Werk je in het
basisonderwijs en zit je nog niet in de hoogste trede van je salarisschaal? Dan staat er in oktober voor het eerst een oktobertoelage op je loonstrook. Het gaat om €302,50 bruto per jaar bij een volledige baan.
Leraren die al in de hoogste trede zitten, krijgen €1.640 bruto.
De toelage is onderdeel van de
nieuwe cao voor het primair onderwijs, die loopt van 1 november 2025 tot en met 28 februari 2027. Daarin is afgesproken dat directieleden en leraren die nog niet op het maximum van hun schaal zitten ook recht krijgen op een oktobertoelage. In het basisonderwijs werken zo'n 190.000 mensen, dus het gaat om een grote groep.
Wat is de oktobertoelage precies?
De oktobertoelage bestaat sinds 1 januari 2025. Hij verving een aantal oudere regelingen, zoals de bindingstoelage en de extra eindejaarsuitkering. Je bouwt de toelage elke maand op en krijgt hem één keer per jaar uitbetaald, in oktober.
Omdat de regeling op 1 januari 2025 begon, kreeg je in oktober 2025 nog maar tien twaalfde deel. Dit jaar heb je voor het eerst een volledig jaar opgebouwd,
schrijft de VO-raad. Ook wie al vorig jaar een toelage kreeg, ziet in oktober dus een hoger bedrag dan in 2025.
Zoveel krijg je bij een volledige baan
Dit zijn de bruto jaarbedragen in het primair onderwijs, zoals ze in de
cao-afspraken staan:
- Leraar in de hoogste trede van je schaal: €1.640
- Leraar nog niet in de hoogste trede: €302,50 (nieuw)
- Onderwijsondersteunend personeel in schaal 1 tot en met 8: €1.640, ongeacht de trede
- Onderwijsondersteunend personeel vanaf schaal 9, hoogste trede: €1.640
- Onderwijsondersteunend personeel vanaf schaal 9, niet in de hoogste trede: €302,50
- (Adjunct-)directeur in de hoogste trede: €1.640
Voor de nieuwe groepen is de opbouw begonnen op 1 november 2025. In oktober 2026 heb je dus twaalf maanden opgebouwd.
Rekenvoorbeeld voor een deeltijdbaan
De toelage wordt opgebouwd naar verhouding van je werktijdfactor en het aantal maanden dat je in dienst bent. Werk je minder dan fulltime, dan krijg je een deel.
Stel: je bent leraar in schaal L10, je zit nog niet in de hoogste trede en je werkt drie dagen per week (werktijdfactor 0,6). Dan krijg je 0,6 × €302,50 = €181,50 bruto. Zit je wel in de hoogste trede en werk je vier dagen (0,8), dan is het 0,8 × €1.640 = €1.312 bruto.
Let op: dit zijn brutobedragen. Er gaan nog belasting en premies vanaf, en omdat het om een eenmalige uitbetaling gaat, kan het netto verschil tegenvallen.
En in het voortgezet onderwijs?
Ook in de
cao voor het voortgezet onderwijs is afgesproken dat
leraren die nog niet in de hoogste trede zitten een oktobertoelage van €302,50 krijgen. Onderwijsondersteunend personeel en directie vanaf schaal 9 buiten de hoogste trede kregen dat bedrag al sinds 2025.
Over het moment waarop de opbouw voor deze leraren begint, lopen de berichten uiteen. Vakbond CNV spreekt van een toelage vanaf oktober 2026, andere overzichten noemen een opbouw vanaf 1 november 2026. Werk je in het voortgezet onderwijs en zit je nog niet aan de top van je schaal, kijk dan goed op je loonstrook van oktober of de toelage erop staat.
Daarna volgt nog een loonsverhoging
Op 1 november 2026 gaan de salarissen in het primair onderwijs met 1,2 procent omhoog. In het voortgezet onderwijs volgt op dezelfde datum een
structurele loonsverhoging van 1,2 procent. Samen met de verhoging van november 2025 komt dat in het primair onderwijs op 5,8 procent in zestien maanden.
Controleer je loonstrook van oktober
Kijk op je loonstrook van oktober of de oktobertoelage erop staat en of het bedrag klopt met je werktijdfactor en het aantal maanden dat je dit jaar in dienst was. Ben je in de loop van het jaar begonnen of van baan gewisseld, dan is het bedrag lager. Klopt er iets niet, meld het dan meteen bij je salarisadministratie. Die kan het nog in een volgende salarisbetaling corrigeren.