Naar inhoud springen
Afbeelding gemaakt met Gemini AI van Google

Rechtbank Gelderland: gescheiden vader bij wie zijn zoon om het andere weekend logeert, krijgt geen inkomensafhankelijke combinatiekorting

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Voor werkende ouders met een kind onder de twaalf jaar is de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) een van de grootste belastingvoordelen in box 1: in 2026 maximaal €3.032 per jaar. Gaan ouders uit elkaar, dan kan een kind in de Basisregistratie Personen (BRP) maar op één woonadres tegelijk ingeschreven staan. Een op 28 oktober 2026 gepubliceerde uitspraak van de Rechtbank Gelderland laat zien dat de ouder bij wie het kind niet staat ingeschreven, de korting dan alleen krijgt als er echt sprake is van co-ouderschap. Een gescheiden vader bij wie zijn zoon eens per twee weken een weekend verbleef, kwam daar niet aan. De rechter liet de aanslag zonder korting staan, inclusief €155 belastingrente.
Bij een scheiding denken veel vaders en moeders dat zij allebei recht houden op de combinatiekorting zolang ze allebei werken en ieder een deel van de zorg en de kosten voor hun kind op zich nemen. In de zaak bij de belastingkamer van de Rechtbank Gelderland in Arnhem ging het om de aanslag inkomstenbelasting over 2023 van een gescheiden vader met een belastbaar inkomen uit werk en woning van €66.144. Zijn zoon, geboren in 2015, was op 1 januari jonger dan 12 jaar, maar stond bij de gemeente ingeschreven op het adres van zijn moeder. De inspecteur legde de aanslag op zonder combinatiekorting en bracht €155 belastingrente in rekening. Na een afgewezen bezwaar stapte de vader naar de rechter.

De harde grens van 156 dagen (of 78 dagen in een halfjaar)

De vader voerde aan dat hij sinds het einde van zijn geregistreerde partnerschap in 2019 voor zijn zoon zorgt en dat het kind eens per twee weken het weekend bij hem verblijft. Daarnaast klaagde hij dat de Belastingdienst onduidelijk was geweest: de vooraf ingevulde gegevens waren volgens hem jarenlang niet aangepast en de uitleg over de correctie kwam pas na jaren.
De rechtbank wijst het beroep op alle punten af. Volgens artikel 8.14a van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de voorwaarden voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting krijg je de korting in de basis alleen als je kind op 1 januari jonger is dan 12 jaar, je arbeidsinkomen hoger is dan een vast bedrag (in 2026 €6.239, in 2025 €6.145) en het kind minstens zes maanden van het jaar op jouw adres staat ingeschreven.
Staat je kind bij de gemeente ingeschreven op het adres van je ex-partner, dan geldt er één uitzondering: je moet co-ouder zijn. Volgens de Belastingdienst ben je dat als je met je ex-partner hebt afgesproken de dagelijkse opvang en opvoeding ongeveer gelijk te verdelen en het kind in totaal minimaal 156 dagen per kalenderjaar bij elke ouder is. Dat komt neer op gemiddeld drie dagen per week. Die 156 dagen staan ook in artikel 44b van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001. Voor 2023, het jaar van deze zaak, was het volgens de Hoge Raad genoeg als het kind in een periode van minstens zes maanden 78 dagen bij de ouder verbleef. Met één weekend per twee weken kwam de vader daar bij lange na niet aan. Een ouderschapsplan had hij ook niet.

Hoe schoolvakanties wél kunnen meetellen voor de 156 dagen

Voor gescheiden ouders die doordeweeks maar twee dagen per week voor hun kind zorgen, is er wel een uitweg. Op de eigen website geeft de Belastingdienst daar een rekenvoorbeeld van: verblijft je kind twee dagen per week bij jou en vijf dagen bij je ex-partner, dan kom je met alleen die dagen niet aan de 156 dagen per jaar.
Is het kind in de vakanties, twaalf weken per jaar, volledig bij jou, dan telt de Belastingdienst die weken mee. In dat voorbeeld hoort het kind 164 dagen per jaar bij jouw huishouden en 201 dagen bij dat van je ex-partner. Omdat jullie daarmee allebei boven de 156 dagen uitkomen, voldoen beide ouders aan de eis voor co-ouderschap.
Zijn jullie niet het hele jaar co-ouders, maar wel minimaal zes maanden, dan rekent de Belastingdienst de 156 dagen naar verhouding om. Worden jullie bijvoorbeeld op 1 april co-ouders, dan moet het kind minimaal 117 dagen in elk van beide huishoudens wonen.

Pas op met een voorlopige aanslag na een scheiding

De uitspraak uit Arnhem laat ook zien dat zo'n correctie pas laat kan komen. De vader deed in juni 2024 aangifte over 2023. De definitieve aanslag zonder combinatiekorting volgde in maart 2025, met €155 belastingrente.
Wie de korting alvast maandelijks laat uitbetalen via een voorlopige aanslag, krijgt die bij de definitieve aanslag niet als niet aan de voorwaarden is voldaan. Het al ontvangen voordeel moet je dan alsnog terugbetalen.
Controleer na een scheiding of een verhuizing van je kind daarom direct je voorlopige aanslag in Mijn Belastingdienst. Leg co-ouderschap vast met een duidelijke kalender en een ondertekend ouderschapsplan, zodat je kunt laten zien dat je kind minstens 156 dagen per jaar bij je is.
Benieuwd hoeveel van je inkomen naar de belasting gaat? Reken het uit met de Tax Freedom Day-calculator van Box3Wacht, de rekensite van DDS.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading