Een werkneemster die zelf ontslag nam, kreeg op haar laatste loonstrook een inhouding van €10.033,30 netto voor het vroegtijdig stoppen van haar leaseauto. Ten onrechte, oordeelt de kantonrechter in Breda. De werkgever had het leasecontract helemaal niet beëindigd en moet het bedrag
terugbetalen.
Veel
werknemers met een auto van de zaak hebben een autoregeling waarin staat dat zij de kosten van een vroegtijdig einde van de lease betalen als zij zelf vertrekken. Deze uitspraak laat zien dat een werkgever die kosten alleen kan doorberekenen als ze er ook echt zijn.
Opgezegd, en dan €10.033 minder loon
De vrouw werkte sinds 1 juni 2024 als senior consultant voor 36 uur per week. In april 2025 kreeg ze een elektrische leaseauto. Op 16 januari 2026 zegde ze haar contract op, met als laatste dag 28 februari 2026.
In de autoregeling stond dat bij ontslag op eigen verzoek de kosten van het voortijdig beëindigen van het leasecontract voor de werknemer zijn. Op haar loonstrook van februari stond daarom een "inhouding volgens factuur" van €10.033,30 netto. De werkgever baseerde dat bedrag op een voorstel van de leasemaatschappij om de lease vroegtijdig te stoppen.
De lease liep gewoon door
Alleen: de werkgever heeft dat voorstel nooit uitgevoerd. Het leasecontract werd niet beëindigd, en na haar vertrek gebruikte het bedrijf de auto als reserveauto. Er waren dus geen kosten voor een vroegtijdig einde. Volgens de kantonrechter is de werkneemster op grond van de autoregeling geen kosten verschuldigd, en is het bedrag van €10.033,30 "niet opeisbaar".
Ook een ander verschil op de laatste loonstrook moet de werkgever rechtzetten. Op de specificatie stond €5.140,71 netto, maar er werd €4.903,66 overgemaakt. Het verschil van €237,05 moet alsnog worden betaald.
Dit moet de werkgever betalen
- €10.033,30 netto terug, plus €237,05 netto aan te weinig betaald loon
- wettelijke rente over €10.270,35 vanaf 25 maart 2026
- €875,33 aan incassokosten en €1.629,67 aan proceskosten
- binnen veertien dagen een correcte loonstrook, anders een dwangsom van €50 per dag tot maximaal €1.500
De wettelijke verhoging voor te laat betaald
loon, die kan oplopen tot de helft van het bedrag, zette de rechter op nul. Het dienstverband was kort en de situatie was volgens de rechter begrijpelijk.
Niet alles wat de werkneemster eiste, kreeg ze. Een kwartaalbonus van €5.895,13 bruto, een jaarbonus van €12.109,60 bruto en €2.332,80 bruto aan vakantiegeld waren volgens de rechter al betaald. Een claim van €2.682,99 bruto voor eerdere inhoudingen in 2024 en 2025 had ze onvoldoende onderbouwd.
Het ging om een kort geding, een snelle procedure bij de kantonrechter. Daarin beslist de rechter of een vordering zo duidelijk is dat er niet op een gewone procedure hoeft te worden gewacht. Dat was hier het geval: de lease was niet beëindigd, dus er was geen vordering om te verrekenen.
Een leaseauto en een eindafrekening: hierop moet je letten
Lees vóór je ontslag neemt de autoregeling goed door. Staat erin dat je bij vertrek de kosten van een vroegtijdig einde van de lease betaalt, vraag dan vooraf schriftelijk hoe hoog die kosten zijn en hoe ze worden berekend.
Houdt je werkgever een bedrag in, vraag dan om de factuur van de leasemaatschappij en om bewijs dat de lease echt is beëindigd. Een werkgever mag een vordering bovendien niet zomaar met je loon
verrekenen; daar gelden wettelijke regels voor.
Gaat het om een groot bedrag, dan kun je net als deze werkneemster een kort geding beginnen. Je vakbond of rechtsbijstandsverzekering kan je daarbij helpen.
Controleer bij je eindafrekening ook of het nettobedrag op je loonstrook overeenkomt met wat er op je rekening binnenkomt. Bij deze werkneemster zat daar €237,05 verschil tussen.
Bewaar je laatste loonstroken en de autoregeling goed, zodat je een inhouding achteraf nog kunt controleren.