De woningmarkt is zo duur geworden dat steeds meer ouders en grootouders financieel moeten bijspringen. Niet alleen met een schenking, maar ook met een lening: de familiehypotheek. Voor starters kan dat net het verschil maken tussen blijven huren en eindelijk kopen. Maar het is geen simpele familiegunst. Het is een financiële constructie die goed moet worden vastgelegd. DNB
stelde eerder dat één op de zes huishoudens met een
hypotheek gebruikmaakt van een familiehypotheek. Vaak gebeurt dat naast een hypotheek bij de bank, en regelmatig om meer te kunnen lenen dan via een bank of verzekeraar mogelijk is. DNB waarschuwde daarbij dat extra leenruimte de huizenprijzen kan opdrijven en schuldrisico’s kan vergroten.
Ouders worden de nieuwe bank
De familiehypotheek is een symptoom van een ontspoorde woningmarkt. Jongeren kunnen moeilijk sparen, huren zijn hoog en koopprijzen liggen voor veel starters buiten bereik. Ouders met spaargeld of overwaarde springen daarom in.
MAX Vandaag
beschrijft de familiehypotheek als alternatief nu de jubelton is verdwenen. Ouders of grootouders kunnen geld lenen aan een kind of kleinkind voor aankoop, verbouwing of verduurzaming van een
woning. Daarbij betaalt het kind rente en aflossing aan de
familie, net zoals bij een bank.
Zakelijk vastleggen is verplicht verstandig
Het grootste risico is dat familieleden denken: we regelen het onderling wel. Dat is vragen om problemen. De rente moet zakelijk zijn, afspraken over aflossing en looptijd moeten helder zijn en alles moet schriftelijk worden vastgelegd. Anders kan de Belastingdienst de constructie anders beoordelen of kan er binnen de familie ruzie ontstaan.
Een familiehypotheek is dus geen losse afspraak aan de keukentafel. Het is een serieuze lening.
Voordeel voor kind én ouder
Voor het kind kan de familiehypotheek betekenen dat de aankoop wél lukt. Voor ouders kan het aantrekkelijk zijn omdat zij rente ontvangen die mogelijk hoger ligt dan spaarrente. Tegelijk blijft het geld binnen de familie.
Maar dat voordeel bestaat alleen als de lener de maandlasten echt kan dragen. Ouders moeten zichzelf niet rijk rekenen en kinderen moeten niet te zwaar worden belast.
De kloof tussen starters wordt groter
Er zit ook een maatschappelijke schaduwkant aan. Starters met ouders die kunnen helpen, krijgen meer mogelijkheden. Starters zonder vermogende familie blijven achter. De familiehypotheek kan dus individuele gezinnen helpen, maar de ongelijkheid op de woningmarkt vergroten.
DNB waarschuwde niet voor niets dat extra financiering via familie de huizenprijzen verder kan opstuwen. Als sommige kopers meer kunnen bieden door familiegeld, worden huizen voor anderen nog moeilijker bereikbaar.
Let op familieverhoudingen
Geld lenen aan familie kan relaties belasten. Wat als het kind werkloos wordt? Wat als aflossing niet lukt? Wat als broers of zussen zich benadeeld voelen? Wat als ouders later zelf geld nodig hebben voor zorg?
Dit moet vóór het tekenen worden besproken. Niet pas als er problemen zijn.
Nuttig hulpmiddel, geen speelgoed
Een familiehypotheek kan een slimme manier zijn om een kind of kleinkind aan een huis te helpen. Maar het is geen vrijblijvende gunst en geen fiscale truc die je even snel regelt.
Wie dit doet, moet het zakelijk, eerlijk en schriftelijk regelen. Anders verandert hulp aan je kind straks in ruzie aan de keukentafel.
De harde werkelijkheid blijft: ouders en grootouders worden steeds vaker bankier omdat de woningmarkt voor gewone starters onbetaalbaar is geworden.