Een kleinzoon die ruim tien jaar, met een onderbreking, bij zijn grootmoeder woonde, mag haar huurcontract na haar overlijden niet voortzetten. Het gerechtshof Den Haag vindt dat hij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een duurzame gemeenschappelijke huishouding voerden. De zaak maakt duidelijk waarom samen op één adres
wonen en zelf huurder zijn verschillende dingen zijn. De duur van het verblijf telde mee, maar gaf in deze zaak niet de doorslag.
Ingetrokken als student, later opnieuw teruggekeerd
De man ging in 2013 op negentienjarige leeftijd bij zijn grootouders wonen. Hij volgde toen een mbo-opleiding. In 2018 woonde hij ongeveer een halfjaar elders, waarna hij terugkeerde.
Verzoeken om medehuurder te worden werden in 2022 en 2023 afgewezen. Na het overlijden van zijn grootmoeder op 28 juni 2023 wilde hij de huur voortzetten. De verhuurder, Haag Wonen, stemde daar niet mee in.
In het
arrest van 8 september, gepubliceerd op 15 september 2026, bevestigt het hof de eerdere afwijzing door de kantonrechter. Daarmee bleef ook diens ontruimingsbeslissing in stand.
Het hof miste concrete informatie over het huishouden
De kleinzoon stelde dat hij en zijn oma samen kookten, schoonmaakten en boodschappen deden. Ook zouden zij de kosten van huur en levensonderhoud delen.
Volgens het hof waren die verklaringen onvoldoende uitgewerkt en onderbouwd. Uit geldopnames bleek bijvoorbeeld niet waaraan het contante geld was besteed. De bedragen en frequentie lieten ook geen duidelijk patroon van bijdragen zien.
De overgelegde getuigenverklaringen hielpen onvoldoende. Ze bevatten te weinig concrete waarnemingen over hoe het gezamenlijke huishouden functioneerde.
Dat betekent niet dat contant betalen verboden is of dat een gezamenlijke bankrekening verplicht is. Het hof benadrukt juist dat samen kosten dragen geen afzonderlijke noodzakelijke voorwaarde is. Alle omstandigheden moeten in samenhang worden beoordeeld.
Tien jaar samenwonen zegt niet alles over de bedoeling
De lange duur was volgens het hof een aanwijzing vóór duurzaamheid. Daarnaast keek het naar de bedoeling van de betrokkenen.
De man had onvoldoende uitgelegd waarom hij in 2018 vertrok en vervolgens terugkwam. Zijn oorspronkelijke situatie leek bovendien op die van een thuiswonend kind dat later een zelfstandig bestaan zou beginnen.
Daarmee was volgens het hof onvoldoende aangetoond dat zij voor een blijvende gezamenlijke huishouding hadden gekozen. Het oordeel luidt dus niet dat samenwonen met een grootouder nooit duurzaam kan zijn.
Ook ouderdom of ziekte maakt een huishouding niet vanzelf tijdelijk. Het hof noemt uitdrukkelijk dat een mogelijk beperkte resterende levensduur op zichzelf geen beletsel is voor duurzaamheid.
Na een overlijden kan een termijn lopen
Voor iemand die geen medehuurder is, maar wel zijn hoofdverblijf in de woning had en met de overleden huurder een duurzame gemeenschappelijke huishouding voerde, bevat
artikel 7:268 van het Burgerlijk Wetboek een mogelijkheid tot voortzetting.
Bij een geschil over voortzetting na de eerste zes maanden moet binnen die termijn een vordering bij de rechter worden ingesteld. Alleen blijven overleggen met de verhuurder is niet hetzelfde als tijdig zo’n procedure beginnen.
Er gelden daarnaast andere eisen, waaronder voldoende financiële waarborg voor betaling van de huur en, waar vereist, een huisvestingsvergunning. Laat daarom vroeg beoordelen welke regels op jouw situatie van toepassing zijn.
Regel duidelijkheid tijdens het samenwonen
Woon je langdurig bij familie en wil je daar blijven, bespreek dan al tijdens het samenwonen je positie met de verhuurder. Vraag schriftelijk of je huurder, medehuurder of alleen medebewoner bent.
Bewaar bestaande afspraken over het huishouden en kosten. Bij een geschil zijn concrete, controleerbare feiten bruikbaarder dan alleen de mededeling dat jullie alles samen deden.
Let ook op de verschillen tussen regelingen. De
gevolgen voor de AOW wanneer een volwassen kind thuis woont geven geen antwoord op de vraag wie huurrecht heeft. Een beoordeling voor een uitkering vervangt geen beoordeling van het huurcontract.
Voor jongeren die na het overlijden van hun ouder of ouders achterblijven, bestaan bovendien
bijzondere regels voor huurbescherming van wezen. Die regeling heeft eigen voorwaarden en mag niet zonder meer op een inwonend kleinkind worden toegepast. Vermeld bij een hulpvraag daarom je leeftijd, familieband, contractpositie en de overlijdensdatum.