Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI

Doorwerken met heel 2026 AOW: je arbeidskorting is maximaal €2.840 in plaats van €5.685, terwijl je AOW en pensioen gelijk blijven

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Wie na het bereiken van de AOW-leeftijd in loondienst blijft werken of opnieuw aan de slag gaat, levert daardoor niets in op zijn AOW-uitkering of aanvullend pensioen. Extra inkomsten uit werk hebben geen invloed op de hoogte van je AOW en gaan ook niet af van het aanvullend pensioen dat je via je werkgever hebt opgebouwd. Toch ziet zowel je loonstrook als je belastingaangifte er na je AOW-leeftijd anders uit dan bij jongere collega's.
Aan de ene kant betaal je vanaf je AOW-leeftijd geen AOW-premie meer, en betaalt je werkgever voor jou geen premies meer voor de Ziektewet (ZW), de Werkloosheidswet (WW), de WAO en de WIA. Wel houdt de werkgever nog loonheffing in, bestaande uit loonbelasting en premie volksverzekeringen samen. Aan de andere kant geldt voor wie in 2026 het hele jaar de AOW-leeftijd heeft een veel lagere maximale arbeidskorting op het loon: volgens de Tabel arbeidskorting 2026 is het maximum €2.840 per jaar, tegenover €5.685 voor wie in 2026 de AOW-leeftijd nog niet bereikt.
Daarnaast veranderen op het werk een aantal vaste spelregels rond ziekte en ontslag. Zo betaalt je werkgever bij ziekte na de AOW-leeftijd je loon maximaal 6 weken door en ben je niet meer verzekerd voor een WW- of WIA-uitkering als je je baan verliest of arbeidsongeschikt raakt.

Hoe de arbeidskorting in 2026 oploopt en afbouwt bij een heel jaar AOW

De arbeidskorting is de heffingskorting die je krijgt als je werkt. Werk je in loondienst, dan houdt je werkgever bij het berekenen van de loonheffing al rekening met deze korting, en bij de aangifte inkomstenbelasting berekent de Belastingdienst de arbeidskorting op basis van je leeftijd en arbeidsinkomen automatisch.
Heb je in 2026 het hele jaar de AOW-leeftijd, dan bedraagt de arbeidskorting tot en met €11.965 aan arbeidsinkomen 4,156 procent van dat arbeidsinkomen. Vanaf €11.966 tot en met €25.845 is de korting €498 plus 15,483 procent over het arbeidsinkomen boven €11.965. Vanaf €25.846 tot en met €45.592 bedraagt de korting €2.647 plus 0,974 procent over het deel boven €25.845, waarmee bij €45.592 het maximum van €2.840 wordt bereikt. Vanaf €45.593 tot en met €132.920 bouwt de korting weer af vanaf €2.840 met 3,250 procent over het arbeidsinkomen boven €45.592, en vanaf €132.921 is de arbeidskorting €0.
Ter vergelijking: voor een werknemer die in 2026 de AOW-leeftijd nog niet bereikt, lopen de percentages per schijf op van 8,324 procent (tot en met €11.965) via €996 plus 31,009 procent (vanaf €11.966 tot en met €25.845) en €5.300 plus 1,950 procent (vanaf €25.846 tot en met €45.592) naar het maximum van €5.685, waarna de korting tot en met €132.920 afbouwt met 6,510 procent. Bereik je pas in de loop van 2026 de AOW-leeftijd, dan heb je in dat jaar te maken met een aangepast belastingtarief dat ook je arbeidskorting in 2026 beïnvloedt; de hoogte daarvan kun je berekenen met het online formulier Verzoek of wijziging voorlopige aanslag 2026 op Mijn Belastingdienst.
Een rekenvoorbeeld met de tabel van 2026 laat zien wat dat bij een deeltijdbaan scheelt. Stel dat je in 2026 naast je AOW en pensioen €15.000 bruto aan arbeidsinkomen verdient. Heb je heel 2026 de AOW-leeftijd, dan komt de berekening in de tabel uit op €498 plus 15,483 procent van €3.035 (€15.000 min €11.965), oftewel €967,91 (afgerond €968). Voor een collega die in 2026 de AOW-leeftijd nog niet bereikt, komt hetzelfde arbeidsinkomen van €15.000 in de tabel uit op €996 plus 31,009 procent van €3.035, oftewel €1.937,12 (afgerond €1.937) — een verschil van €969,21 (afgerond €969). De Belastingdienst vermeldt bij de tabel dat de korting op de definitieve belastingaanslag door afronding een enkele euro kan afwijken; bovendien staan andere heffingskortingen (zoals de algemene heffingskorting en de ouderenkorting) en het schijftarief over je totale inkomen in box 1 los van deze arbeidskortingsberekening.

