleenstaande zonder kinderen heeft daar mogelijk heel andere gedachten over.
Het punt is vooral dat er daadwerkelijk iets te kiezen valt. Wie na zijn vertrek niets doet en geen uitzondering heeft, kan na drie maanden dekking verliezen zonder dat hij zich bewust is van de financiële gevolgen voor zijn gezin.
ABP zegt deelnemers hierover te informeren wanneer zij na 1 januari 2027 uit dienst gaan. Het blijft verstandig om zelf in MijnABP te controleren wat voor de partner en kinderen is geregeld.
Controleer ook of je partner bekend is
Een pensioenregeling helpt weinig wanneer de juiste partner niet bij het fonds geregistreerd staat. Bij een huwelijk of geregistreerd partnerschap in Nederland ontvangt ABP de gegevens normaal gesproken via de gemeente.
Voor samenwoners ligt dat anders. Zij moeten hun partner in veel gevallen zelf aanmelden. Dat kan nu onder meer met een samenlevingsovereenkomst. Vanaf 2027 wordt het ook mogelijk een samenlevingsverklaring te gebruiken waaruit blijkt dat sprake is van een gezamenlijke huishouding.
Wie een buitenlandse partner heeft, in het buitenland trouwde of zelf buiten Nederland woont, doet er eveneens goed aan de registratie te controleren.
DDS schreef eerder over het
voorlopige pensioenoverzicht dat ABP naar miljoenen deelnemers stuurt. Kijk daarbij niet uitsluitend naar het bedrag dat je zelf later verwacht te ontvangen. Het bedrag voor je partner en kinderen kan minstens zo belangrijk zijn.
Een werknemer die in 2027 vertrekt bij een gemeente, school, ministerie of andere ABP-werkgever, kan daarom het beste drie vragen stellen: wanneer stopt mijn huidige dekking, wanneer begint een eventuele nieuwe regeling en wat blijft er voor mijn gezin over als ik tussentijds overlijd?
Dat gesprek is misschien niet gezellig. Het is wel beter dan er pas achter komen wanneer niemand het antwoord nog kan veranderen.