Bewoners van een appartementencomplex kunnen bij het opladen van hun elektrische auto ongemerkt twee keer btw over dezelfde stroom betalen. Dat gebeurt wanneer de Vereniging van Eigenaars elektriciteit inkoopt en een externe laadpaalbeheerder de afzonderlijke laadsessies bij bewoners in rekening brengt. Bij een verbruik van 2.500 kilowattuur per jaar kan de extra rekening volgens Vereniging Eigen Huis oplopen tot ongeveer 190 euro per elektrische rijder. Hoeveel iemand werkelijk te veel betaalt, hangt af van de gekozen constructie, het stroomtarief en de laadpaalbeheerder.
Niet iedere VvE met laadpalen heeft automatisch met dubbele btw te maken. Bewoners doen er daarom goed aan eerst de facturen en afspraken te controleren.
Zo ontstaat de dubbele belasting
Een VvE heeft vaak één gemeenschappelijke elektriciteitsaansluiting. Via die aansluiting worden bijvoorbeeld de lift, verlichting in het trappenhuis en laadpunten in de parkeergarage van stroom voorzien.
De energieleverancier brengt over de geleverde elektriciteit 21 procent btw in rekening. De VvE betaalt die belasting als onderdeel van de
energierekening.
Een externe Charge Point Operator, meestal afgekort tot CPO, registreert vervolgens hoeveel iedere
auto heeft geladen. Deze dienstverlener stuurt de gebruiker een rekening voor zijn persoonlijke laadsessies. Wanneer over het volledige doorberekende stroomtarief opnieuw 21 procent btw wordt geheven, wordt dezelfde elektriciteit feitelijk tweemaal belast.
Vereniging Eigen Huis geeft op haar
informatiepagina over dubbele btw bij VvE-laadpalen een rekenvoorbeeld. Bij een kale stroomprijs van 30 cent per kilowattuur betaalt de VvE na btw 36,3 cent. Wordt over dat bedrag bij de gebruiker opnieuw btw berekend, dan stijgt de prijs naar ongeveer 43,9 cent.
Het verschil bedraagt ruim 7,6 cent per kilowattuur. Bij 2.500 kilowattuur aan jaarlijks laadverbruik komt dat neer op circa 190 euro.
Steeds meer appartementencomplexen krijgen laadpunten
Het probleem wordt groter doordat steeds meer bewoners hun elektrische auto via een gemeenschappelijke aansluiting opladen. In 2024 gebruikte volgens Vereniging Eigen Huis ongeveer 1 procent van de elektrische rijders in een VvE zo’n constructie. In 2025 was dat al 12 procent.
Nederland telt naar schatting 1,4 miljoen huishoudens die met een VvE te maken hebben. Zes op de tien appartementseigenaren verwachten binnen vijf jaar elektrisch te rijden. Daardoor zullen veel verenigingen de komende tijd moeten besluiten hoe zij laadpunten technisch én fiscaal organiseren.
De dubbele btw blijft gemakkelijk onopgemerkt. Een gebruiker ziet op zijn rekening immers gewoon één bedrag per kilowattuur. Zonder inzicht in de rekening van de VvE is niet direct zichtbaar dat in dat bedrag mogelijk al eerder btw was verwerkt.
Registratie als btw-ondernemer kan helpen
Een mogelijke oplossing is dat de VvE zich voor het leveren van laadstroom registreert als btw-ondernemer. De vereniging kan de btw die zij aan de energieleverancier betaalt dan onder voorwaarden als voorbelasting aftrekken.
De VvE berekent vervolgens btw over de stroom die aan de individuele gebruikers wordt geleverd. De belasting wordt dan niet meer op elkaar gestapeld.
Aan die oplossing zit administratief werk vast. De vereniging moet een btw-boekhouding bijhouden en doorgaans ieder kwartaal aangifte doen. Afhankelijk van de omstandigheden kan ook btw op investeringen in de laadinfrastructuur worden teruggevraagd. Soms zijn zelfs uitgaven uit eerdere jaren relevant, maar daarvoor gelden fiscale voorwaarden en termijnen.
Een VvE moet dit dus niet op basis van één voorbeeld zelf gaan improviseren. Laat de gekozen constructie controleren door de administrateur, belastingadviseur of een deskundige die ervaring heeft met laadvoorzieningen bij appartementencomplexen.
Kleineondernemersregeling is niet altijd voordelig
VvE’s met een beperkte omzet kunnen mogelijk gebruikmaken van de kleineondernemersregeling. Die regeling kan de btw-administratie eenvoudiger maken wanneer de omzet onder de geldende grens blijft.
Dat klinkt aantrekkelijk, maar er zit een belangrijk nadeel aan. Wie onder de kleineondernemersregeling valt, kan normaal gesproken geen btw op zakelijke uitgaven aftrekken. Bij een kostbare investering in laadpalen, bekabeling en aanpassingen aan de meterkast kan dat financieel ongunstig zijn.
De beste keuze verschilt daardoor per complex. Het aantal laadpunten, het verwachte stroomverbruik, de investeringskosten en de manier waarop de CPO factureert spelen allemaal mee.
Dit kunnen bewoners zelf controleren
Vraag het VvE-bestuur of de beheerder welk bedrag de vereniging voor elektriciteit betaalt en hoe dat tarief bij de gebruikers terechtkomt. Bekijk daarnaast de factuur van de laadpaalbeheerder. Staat daar btw over het volledige tarief, terwijl in de ingekochte stroomprijs al btw zit, dan is nader onderzoek nodig.
Zet de kwestie eventueel op de agenda van de eerstvolgende ledenvergadering. Besluiten over de fiscale registratie en administratie van de VvE kunnen bewoners meestal niet individueel nemen.
Vereniging Eigen Huis heeft de staatssecretaris gevraagd om een uitzondering, een teruggaafregeling of een andere praktische oplossing. Totdat de overheid de regels aanpast, moeten VvE’s de belastingconstructie zelf goed regelen.
Wie via een gemeenschappelijke laadpaal tankt, kan dus niet automatisch 190 euro terugvragen. Dat bedrag is een rekenvoorbeeld. Het laat vooral zien dat een verkeerd ingerichte constructie jaarlijks een serieus bedrag kan kosten.