Wie een koopwoning of Nederlands vakantiehuis tegen een vriendenprijs verkoopt aan een kind of ander familielid, denkt al snel dat het verschil met de taxatiewaarde of marktwaarde als schenking wordt belast. Voor een woning kijkt de Belastingdienst naar de WOZ-waarde in plaats van de marktwaarde: in de rekenvoorbeelden pakken €10.000 en €100.000 korting daardoor totaal anders uit. Wanneer je bezittingen schenkt of goedkoper overdraagt, geldt volgens
artikel 21 lid 1 van de Successiewet 1956 als hoofdregel de waarde in het economische verkeer (de marktwaarde) op het moment van de verkrijging. Voor een onroerende zaak die in gebruik is als woning maakt artikel 21 lid 5 een wettelijke uitzondering: niet de marktwaarde is bepalend, maar de vastgestelde WOZ-waarde.
Door die koppeling aan de WOZ-waarde levert een verkoopprijs onder de marktwaarde niet altijd schenkbelasting op — en valt een schenking soms hoger uit dan de prijskorting. Op de voorlichtingspagina over
het bepalen van de waarde van een schenking (onder het uitklapblok
U krijgt een woning of een vakantiewoning, dat ook geldt voor een Nederlandse vakantiewoning; voor een garagebox of parkeerplaats die bij de woning hoort, geldt volgens een apart uitklapblok dezelfde WOZ-regel) laat de Belastingdienst dat met twee rekenvoorbeelden zien.
In Voorbeeld 1 verkoopt Eduard zijn woning aan zijn zoon voor een koopsom van €400.000. De marktwaarde van die woning is €500.000, maar de WOZ-waarde bedraagt €510.000. Hoewel Eduard €100.000 onder de marktwaarde blijft, rekent de Belastingdienst vanaf de WOZ-waarde: in dit voorbeeld bedraagt de schenking daardoor €110.000 (€510.000 min €400.000).
In Voorbeeld 2 verkoopt Petra haar woning aan haar nichtje voor een koopsom van €290.000, terwijl de marktwaarde €300.000 is. De WOZ-waarde van de woning is €280.000. Omdat de WOZ-waarde (€280.000) lager is dan de betaalde koopsom (€290.000), is de waarde van de schenking in dit voorbeeld nihil en hoeft Petra volgens de Belastingdienst geen aangifte schenkbelasting te doen.
Keuze tussen de WOZ-waarde van 2026 en 2027 als je in 2026 een woning schenkt of goedkoper verkoopt
Verkoop je in 2026 een woning onder de marktwaarde of schenk je het huis volledig, dan mag de verkrijger op grond van artikel 21 lid 5 Successiewet 1956 in de aangifte schenkbelasting zelf kiezen tussen twee WOZ-waarden: de WOZ-waarde van het jaar van de schenking (2026, met waardepeildatum 1 januari 2025) óf de WOZ-waarde van het kalenderjaar na de schenking (2027, met waardepeildatum 1 januari 2026).
Is de WOZ-waarde van 2027 op het moment van de aangifte nog niet bekend, dan vul je volgens de instructie van de Belastingdienst eerst de WOZ-waarde van 2026 in. Blijkt bij ontvangst van de nieuwe gemeentelijke beschikking dat de WOZ-waarde van 2027 lager is, dan stuur je een brief naar Belastingdienst/Schenkbelasting (Postbus 4670, 5601 ER Eindhoven) om de waarde in de aanslag te laten aanpassen.
Wanneer niet 100% van de WOZ-waarde geldt, maar de leegwaarderatio of de marktwaarde op de dag van schenking
Voor een verhuurde of verpachte woning geldt op grond van artikel 21 lid 8 Successiewet 1956 een percentage van de WOZ-waarde: de leegwaarderatio (tenzij de verkrijger of diens partner zelf de huurder of pachter is, of er sprake is van een tijdelijk huurcontract of een onzakelijke huurprijs tussen gelieerde partijen volgens lid 16; de leden 7, 9 en 10 bevatten daarnaast afwijkende regels voor een woning in verbouwing, erfpacht en serviceflats).
Voor een vakantiewoning in het buitenland, een losse garagebox of parkeerplaats die niet bij een woning hoort en een stuk grond geldt voor de schenkbelasting niet de WOZ-waarde, maar de marktwaarde op de dag van de schenking (het hoogste bedrag dat je zou krijgen als je het op dat moment zou verkopen). Ook voor een auto, schilderij, antiek, sieraden of een dier van waarde zoals een paard geldt de marktwaarde op het moment van de schenking, en voor beursgenoteerde effecten (op Euronext in Amsterdam) de slotkoers op de laatste beursdag vóór de dag van de schenking (artikel 21 lid 3).
Wat de voorbeelden van Eduard en Petra weglaten: vrijstellingen van €6.908 tot €33.129 en verrekening van overdrachtsbelasting
De twee voorbeelden van de Belastingdienst laten alleen de omvang van de schenking zien (€110.000 bij de zoon van Eduard en €0 bij het nichtje van Petra) en laten de vrijstellingen, de schijftarieven en de verrekening van overdrachtsbelasting nog buiten beschouwing. Volgens het overzicht
belastingvrij schenken aan een kind in 2026 en artikel 28 en 33 onder 5° en 7° Successiewet 1956 mag je als ouders (ook na scheiding samen geteld als één schenker) een kind in 2026 belastingvrij schenken tot en met €6.908 per kalenderjaar, of in plaats daarvan eenmalig tot en met €33.129 vrij te besteden als het kind of diens partner tussen de 18 en 40 jaar oud is (inclusief de dag van de 40e verjaardag, mits niet eerder een verhoogde vrijstelling is gebruikt en hierop in de aangifte een beroep wordt gedaan; de verhoogde eigenwoningvrijstelling is per 1 januari 2024 vervallen).
Boven de vrijstelling hanteert artikel 24 lid 1 Successiewet 1956 voor de schenkbelasting dezelfde
schijftarieven in 2026 als voor de erfbelasting: een kind betaalt 10% tot €158.669 en 20% vanaf €158.669. Bij de zoon van Eduard (€110.000 schenking) is na de jaarlijkse vrijstelling van €6.908 dus €103.092 belast tegen 10% (€10.309,20, afgerond €10.309 vóór verrekening van overdrachtsbelasting), of na de eenmalige vrijstelling van €33.129 €76.871 tegen 10% (€7.687,10, afgerond €7.687 vóór verrekening). De koper betaalt bij de levering overdrachtsbelasting over de waarde van de woning, minimaal over de koopsom (artikel 9 lid 1 Wet op belastingen van rechtsverkeer). Het deel daarvan dat is betaald over het bedrag waarover schenkbelasting verschuldigd is, strekt volgens artikel 24 lid 2 Successiewet 1956 in mindering op de schenkbelasting. Voor een nichtje (
overige verkrijgers) bedraagt de vrijstelling in 2026 €2.769 en het tarief 30% tot €158.669 en 40% daarboven; de aangiftetermijn voor de schenkbelasting verstrijkt volgens artikel 46 niet eerder dan twee maanden na het einde van het kalenderjaar waarin de schenking heeft plaatsgevonden (bij een schenking in 2026 dus niet vóór 1 maart 2027).
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op
Facebook.