Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI

Koopkracht daalt in 2027: werkenden en uitkeringsontvangers verliezen 0,4 procent

Economie15 aug , 9:30

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Nederlandse huishoudens krijgen volgend jaar gemiddeld minder te besteden. Het Centraal Planbureau verwacht voor 2027 een koopkrachtdaling van 0,3 procent. Voor werkenden en mensen met een uitkering valt de achteruitgang met 0,4 procent nog iets groter uit.
Alleen gepensioneerden houden naar verwachting een kleine koopkrachtstijging over. Zij profiteren van verhogingen van aanvullende pensioenen en van de overgang van verschillende pensioenfondsen naar het nieuwe stelsel.
Voor 2026 staat nog een bescheiden plus van 0,6 procent in de boeken. Dat cijfer verhult echter dat de vooruitgang veel kleiner is dan eerder werd verwacht. Voor de sterke stijging van de energie- en brandstofprijzen rekende het CPB nog op een koopkrachtverbetering van ongeveer 1,4 procent.
De nieuwe cijfers staan in de concept-Macro Economische Verkenning voor 2027, die vrijdag werd gepubliceerd.

Werkenden leveren volgend jaar 0,4 procent in

De gemiddelde koopkrachtcijfers verschillen behoorlijk per groep. Werkenden gaan er dit jaar naar verwachting 0,4 procent op vooruit. Uitkeringsgerechtigden komen uit op een stijging van 0,6 procent.
In 2027 slaan beide cijfers om naar een min van 0,4 procent. Vooral huishoudens zonder kinderen worden volgens de ramingen geraakt. De laagste inkomens houden zich relatief beter staande.
Mensen die rond het minimumloon verdienen, boeken dit jaar naar verwachting een koopkrachtverbetering van 0,8 procent. Volgend jaar blijft hun koopkracht ongeveer gelijk. Dat komt doordat verschillende belastingmaatregelen voor deze groep per saldo grotendeels tegen elkaar wegvallen.
De cijfers zijn medianen. Een koopkrachtdaling van 0,3 procent betekent niet dat ieder huishouden exact dat percentage verliest. De ene helft van de huishoudens ontwikkelt zich gunstiger dan het genoemde cijfer, de andere helft ongunstiger.
Een loonsverhoging, veranderde gezinssamenstelling, andere woonlasten of een nieuwe baan kan het persoonlijke resultaat sterk beïnvloeden. Ook energieverbruik en autokilometers maken een groot verschil, omdat juist energie en brandstof de afgelopen tijd fors duurder zijn geworden.

Gepensioneerden vormen uitzondering

Gepensioneerden staan er ditmaal beter voor dan werkenden. Dat is opvallend, omdat ouderen in eerdere jaren vaak juist achterbleven wanneer pensioenen niet volledig werden aangepast aan de inflatie.
De overgang naar het nieuwe pensioenstelsel verandert dat beeld. Verschillende pensioenfondsen hebben hun reserves opnieuw verdeeld en pensioenuitkeringen verhoogd. Daarnaast zijn fondsen door hun verbeterde financiële positie beter in staat geweest om de pensioenen te indexeren.
Dat betekent niet dat iedere gepensioneerde dezelfde verhoging ontvangt. De uitkomst verschilt sterk per pensioenfonds en per persoonlijk pensioen. Iemand die alleen AOW ontvangt, bevindt zich in een andere positie dan iemand met een groot aanvullend bedrijfspensioen.
De gemiddelde cijfers laten wel zien dat gepensioneerden als groep in 2027 als enigen een kleine plus kunnen behouden, terwijl vrijwel alle andere categorieën iets inleveren.

Hogere prijzen eten loonstijging op

De belangrijkste boosdoener is de aanhoudend hoge inflatie. Energie, brandstof en voedingsmiddelen zijn duurder geworden, waardoor een groter deel van het inkomen naar vaste en noodzakelijke uitgaven gaat.
In 2026 stijgen de lonen gemiddeld nog iets harder dan de prijzen. Daardoor blijft er onderaan de streep een kleine koopkrachtverbetering over. In 2027 werken ook geplande lastenverzwaringen door.
Het kabinet heeft onder meer een hogere inkomstenbelasting en een zogeheten vrijheidsbijdrage aangekondigd om extra defensie-uitgaven te financieren. Ook bestaan plannen om het eigen risico in de zorg later te verhogen. Niet alle kabinetsmaatregelen zijn al definitief en de begroting kan tijdens de komende onderhandelingen nog worden aangepast.
Het CPB waarschuwt dat de ontwikkeling van energie- en brandstofprijzen bijzonder onzeker blijft. Nieuwe internationale spanningen kunnen de inflatie verder opjagen. Wanneer olie en gas juist goedkoper worden, kan de koopkracht gunstiger uitvallen dan nu wordt geraamd.

Geen brede compensatie volgens CPB

Ondanks de negatieve verwachting voor 2027 vindt CPB-directeur Pieter Hasekamp brede koopkrachtsteun geen verstandig antwoord. Algemene maatregelen zijn kostbaar en komen ook terecht bij huishoudens die de hogere prijzen zelf kunnen dragen.
Het planbureau ziet meer in gerichte hulp voor mensen die daadwerkelijk in de problemen komen. Daarbij kan worden gedacht aan ondersteuning bij een hoge energierekening en maatregelen om woningen beter te isoleren. Verduurzaming verlaagt niet alleen tijdelijk de rekening, maar kan het energieverbruik structureel verminderen.
Het aantal mensen onder de armoedegrens daalt volgens het CPB dit jaar naar ongeveer 460.000. Dat komt mede doordat meer huishoudens recht hebben gekregen op huurtoeslag. Voor 2027 wordt een lichte stijging naar ongeveer 470.000 mensen geraamd.

Prinsjesdag kan beeld nog veranderen

De augustusraming vormt traditioneel het vertrekpunt voor de begrotingsonderhandelingen. Het kabinet moet de plannen voor 2027 de komende weken afronden. Op dinsdag 15 september worden die tijdens Prinsjesdag gepresenteerd.
De huidige coalitie heeft geen vanzelfsprekende meerderheid en zal voor belangrijke onderdelen steun bij oppositiepartijen moeten zoeken. Daardoor kunnen belastingtarieven, bezuinigingen en compensatiemaatregelen nog veranderen.
Voorlopig is de boodschap van het CPB helder: de economie blijft groeien, maar huishoudens merken daar in 2027 weinig van. Werkenden en uitkeringsontvangers leveren in doorsnee 0,4 procent koopkracht in. Alleen voor gepensioneerden blijft waarschijnlijk een kleine verbetering over.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading