Mensen die eind 2025 stopten met werken in zorg en welzijn of vanaf dat moment minder uren gingen werken, moeten hun pensioensituatie controleren. Voor een specifieke groep PFZW-deelnemers bestaat namelijk nog een mogelijkheid om de pensioenopbouw met terugwerkende kracht vrijwillig voort te zetten.
Dat kan belangrijk zijn voor de compensatie die hoort bij de overgang naar de nieuwe pensioenregeling. Voor iemand die per 1 december 2025 stopte of minder ging werken, noemt PFZW een uiterste aanvraagdatum van 1 september 2026.
Het gaat niet om gratis geld dat automatisch wordt uitgekeerd. Wie vrijwillig voortzet, moet zelf pensioenpremie betalen. Daar kan extra pensioenvermogen en mogelijk compensatie tegenover staan. Of dat gunstig uitpakt, hangt af van de persoonlijke situatie.
Waarom bestaat deze mogelijkheid?
PFZW stapte op 1 januari 2026 over op de nieuwe pensioenregeling. Door die overgang veranderde de manier waarop deelnemers
pensioen opbouwen.
In de oude regeling betaalden jongere en oudere werknemers in verhouding dezelfde premie voor een vergelijkbare pensioenopbouw. De inleg van jongeren kon echter veel langer worden belegd. Daardoor betaalden jongeren binnen het oude systeem als het ware deels mee aan de pensioenopbouw van oudere werknemers.
In de nieuwe regeling wordt de ingelegde premie directer gekoppeld aan het persoonlijke pensioenvermogen van de deelnemer. Dat is volgens de wetgever transparanter, maar de overgang kan bepaalde leeftijdsgroepen financieel benadelen. Voor hen is compensatie afgesproken.
Volgens
de uitleg van PFZW geldt deze compensatie voor deelnemers die zijn geboren tussen 1 januari 1959 en 31 december 1995. Niet iedereen binnen deze leeftijdsgroep ontvangt automatisch hetzelfde bedrag. De uitkomst is afhankelijk van onder meer leeftijd, salaris, het aantal gewerkte uren en de pensioenopbouw op het moment van de overgang.
De datum van 31 december 2025 is belangrijk
Om voor compensatie in aanmerking te komen, moest iemand op 31 december 2025 aan de voorwaarden voldoen. Daar kan een probleem ontstaan voor mensen die vlak voor die datum uit dienst gingen of hun arbeidsduur verkleinden.
PFZW geeft zelf het voorbeeld van iemand die sinds 1 december 2025 niet meer in zorg en welzijn werkt. Ook iemand die vanaf die datum minder uren is gaan werken, kan hierdoor minder of geen compensatie hebben gekregen.
Na overleg met pensioenfondsen heeft de Belastingdienst toegestaan dat deelnemers in het overgangsjaar met terugwerkende kracht vrijwillig kunnen voortzetten. Voor PFZW betekent dit dat iemand in 2026 alsnog pensioenpremie over een deel van 2025 kan betalen.
Daardoor kan de deelnemer achteraf toch voldoen aan de situatie die op 31 december 2025 nodig was voor compensatie.
Wie per 1 december 2025 stopte of minder ging werken, kan volgens PFZW tot 1 september 2026 een aanvraag voor vrijwillige voortzetting indienen. Bij een andere einddatum kan een andere aanvraagtermijn gelden. Controleer daarom altijd de persoonlijke termijn bij PFZW.
Wat is vrijwillige voortzetting?
Normaal gesproken betalen een werknemer en werkgever samen pensioenpremie. Wanneer iemand uit dienst gaat, stopt ook de bijdrage van de werkgever.
Bij vrijwillige voortzetting blijft de voormalige werknemer pensioen opbouwen bij PFZW, maar betaalt hij of zij zelf de premie. Dat betekent dat niet alleen het vroegere werknemersdeel, maar in beginsel ook het deel dat de werkgever betaalde voor eigen rekening kan komen.
