Voor iemand die een paar dagen per week uit een persoonsgebonden budget wordt betaald, kan ziek worden een forse financiële klap zijn. Juist deze groep had lange tijd minder bescherming dan zorgverleners die meer dagen voor een budgethouder werkten.
De Eerste Kamer stemde op 22 september in met een wetswijziging die dat verschil moet wegnemen. Zorgverleners met een arbeidsovereenkomst voor minder dan vier dagen per week krijgen onder meer toegang tot werknemersverzekeringen en een langere periode van loondoorbetaling bij ziekte. Maar het type overeenkomst maakt veel uit.
Eerst de belangrijkste vraag: ben je werknemer?
De nieuwe wettelijke regeling richt zich op pgb-zorgverleners met een arbeidsovereenkomst. Niet iedereen die vanuit een pgb wordt betaald, heeft zo’n overeenkomst. Een zelfstandige, een zorginstelling of iemand die werkt op basis van een overeenkomst van opdracht valt niet automatisch onder dezelfde werknemersrechten.
Pak daarom je zorgovereenkomst erbij. Staat daarin dat je in dienst bent van de budgethouder? En hoeveel dagen per week werk je volgens de afspraak? Die gegevens zijn belangrijker dan de algemene omschrijving ‘ik doe pgb-zorg’.
De
Rijksoverheid legt de verschillende overeenkomsten en pgb-vormen uit. De pagina bevat nog tekst over het wetsvoorstel van vóór de stemming; voor het parlementaire besluit van 22 september geldt het nieuwere
regeringsbericht.
Wat verandert er bij ziekte?
Voor de betrokken werknemers regelt de wet maximaal 104 weken loondoorbetaling bij ziekte. Dat is een aanzienlijk verschil met de beperkte doorbetaling die onder de oude uitzondering voor dienstverlening aan huis gold.
Dat betekent niet dat iedere zieke zorgverlener zonder voorwaarden twee jaar hetzelfde nettobedrag ontvangt. De gewone regels rond ziekte, loon en re-integratie blijven van belang. Na langdurige ziekte kan onder voorwaarden een WIA-beoordeling volgen.
Ook voor de budgethouder is dit geen kleine administratieve wijziging. Wie
zorg nodig heeft, kan het zich moeilijk veroorloven maanden zonder hulp te zitten wanneer de vaste zorgverlener uitvalt. De Sociale Verzekeringsbank krijgt daarom een rol bij salarisadministratie, werkgeverspremies en ondersteuning. Volgens de regering worden de loonkosten bij ziekte overgenomen zodat vervangende zorg kan worden geregeld.
En als het werk ophoudt?
Een arbeidsovereenkomst van hooguit drie dagen per week sluit de betrokken pgb-zorgverlener niet langer om die reden uit van bijvoorbeeld
WW of WIA. Voor een daadwerkelijke WW-uitkering gelden vervolgens wel de normale voorwaarden van die
uitkering. De wetswijziging is geen automatische maandelijkse betaling zodra een zorgovereenkomst eindigt.
De regeling is ontworpen om voor de meeste betrokken gevallen terug te werken tot 1 januari 2026. De
wettekst bij de Eerste Kamer bepaalt dat de wet, na publicatie in het Staatsblad, voor die gevallen terugwerkt tot die datum.
Er is een wezenlijke uitzondering. Bij een pgb uit de Zorgverzekeringswet waarvoor op de relevante peildatum de salarisadministratie niet via de SVB liep, wordt de wettelijke ingangsdatum afzonderlijk vastgesteld. Neem dus geen beslissing over premie, loon of een eerdere ziekteperiode op basis van alleen het woord ‘pgb’.
Wat doe je als dit jouw werk is?
Controleer je overeenkomst, het aantal werkdagen en de herkomst van het budget: Wlz, Wmo, Jeugdwet of Zvw. Kijk vervolgens of de SVB de salarisadministratie uitvoert. Met die vier gegevens kun je veel gerichter vragen welke rechten in jouw situatie gelden.
Ben je budgethouder, vraag dan hoe de werkgeverslasten zijn verwerkt en of je voor compensatie in aanmerking komt. De overheid beschrijft compensatie voor bepaalde bestaande arbeidsovereenkomsten in 2026 en 2027; dat is geen algemene extra betaling voor iedere pgb-houder.
Voor zorgverleners én mensen die van hun hulp afhankelijk zijn, zit de waarde van dit nieuws in de praktische zekerheid. Een paar dagen per week werken kan nog steeds een serieuze baan zijn. De juiste overeenkomst en administratie bepalen nu welke bescherming daarbij hoort.