Bereik je pas in oktober, november of december 2026 de AOW-leeftijd? Dan kun je over 2026 toch recht hebben op de volledige ouderenkorting van €2.067. Je hoeft daarvoor niet twaalf maanden AOW te ontvangen. Wel telt je inkomen over het hele jaar mee en moet je voldoende belasting en premies verschuldigd zijn om het voordeel volledig te benutten. Dat onderscheid is belangrijk als je dit najaar stopt met werken en voor het eerst AOW krijgt. Een gedeeltelijke eerste AOW-maand betekent niet dat ook deze jaarlijkse belastingkorting naar het aantal maanden wordt verminderd.
De datum aan het einde van het jaar telt
Volgens de
Belastingdienst geldt de ouderenkorting wanneer je uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar de AOW-leeftijd hebt bereikt. Voor 2026 is de maximale korting €2.067.
De
eerste AOW-betaling in oktober werkt anders: het bedrag over die eerste maand hangt af van de dag waarop je recht begint. Die berekening moet je dus los zien van de ouderenkorting.
Neem twee fictieve mensen die heel 2026 in Nederland wonen en voor de relevante volksverzekeringen verzekerd zijn. Beiden hebben een verzamelinkomen van €40.000. De eerste bereikt in februari de AOW-leeftijd, de tweede in december. Voor beiden komt de berekende ouderenkorting uit op €2.067. De decemberjarige krijgt voor deze korting geen twaalfde deel van dat bedrag.
Hun totale belastingrekening hoeft daarmee niet gelijk te zijn. Onder meer de AOW-premie en andere heffingskortingen kunnen verschillen.
Je loon van vóór je pensioen telt mee
De hoogte van de ouderenkorting hangt af van je verzamelinkomen. Dat is het totaal van je belastbare inkomsten en aftrekposten in de drie belastingboxen, zonder verrekenbare verliezen uit eerdere jaren.
Kijk daarom verder dan het pensioenbedrag dat sinds kort op je rekening binnenkomt. Heb je tot september gewerkt, dan telt het loon uit die maanden eveneens mee. Een lager maandinkomen aan het einde van het jaar betekent niet automatisch dat je jaarinkomen onder de grens ligt.
- Bij een verzamelinkomen tot en met €46.002 bedraagt de ouderenkorting €2.067.
- Daarboven daalt de korting met 15 procent van het inkomen boven €46.002.
- Vanaf een verzamelinkomen van €59.783 is de korting nihil.
Een rekenvoorbeeld: bij €48.002 verzamelinkomen zit je €2.000 boven de afbouwgrens. De korting daalt dan met €300 en komt uit op €1.767. Dat bedrag volgt uit je inkomen, niet uit de maand waarin je AOW begon.
Geen losse storting van €2.067
De ouderenkorting verlaagt de inkomstenbelasting en premies die je verschuldigd bent. Je krijgt dus niet vanzelf een afzonderlijke betaling van €2.067 bovenop je AOW.
Bovendien kan gedurende het jaar al een deel van het voordeel zijn verwerkt in de loonheffing. Bij de definitieve belastingberekening wordt gekeken naar het totale recht en naar wat al is ingehouden. Een korting die je al hebt benut, krijg je niet nog eens.
De
uitleg over loonheffingskorting bij meerdere inkomens maakt duidelijk waarom de aangifte belangrijk blijft. De SVB, werkgever en pensioenuitvoerder kennen ieder hun eigen betaling. De Belastingdienst beoordeelt achteraf het geheel. Daardoor kan een teruggaaf volgen, maar ook een bijbetaling.
Andere kortingen kunnen juist lager worden
Rond de AOW-leeftijd veranderen verschillende onderdelen tegelijk. Je betaalt vanaf de maand waarin je die leeftijd bereikt geen AOW-premie meer. De algemene heffingskorting verandert eveneens. Wie blijft werken, kan nog arbeidskorting krijgen, maar daarvoor gelden aangepaste bedragen.
Daarom kun je uit de ouderenkorting alleen niet afleiden hoeveel je netto overhoudt. De Belastingdienst zet de
belastingveranderingen in je eerste AOW-jaar bij elkaar.
Ook de
voorgestelde lagere ouderenkorting voor 2027 verandert niets aan de berekening over 2026. Houd bij het vergelijken de belastingjaren uit elkaar.
Bewaar deze gegevens voor je aangifte
Verzamel de jaaropgaven van je werkgever, de SVB en je pensioenuitvoerder. Controleer daarnaast waar je loonheffingskorting laat toepassen: dat mag op maximaal één inkomen tegelijk.
Bekijk bij je aangifte over 2026 vervolgens het overzicht van de berekende heffingskortingen. Vergelijk de ouderenkorting met je volledige verzamelinkomen. Trek er niet zelf maanden vanaf omdat je pas laat in het jaar AOW kreeg. Woonde of werkte je een deel van het jaar in het buitenland, controleer dan ook de
afwijkende internationale voorwaarden.