De Nederlandse werkloosheid is in het tweede kwartaal licht gedaald. Toch vertelt dat positieve cijfer niet het hele verhaal. Nederland telt inmiddels 568.000 deeltijdwerkers die meer uren willen maken en daarvoor direct beschikbaar zijn. Zij hebben officieel een baan en worden daarom niet als werkloos meegeteld, ook wanneer het huidige aantal uren onvoldoende inkomen oplevert. Het aantal zogeheten onderbenutte deeltijders steeg in het tweede kwartaal met 9.000. Vergeleken met het derde kwartaal van 2024 zijn het er zelfs 64.000 meer.
Werkloosheid daalt naar 3,9 procent
In het tweede kwartaal waren 396.000 mensen officieel werkloos. Dat zijn er 17.000 minder dan in het eerste kwartaal.
Het werkloosheidspercentage daalde daardoor van 4,0 naar 3,9 procent. Die daling volgt op een periode waarin de werkloosheid juist geleidelijk opliep.
Iemand telt in de statistieken als werkloos wanneer hij of zij geen betaald werk heeft, recent naar werk heeft gezocht en op korte termijn beschikbaar is.
Wie al een paar uur per week werkt, valt daar dus buiten. Zelfs wanneer die persoon dringend een grotere baan of extra diensten zoekt.
Voor iedere 100 werklozen zijn er 95 vacatures
Aan het einde van het tweede kwartaal stonden 375.000 vacatures open. Dat waren er 3.000 minder dan drie maanden eerder.
Voor iedere honderd officieel werklozen waren er 95 vacatures. De spanning op de
arbeidsmarkt nam daarmee iets toe ten opzichte van het eerste kwartaal, toen er 91 vacatures per honderd werklozen waren.
De meeste openstaande functies waren te vinden in de handel, zorg en zakelijke dienstverlening. Samen waren deze sectoren goed voor meer dan de helft van alle vacatures.
Op papier lijkt dat een bijna perfecte aansluiting: ongeveer evenveel vacatures als werklozen. In werkelijkheid kunnen opleiding, woonplaats, beschikbaarheid, salaris en werktijden ervoor zorgen dat een vacature en werkzoekende niet bij elkaar passen.
Deeltijder met te weinig uren is niet werkloos
De groep van 568.000 onderbenutte deeltijders laat zien waarom alleen het werkloosheidspercentage onvoldoende is om de arbeidsmarkt te beoordelen.
Deze mensen hebben betaald werk, maar willen meer uren en kunnen die uren ook direct werken. Het kan gaan om iemand met een contract van twaalf uur die graag dertig uur wil werken, of een oproepkracht die structureel te weinig wordt ingepland.
Het CBS noemt in deze publicatie geen specifieke redenen waarom het aantal onderbenutte deeltijders stijgt. We weten dus niet hoeveel mensen geen extra uren aangeboden krijgen, hoeveel naar een andere baan zoeken of hoeveel door wisselende roosters worden beperkt.
Meer uren maken is niet altijd eenvoudig
Een werknemer kan op papier beschikbaar zijn voor meer werk, maar toch tegen praktische problemen aanlopen.
Extra uren moeten bijvoorbeeld passen bij:
-
kinderopvang;
-
schooltijden;
-
mantelzorg;
-
reistijd;
-
gezondheid;
-
beschikbaarheid bij de werkgever;
-
afspraken in het arbeidscontract.
Ook kan het voorkomen dat een werkgever wel vacatures heeft, maar alleen voor andere diensten of functies. Een medewerker die overdag meer wil werken, heeft weinig aan een openstaande nachtdienst.
Nog twee groepen buiten de werkloosheid
Naast de onderbenutte deeltijders noemt het CBS nog twee groepen mensen zonder werk die niet in het officiële werkloosheidscijfer zitten.
Ongeveer 180.000 mensen hadden niet recent naar werk gezocht. Nog eens 107.000 mensen zouden niet direct kunnen beginnen. Zij worden ook wel semiwerklozen genoemd.
Het aantal mensen in deze twee groepen is volgens het CBS al ongeveer vier jaar vrijwel onveranderd.
Dat maakt duidelijk dat de groep mensen met een onvervulde behoefte aan werk aanzienlijk groter is dan de 396.000 officieel werklozen.
Waarom werkgevers dit cijfer serieus moeten nemen
Voor werkgevers die zeggen geen personeel te kunnen vinden, zit in de cijfers ook een mogelijke kans.
Bestaande medewerkers extra uren aanbieden kan soms eenvoudiger zijn dan nieuwe mensen werven. Zij kennen het bedrijf, het werk en de collega’s al.
Dat vraagt wel om roosters en contracten die aansluiten bij wat werknemers werkelijk kunnen en willen. Een vacature voor acht losse uren verspreid over vijf dagen is voor veel mensen minder aantrekkelijk dan één of twee langere diensten.
Een lager werkloosheidscijfer is niet het hele verhaal
De daling naar 3,9 procent is op zichzelf positief. Minder mensen zitten volledig zonder betaald werk en zoeken actief naar een baan.
Tegelijkertijd groeit al bijna twee jaar de groep deeltijders die meer wil werken. Voor hen voelt een gunstig nationaal werkloosheidscijfer mogelijk nogal abstract wanneer het huidige salaris onvoldoende is om de vaste lasten te betalen.
De arbeidsmarkt is dus tegelijkertijd krap én onvolledig benut. Er zijn bijna evenveel vacatures als werklozen, terwijl ruim een half miljoen werkenden klaarstaan om meer uren te maken. Dat verschil tussen de statistiek en de dagelijkse werkelijkheid verdient minstens zoveel aandacht als het officiële werkloosheidspercentage.