Dat bedrag kan stevig zijn. Wie zonder berekening besluit de pensioenopbouw voort te zetten, kan daardoor voor een onaangename verrassing komen te staan.
Tegelijkertijd staat tegenover die premie niet alleen de reguliere pensioenopbouw. In deze bijzondere situatie kan vrijwillige voortzetting ook invloed hebben op de compensatie bij de overgang naar het nieuwe stelsel. Daardoor kan de rekensom gunstiger uitpakken dan bij een gewone vrijwillige voortzetting.
Laat daarom twee bedragen naast elkaar zetten:
-
De totale premie die je zelf moet betalen.
-
De extra pensioenopbouw en compensatie die je daarvoor ontvangt.
Alleen met beide bedragen kan een verstandige beslissing worden genomen.
Voor wie is controle verstandig?
De waarschuwing is vooral relevant als je eind 2025:
-
Helemaal stopte met werken in zorg en welzijn
-
Naar een werkgever buiten de sector overstapte
-
Minder uren ging werken
-
Onbetaald verlof opnam
-
Als zelfstandige verderging
-
Een uitkering ging ontvangen
-
Tijdelijk geen pensioen meer bij PFZW opbouwde
Dat betekent niet dat iedereen in deze situaties automatisch recht heeft op extra compensatie. Ook betekent het niet dat vrijwillige voortzetting voor iedereen financieel aantrekkelijk is.
De geboortedatum speelt een grote rol. Wie niet is geboren tussen 1 januari 1959 en 31 december 1995 valt volgens PFZW niet binnen de genoemde compensatiegroep. Ook de precieze datum waarop de deelname veranderde, kan bepalen welke mogelijkheden nog openstaan.
Controleer de tweede pensioenberekening
PFZW heeft deelnemers in 2026 een tweede berekening van hun nieuwe pensioen gestuurd. Daarin staat het persoonlijke pensioenvermogen waarmee de deelnemer in de nieuwe regeling is begonnen. Ook moet daarin zichtbaar zijn welke compensatie is toegevoegd.
Wie die berekening niet meer kan vinden, kan inloggen op MijnPFZW en bij de persoonlijke documenten kijken. Vergelijk de berekening met de eerste raming uit 2025 en controleer of de arbeidsgegevens rond 31 december 2025 juist zijn verwerkt.
Bij twijfel is het verstandig PFZW rechtstreeks te vragen:
-
Of je tot de compensatiegroep behoort
-
Of vrijwillige voortzetting nog mogelijk is
-
Welke uiterste aanvraagdatum voor jou geldt
-
Hoeveel premie je zelf moet betalen
-
Hoeveel extra compensatie en pensioenvermogen dat naar verwachting oplevert
-
Welke gevolgen de keuze heeft voor partner- en nabestaandenpensioen
Vraag indien mogelijk om een schriftelijke berekening. Een telefonisch genoemd bedrag is lastig terug te vinden wanneer later discussie ontstaat.
Wacht niet tot de laatste dag
De datum van 1 september geldt niet voor iedere PFZW-deelnemer, maar is wel hard voor het voorbeeld dat het
pensioenfonds zelf noemt: stoppen of minder werken vanaf 1 december 2025.
Een aanvraag kan bovendien documenten en aanvullende gegevens vereisen. Wie pas op 31 augustus begint, loopt het risico dat noodzakelijke informatie ontbreekt.
De belangrijkste boodschap is daarom niet dat iedereen onmiddellijk vrijwillig pensioen moet inkopen. De boodschap is dat oud-deelnemers en mensen die eind 2025 minder gingen werken hun situatie vóór de deadline moeten laten doorrekenen.
Voor sommigen zal de premie niet opwegen tegen de opbrengst. Voor anderen kan het laten verlopen van de aanvraagmogelijkheid juist betekenen dat zij pensioenvermogen en compensatie mislopen. Na 1 september is die keuze voor de genoemde groep mogelijk definitief verdwenen.