Het kabinet probeert de pijn van hoge energie- en brandstofprijzen te verzachten. Er komt steun. Er komen regelingen. Er is een tijdelijk goedkoop treinabonnement. De onbelaste reiskostenvergoeding gaat omhoog. Maar wie hoopte op een directe verlaging van de prijs aan de pomp, komt bedrogen uit.
Want lagere brandstofaccijns? Die zit niet in het pakket.
Dat maakt dit onderwerp politiek explosief. Voor veel Nederlanders is de auto namelijk geen speeltje, geen hobby en geen luxeproduct. Het is gewoon nodig. Voor werk. Voor mantelzorg. Voor school. Voor boodschappen. Voor familie. Voor het leven buiten de Randstad.
Wat zit er wél in het pakket?
De Rijksoverheid schrijft dat het kabinet gerichte maatregelen wil nemen om mensen en bedrijven te helpen met de gevolgen van stijgende prijzen van gas en olie. Voor huishoudens gaat het onder meer om een hogere maximale onbelaste reiskostenvergoeding, hulp bij energierekeningen voor mensen met een laag inkomen, extra inzet op energiebesparing en een tijdelijk treinabonnement van €49
per maand in de daluren.
Voor bedrijven en ondernemers staan er ook maatregelen in, zoals tijdelijke verlagingen rond motorrijtuigenbelasting voor bestelauto’s en vrachtwagens en een tijdelijke korting op de vrachtwagenheffing.
Op papier is dat een breed pakket. Maar voor de gewone automobilist blijft de belangrijkste vraag simpel: ga ik minder betalen aan de pomp? Het antwoord is nee.
Geen accijnsverlaging op brandstof
De Tweede Kamer schrijft in haar verslag van het debat over de hoge energie- en brandstofprijzen dat lagere prijzen aan de pomp er niet in zitten. In het pakket zit geen accijnsverlaging op brandstof. Premier Jetten en minister Heinen verdedigden die keuze door erop te wijzen dat maatregelen geld kosten en dat een accijnsverlaging duur is, moeilijk lang vol te houden en ook terechtkomt bij mensen die steun
niet dringend nodig hebben.
Dat is de Haagse redenering. Maar de burger ervaart geen begrotingsmodel. Die ziet alleen de prijs op het bord bij het tankstation.
En die prijs blijft fors. Op 26 juni noteert UnitedConsumers een
gemiddelde landelijke adviesprijs van €2,445 voor Euro95 en €2,245 voor diesel.
Het €49-treinabonnement: nuttig, maar niet voor iedereen
Een van de meest zichtbare maatregelen is Nederland Dal Vrij Trein. Daarmee kunnen reizigers van 15 juni tot en met uiterlijk 31 augustus voor €49 per maand onbeperkt tweedeklas reizen in de daluren en weekenden in binnenlandse treinen. Het normale NS Flex Dal Vrij-abonnement kost €127,95 per maand. Het tijdelijke abonnement kan tot en met 31 juli worden afgesloten en is maandelijks opzegbaar. Het kabinet stelt hiervoor €118 miljoen beschikbaar.
Voor sommige mensen is dat een prima deal. Wie regelmatig buiten de spits reist, familie bezoekt, dagjes weggaat of flexibel werkt, kan flink besparen.
Maar dit is geen oplossing voor iedereen. Wie in ploegendienst werkt, wie vroeg moet beginnen, wie gereedschap meeneemt, wie in een dorp woont zonder goede aansluiting of wie kinderen moet vervoeren, heeft weinig aan een dalurenabonnement.
Voor die mensen blijft de auto noodzakelijk. En dus blijft de pompprijs het echte probleem.
Hogere reiskostenvergoeding helpt, maar niet automatisch
Dan is er de hogere onbelaste kilometervergoeding. Die gaat van €0,23 naar €0,25 per kilometer, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. De Belastingdienst meldde op 25 juni dat werkgevers de extra €0,02 per kilometer
alsnog onbelast kunnen vergoeden.
Dat kan werknemers honderden euro’s per jaar schelen. Iemand die 30 kilometer enkele reis rijdt en 214 werkdagen maakt, komt uit op 12.840 kilometer per jaar. De extra twee cent is dan €256,80.
Maar ook hier zit een belangrijke beperking. De werkgever moet de hogere vergoeding wel betalen. De fiscale ruimte is verhoogd, maar dat betekent niet dat iedere werknemer automatisch meer geld krijgt. Het hangt af van contract, cao en bedrijfsregeling.
Wie valt tussen wal en schip?
Het steunpakket is gericht. Dat klinkt verstandig, maar het betekent ook dat sommige mensen net buiten de boot vallen.
Denk aan de middeninkomens die te veel verdienen voor steun, maar te weinig om zorgeloos dure brandstof, hoge huur en stijgende boodschappen te betalen. Denk aan gezinnen met twee auto’s omdat beide ouders op verschillende tijden werken. Denk aan zelfstandigen die klanten moeten bezoeken. Denk aan grensregio’s waar openbaar vervoer beperkt is en tanken in buurlanden soms aantrekkelijker lijkt.
Voor die groepen voelt het pakket al snel als een stapel regelingen, terwijl de directe rekening gewoon blijft liggen.
De portemonneeconclusie
Het kabinet kiest voor gerichte compensatie, niet voor algemene lastenverlichting aan de pomp. Dat kan je begrotingstechnisch verdedigen. Maar politiek blijft het riskant, omdat de burger vooral ziet dat tanken duur blijft.
Daarom is de praktische les voor lezers duidelijk. Reis je vaak buiten de spits? Check het €49-treinabonnement. Rij je veel voor werk? Vraag je werkgever of de kilometervergoeding met terugwerkende kracht naar €0,25 gaat. Heb je een laag inkomen en hoge energiekosten? Houd het noodfonds en gemeentelijke regelingen in de gaten.
Maar verwacht geen wonder aan de pomp. De automobilist blijft betalen. En precies daarom zal dit onderwerp voorlopig niet verdwijnen uit de Nederlandse politiek — of uit de portemonnee van de gewone Nederlander.