Afbeelding gemaakt met Gemini AI van Google
Rechtbank Noord-Nederland vernietigt belastingaanslag, €385 boete en €370 rente nadat fiscus uitstel met aanmaning introk
Wilt u DDS vaker zien?
Stel DDS in als voorkeursbron op Google.
Voeg DDS toe op GoogleWie uitstel aanvraagt en krijgt voor zijn aangifte inkomstenbelasting, geeft daarmee ook de Belastingdienst automatisch extra tijd om de definitieve aanslag op te leggen. Maar als de fiscus tijdens dat lopende uitstel plotseling een aanmaning stuurt met de eis om binnen twee weken alsnog aangifte te doen, snijdt de inspecteur zichzelf in de vingers. Dat blijkt uit een op 26 oktober 2026 gepubliceerde uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland van 6 oktober 2026. Omdat de inspecteur met zijn aanmaningsbrief volgens eigen zeggen het eerder verleende uitstel tussentijds introk, liep ook de wettelijke aanslagtermijn twee maanden eerder af en haalt de rechter een streep door de volledige belastingaanslag, de verzuimboete van €385 en de €370 aan belastingrente.
Een tegenstrijdige aanmaning midden in de uitstelperiode
De zaak ging over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2018. De belastingplichtige had in januari 2018 een voorlopige aanslag gekregen met een te ontvangen bedrag van €2.288 en werd in februari 2019 uitgenodigd om vóór 1 mei 2019 aangifte te doen. Vervolgens diende de man meerdere uitstelverzoeken in. De inspecteur willigde de meeste in, maar wees er ook een paar af. Na zijn dertiende verzoek verleende de Belastingdienst hem op 28 april 2022 schriftelijk uitstel tot 1 augustus 2022.
Terwijl die uitsteltermijn nog ruim twee maanden liep, viel er met dagtekening 30 mei 2022 een aanmaning van de Belastingdienst op de mat. Die brief begon met de letterlijke zin: "U hebt uitstel gekregen tot 1 augustus 2022." Direct daaronder verwees de inspecteur echter naar een herinneringsbrief uit februari 2020 en sommeerde hij de man om zijn aangifte vóór 14 juni 2022 in te dienen op straffe van een boete. Op 26 maart 2025 legde de inspecteur ambtshalve een definitieve aanslag op naar een belastbaar inkomen van €901, samen met €370 belastingrente en een verzuimboete van €385.
Twee maanden korter de tijd voor de definitieve aanslag
Tijdens de zitting toetste de rechter ambtshalve of de Belastingdienst op 26 maart 2025 nog wel bevoegd was om de aanslag en de boete op te leggen. Op grond van artikel 11 lid 3 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen vervalt de bevoegdheid om een definitieve aanslag vast te stellen drie jaar na afloop van het belastingjaar, verlengd met de duur van het verleende uitstel. Voor het belastingjaar 2018 liep de reguliere driejaarstermijn af op 31 december 2021.
Alleen als het volledige uitstel van 1 mei 2019 tot 1 augustus 2022 (drie jaar en drie maanden) zou meetellen, liep de uiterste aanslagdatum tot en met 31 maart 2025 en was de aanslag van 26 maart 2025 vijf dagen voor de vervaldatum opgelegd. Op de zitting verklaarde de inspecteur echter zelf dat het uitstel met de aanmaningsbrief van 30 mei 2022 was ingetrokken. De rechtbank houdt de inspecteur aan die lezing: wie een aanmaning met boetedreiging en een reactietermijn van twee weken ontvangt, mag denken dat zijn eerdere uitstel wel eens kan zijn ingetrokken. Doordat het uitstel al op 30 mei 2022 eindigde, bedroeg het totale uitstel slechts drie jaar en bijna één maand, zodat de aanslagtermijn al op 30 januari 2025 verstreek.
Lees ook
Ook bij doorlopend uitstel was de boete onderuitgegaan
De rechtbank merkt op dat de Belastingdienst ook via een andere juridische route met lege handen had gestaan voor de boete. Artikel 9 lid 2 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen voorziet namelijk niet in het tussentijds intrekken van verleend uitstel, en artikel 9 lid 3 bepaalt dat de inspecteur pas mag aanmanen nadat de uitsteltermijn is verstreken. Was het uitstel tot 1 augustus 2022 wél blijven doorlopen, dan was de aanmaning van 30 mei 2022 juridisch ongeldig en kon daarop geen verzuimboete worden gebaseerd. Nu de inspecteur vasthield aan intrekking per 30 mei 2022, vernietigt de rechtbank de aanslag, de boete van €385 en de belastingrente van €370, en krijgt de man €53 griffierecht en €59,60 reiskosten vergoed.
Wat er geldt bij uitstel en een aanmaning voor je aangifte
Wie te maken krijgt met uitstel of een aanmaning, moet volgens de regels van de Belastingdienst voor niet of te laat aangifte doen op drie punten letten:
- Vaste volgorde van herinnering en aanmaning: heb je uitstel gekregen, dan moet je aangifte binnen zijn vóór de datum in de bevestigingsbrief (meestal 1 september). Pas daarna stuurt de Belastingdienst eerst een herinnering en vervolgens een aanmaning met een termijn van tien werkdagen.
- Hogere verzuimboete bij te late indiening: dien je na de tien werkdagen uit de aanmaning nog geen aangifte in, dan legt de Belastingdienst inmiddels een standaard verzuimboete op van €469 (tot maximaal €6.709 bij herhaald verzuim volgens artikel 67a AWR).
- Controleer altijd de dagtekening van een late aanslag: tel bij 31 december van het derde jaar na het belastingjaar exact de duur op waarvoor je daadwerkelijk uitstel hebt genoten. Is het aanslagbiljet later gedagtekend, maak dan binnen zes weken bezwaar wegens overschrijding van de aanslagtermijn.
Lees ook
Bewaar bij elk aangevraagd uitstel de bevestigingsbrief én eventuele herinneringen en aanmaningen met hun dagtekening. Daarmee kun je bij een te laat opgelegde aanslag aantonen dat de wettelijke aanslagtermijn is verstreken.
Wil je weten vanaf welke dag van het jaar je voor jezelf werkt in plaats van voor de Belastingdienst? Bereken het met de Tax Freedom Day-calculator van Box3Wacht, de rekensite van DDS.
Ga verder met lezen
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten
Lees ook
Loading