Waarom de combinatie van AOW, pensioen en loon tot bijbetalen kan leiden

Wie gaat of blijft werken na de AOW-leeftijd, krijgt zijn inkomen van meerdere uitbetalers: de SVB voor de AOW, eventueel een pensioenfonds en de werkgever voor het loon. Je werkgever weet niet wat je totale inkomen is en houdt daardoor alleen belasting in over het salaris dat hij zelf uitbetaalt.
Bij de aangifte inkomstenbelasting telt de Belastingdienst je AOW, je pensioen en je loon bij elkaar op. Daardoor kan een deel van je gezamenlijke inkomen in een hogere belastingschijf terechtkomen dan waar de afzonderlijke uitbetalers mee hebben gerekend. Ook als je de loonheffingskorting bij meerdere inkomens niet op het juiste inkomen laat toepassen, kun je gedurende het jaar te veel korting ontvangen en na de aangifte een aanslag krijgen om bij te betalen.
Om dat te voorkomen kun je het hulpmiddel Loonheffingskorting bij AOW en andere inkomens van de Belastingdienst gebruiken en een voorlopige aanslag aanvragen, zodat je het verschil al in het belastingjaar zelf verrekent. Ontvang je toeslagen, dan kun je met de Proefberekening toeslagen nagaan wat het extra inkomen daarvoor betekent en op Mijn toeslagen controleren of je inkomensgegevens kloppen.

Maximaal 6 weken loon bij ziekte en 1 maand opzegtermijn bij een bestaand contract

Op de werkvloer gelden na de AOW-leeftijd een aantal aparte arbeidsrechtelijke afspraken. Of je bestaande arbeidsovereenkomst bij het bereiken van je AOW-leeftijd automatisch stopt of gewoon doorloopt, staat in je cao; stopt het contract volgens de cao, dan moet je met je werkgever een nieuw contract afspreken als je wilt blijven werken. Loop je huidige contract door of sluit je een nieuw contract af, dan houd je recht op ten minste het minimumloon en op vakantiegeld.
Volgens de regels voor doorwerken na de AOW-leeftijd betaalt je werkgever bij ziekte je loon maximaal 6 weken door, en mag hij je tijdens die eerste 6 ziekteweken niet vanwege je ziekte ontslaan. Heb je minder dan 6 weken of geen recht op loondoorbetaling bij ziekte, dan kun je bij ziekte hooguit 6 weken een Ziektewet-uitkering van UWV krijgen. Daarnaast mag een werkgever je vanaf je AOW-leeftijd maximaal 6 opeenvolgende tijdelijke contracten in 4 jaar geven (of maximaal 4 jaar lang tijdelijke contracten), voordat het tijdelijke contract automatisch een vast contract wordt.
Voor ontslag maakt het uit wanneer je in dienst bent gekomen. Is je arbeidsovereenkomst al ingegaan vóórdat je de AOW-leeftijd bereikte, dan kan je werkgever die overeenkomst op of na je AOW-leeftijd beëindigen zonder tussenkomst van UWV of de rechter, met een opzegtermijn van 1 maand. Ben je pas ná je AOW-leeftijd bij de werkgever in dienst gekomen, dan stopt een tijdelijk contract automatisch na de einddatum en heeft de werkgever voor het opzeggen van een vast contract wél toestemming van UWV of de rechter nodig.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op Facebook.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading