Na een onrustig begin van het jaar gloort er voorzichtig goed nieuws voor deelnemers van drie grote pensioenfondsen. De beleggingsresultaten zijn in het tweede kwartaal aanzienlijk verbeterd. Daardoor lijkt een kleine verhoging van verschillende pensioenuitkeringen in 2027 weer mogelijk. Het gaat om
Pensioenfonds Metaal en Techniek, Pensioenfonds Zorg en Welzijn en bpfBOUW. Deze fondsen zijn op 1 januari 2026 overgegaan op de nieuwe pensioenregels. Voor gepensioneerden lag het rendement in het tweede kwartaal volgens de
nieuwste inventarisatie van de NOS tussen 4,2 en 5,7 procent.
Dat klinkt bijzonder gunstig, maar het betekent niet dat de maandelijkse uitkering straks met hetzelfde percentage omhooggaat. Pensioenfondsen verdelen resultaten over verschillende groepen en verwerken mee- en tegenvallers volgens hun eigen regeling. Ook kunnen resultaten over meerdere jaren worden uitgesmeerd.
Een mogelijke verhoging van 0,5 of 0,6 procent
Bij Pensioenfonds Metaal en Techniek zou de huidige tussenstand kunnen uitkomen op een pensioenverhoging van ongeveer 0,5 procent in 2027. Bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn gaat het voorlopig om circa 0,6 procent.
BpfBOUW heeft geen concreet percentage genoemd. Ook de twee wel genoemde percentages zijn nadrukkelijk indicaties. Niemand kan op basis van de kwartaalcijfers al zeggen hoeveel
pensioen er in januari werkelijk bijkomt.
Voor een bruto pensioen van €1.500 per maand zou 0,5 procent neerkomen op €7,50 bruto extra. Een verhoging van 0,6 procent zou bij hetzelfde pensioen €9 bruto per maand opleveren. Op jaarbasis gaat het dan om respectievelijk €90 en €108 bruto.
De werkelijke verandering verschilt per deelnemer en hangt onder meer af van het fonds, de soort uitkering en de definitieve resultaten.
Waarom 30 september zo belangrijk is
De beslissende tussenstand wordt op 30 september opgemaakt. Resultaten die tussen nu en die datum worden behaald of verloren, tellen dus nog mee.
Dat maakt de huidige berichten hoopgevend, maar bepaald niet definitief. Aandelenkoersen kunnen in enkele weken sterk bewegen door tegenvallende bedrijfsresultaten, renteverwachtingen of nieuwe geopolitieke onrust.
PFZW legt op zijn
eigen informatiepagina over rendement uit dat de jaarlijkse aanpassing wordt berekend aan de hand van de resultaten tot en met 30 september. In november horen deelnemers wat dat voor hun pensioen in het volgende jaar betekent.
Alleen in 2026 wordt bij PFZW gekeken naar de periode vanaf 1 januari. Normaal loopt de meetperiode van 1 oktober tot en met 30 september.
Beursherstel draait eerder verlies om
De positie van de pensioenfondsen ziet er nu beter uit dan na het eerste kwartaal. Toen zorgden de oorlog in het Midden-Oosten, bewegende energieprijzen en onrust op de financiële markten voor tegenvallende resultaten.
De stemming draaide in het tweede kwartaal. Aandelenmarkten herstelden en grote technologiebedrijven profiteerden van het enthousiasme rond kunstmatige intelligentie. Nederlandse pensioenfondsen beleggen wereldwijd en delen daardoor mee in zowel de winsten als de verliezen op internationale markten.
Dat is een van de meest zichtbare eigenschappen van het nieuwe stelsel. Pensioenvermogens bewegen directer mee met de financiële resultaten. Jongere deelnemers lopen doorgaans meer beleggingsrisico, omdat zij nog een lange periode hebben om eventuele verliezen goed te maken. Voor ouderen en gepensioneerden wordt voorzichtiger belegd.
Verlaging lijkt momenteel onwaarschijnlijk
Een andere belangrijke conclusie uit de nieuwe kwartaalresultaten is dat een verlaging van de pensioenuitkeringen in 2027 momenteel erg onwaarschijnlijk lijkt.
De drie fondsen beschikken over buffers waarmee bepaalde tegenvallers kunnen worden opgevangen. Zo’n buffer is niet onbeperkt en vormt geen garantie voor ieder toekomstig beursjaar, maar vermindert wel het risico dat één slechte periode onmiddellijk tot een lager pensioen leidt.
Voor deelnemers is het daarom verstandig om de genoemde percentages niet direct in het huishoudbudget te verwerken. De bedragen zijn nog niet toegezegd en de beursresultaten tot 30 september ontbreken.
Het goede nieuws is vooral dat de situatie duidelijk is verbeterd. Waar na het eerste kwartaal nog rekening werd gehouden met een jaar zonder verhoging, is er nu weer enige ruimte naar boven.
De echte duidelijkheid volgt pas in november. Dan hebben de fondsen de stand van 30 september verwerkt en wordt zichtbaar of het voorzichtige herstel daadwerkelijk leidt tot enkele euro’s extra pensioen per maand.