De pensioensector staat te juichen, en terecht. Dinsdag kwamen de eerste resultaten binnen, en die liegen er niet om. Zo’n 200.000 mensen, waaronder 65.000
gepensioneerden, zijn in januari overgestapt naar het nieuwe systeem. En wat blijkt? Het werkt!
In het nieuwe stelsel krijgt iedereen zijn eigen pensioenpotje, waarbij de hoogte van je uitkering afhangt van hoe goed de beleggingen het doen. Meer rendement? Meer poen! En dat merken ze nu al. Annette Mosman, baas van pensioenuitvoerder APG, straalde van trots in
het AD: “De 65.000
gepensioneerden hebben allemaal op tijd het juiste bedrag gekregen.” Geen gedoe, geen gemor, gewoon keiharde resultaten. En dat met een lekkere plus van 4 tot 8 procent erbovenop. In het oude stelsel was dat ondenkbaar, legt Ger Jaarsma van de Pensioenfederatie uit. “Vroeger moesten fondsen enorme buffers aanhouden, nu kan het geld sneller naar de mensen die er recht op hebben.”
Even wat perspectief: we hebben het hier over een megaklus. Maar liefst 1500 miljard euro aan pensioenvermogen moet netjes verdeeld worden over miljoenen potjes. Werkenden, slapers én
gepensioneerden moeten allemaal hun eerlijke deel krijgen. En toch lijkt het nieuwe stelsel nu al een schot in de roos. Geen wonder dat de sector tevreden is – dit is een dikke middelvinger naar de doemdenkers die alleen maar beren op de weg zagen. Eindelijk een systeem dat werkt voor de gewone man en vrouw, in plaats van eindeloos geld vasthouden voor ‘wat als’-scenario’s. Kortom: de pensioentijd breekt aan, en dat werd verdorie tijd!