Een concurrentiebeding kan je tegenhouden bij een nieuwe baan. Maar een
rechter kan zo'n beding ook opzijzetten. Dat gebeurde in een
kort geding bij de kantonrechter in Arnhem. Een helpdeskmedewerker mocht van zijn werkgever niet naar een concurrent in de buurt. Maar de rechter schorste het beding. Zijn belang woog zwaarder dan dat van zijn werkgever.
Wat was er gebeurd?
De man werkte sinds maart 2012 bij een ICT-bedrijf uit Zaltbommel. Dat bedrijf verzorgt ICT-diensten voor het midden- en kleinbedrijf. Hij werkte op de helpdesk. Begin 2026 ging zijn salaris omhoog naar €3.000 bruto.
In zijn arbeidscontract stond een concurrentiebeding. Na zijn vertrek mocht hij zes maanden niet werken voor een vergelijkbaar bedrijf binnen 30 kilometer. Deed hij dat toch, dan moest hij een boete van €4.500 betalen, naast een eventuele schadevergoeding.
In april 2026 liet de man weten dat hij wilde vertrekken, naar een ICT-bedrijf in Beesd. Hij vroeg zijn werkgever om het beding te laten vallen. Maar de werkgever weigerde. Het nieuwe bedrijf stond op zijn lijst met concurrenten. De werkgever stapte naar de rechter en eiste dat hij daar niet zou gaan werken, op straffe van een dwangsom van €5.000 per dag.
Waarom de rechter de werknemer gelijk gaf
Bij een vast contract kan een rechter een concurrentiebeding schorsen als de werknemer er onbillijk door wordt benadeeld, in vergelijking met het belang van de werkgever. De rechter woog beide kanten.
Aan de kant van de werkgever viel weinig te beschermen:
- de man had een uitvoerende rol en geen kennis van inkoop of prijsafspraken;
- zijn contacten waren met medewerkers van klanten, niet met de mensen die beslissen;
- goede service is een eigenschap van de werknemer zelf, en geen belang van de werkgever.
Volgens de rechter was niet gebleken dat de man bedrijfsgevoelige informatie had die voor een concurrent interessant was.
Aan de kant van de werknemer woog iets zwaars mee. Hij heeft een ernstige en chronische visuele beperking. Reizen valt hem steeds zwaarder. Een baan dichtbij, in Beesd, is voor hem dan ook een groot voordeel.
De rechter schorste het concurrentiebeding. De eisen van de werkgever werden afgewezen. De werkgever moet €1.009 aan proceskosten betalen.
En nu?
De man was nog niet begonnen bij zijn nieuwe werkgever. Door de schorsing kan dat nu wel, totdat een rechter in een uitgebreidere procedure eventueel anders beslist. Werk je al bij een concurrent terwijl er een beding geldt, dan loop je het risico op een boete. Vraag daarom altijd eerst duidelijkheid, voordat je ergens begint.
Wat is een concurrentiebeding?
Volgens de
Rijksoverheid is een concurrentiebeding een afspraak die een werknemer verbiedt om na zijn contract soortgelijk werk te doen bij een concurrent, of voor zichzelf te beginnen. Het doel is te voorkomen dat
werknemers gevoelige informatie, zoals klantgegevens, meenemen.
In een tijdelijk contract mag zo'n beding in principe niet. Alleen als de werkgever zwaarwegende bedrijfsbelangen heeft en dat in het contract uitlegt.
Het kabinet wil de regels strenger maken. Een concurrentiebeding zou dan maximaal een jaar mogen gelden, de werkgever moet het gebied aanwijzen en een vergoeding betalen als hij het beding wil handhaven. Die plannen gelden nog niet.
Wat kun je doen?
- Lees je contract voordat je solliciteert. Staat er een concurrentiebeding of relatiebeding in?
- Vraag je werkgever schriftelijk om het beding te laten vallen voor je nieuwe baan.
- Leg uit waarom je nieuwe baan geen bedreiging is: welke functie, welke klanten, welke kennis.
- Weigert je werkgever? Een rechter kan het beding schorsen of vernietigen. Vraag advies bij je vakbond, rechtsbijstandsverzekeraar of het Juridisch Loket.
- Wees op tijd. Een kort geding kan snel, maar begin er niet pas aan op je laatste werkdag.