Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI

Redding ABN AMRO kan de staat €300 miljoen winst opleveren

Economie27 jul , 11:30

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Achttien jaar nadat de Nederlandse overheid ABN AMRO tijdens de financiële crisis overeind hield, lijkt de operatie mogelijk toch geen verlies voor de belastingbetaler op te leveren. Op basis van de huidige waarde van het resterende aandelenpakket rekent minister Eelco Heinen van Financiën met een voorlopig positief resultaat van ongeveer €300 miljoen.
Dat klinkt als een forse winst, maar naast de omvang van de redding is het bedrag bescheiden. De totale kosten liepen op tot ongeveer €21,7 miljard. Bovendien is de winst nog niet definitief. De staat bezit nog altijd 20,5 procent van de bank en moet die aandelen eerst verkopen.
Zolang dat niet is gebeurd, blijft een deel van de berekening afhankelijk van de beurskoers.

De staat greep in tijdens de financiële crisis

In 2008 stond het internationale financiële stelsel op instorten. Banken vertrouwden elkaar nauwelijks nog, kredietmarkten liepen vast en verschillende grote financiële instellingen konden hun verplichtingen niet meer zelfstandig dragen.
De Nederlandse staat besloot ABN AMRO te nationaliseren. Het doel was niet om goedkoop aandelen in te slaan en daar later winst op te maken. Het kabinet wilde voorkomen dat een grote bank zou omvallen en daarmee spaarders, bedrijven en de rest van het financiële systeem zou meesleuren.
De redding bestond niet uit één simpele aankoop. Naast het oorspronkelijke bedrag waren later extra kapitaalinjecties nodig. De overheid moest voor de operatie bovendien geld lenen en daarover rente betalen.
Wanneer al die kosten worden meegeteld, komt minister Heinen uit op ongeveer €21,7 miljard.

Dividend en aandelenverkopen brachten geld terug

Tegenover die kosten staan verschillende inkomsten. ABN AMRO werd in 2015 opnieuw naar de beurs gebracht. Sindsdien heeft de overheid delen van haar belang verkocht.
De staat ontving daarnaast dividend. Dat is het gedeelte van de winst dat een onderneming uitkeert aan de aandeelhouders. Omdat Nederland jarenlang de grootste aandeelhouder was, vloeide een aanzienlijk deel daarvan naar de schatkist.
De waarde van het resterende pakket speelt eveneens een belangrijke rol. Sinds eind mei heeft de staat nog 20,5 procent van de aandelen. Bij een beurskoers van €38,09 was dat pakket ongeveer €6,4 miljard waard.
Wanneer die waarde wordt opgeteld bij de eerdere opbrengsten uit aandelenverkopen en dividend, komt het totale resultaat volgens de berekening ongeveer €300 miljoen boven de gemaakte kosten uit. RTL Z zette de berekening uit de Kamerbrief op een rij.

De winst zit voor een deel nog op papier

De staat heeft het resterende belang nog niet verkocht. De waarde van €6,4 miljard is daardoor een momentopname en geen bedrag dat volledig op een rekening van het ministerie staat.
Daalt de koers voordat de aandelen worden verkocht, dan daalt ook de uiteindelijke opbrengst. Volgens de berekening ligt het omslagpunt rond €37,70 per aandeel. Onder die koers kan de operatie opnieuw op een verlies uitkomen.
Bij een hogere verkoopprijs wordt de winst juist groter. Ook dividend dat de staat in de tussentijd ontvangt, kan het resultaat beïnvloeden.
De overheid zal bovendien niet noodzakelijk alle aandelen op één dag verkopen. Een grote hoeveelheid tegelijk op de markt brengen kan de koers onder druk zetten. Afbouw gebeurt daarom meestal in stappen.

Belastingbetaler krijgt geen €300 miljoen uitgekeerd

Een mogelijke winst van €300 miljoen betekent niet dat iedere Nederlander een bedrag op zijn bankrekening krijgt. Omgerekend over ongeveer achttien miljoen inwoners gaat het bovendien om minder dan twintig euro per persoon.
De opbrengst komt terecht bij de algemene middelen van de staat. Daarmee worden overheidsuitgaven betaald of schulden afgelost. Het bedrag is niet apart gereserveerd voor een belastingverlaging of een specifieke regeling.
Het financiële resultaat vertelt daarnaast maar een deel van het verhaal. Bij de redding aanvaardde de overheid een groot risico. Als de bank verder was weggezakt of later opnieuw grote verliezen had geleden, had de belastingbetaler miljarden kunnen kwijtraken.
Aan de andere kant had het faillissement van een grote bank eveneens enorme economische schade kunnen veroorzaken. De keuze uit 2008 kan daarom niet alleen worden beoordeeld alsof het om een gewone belegging ging.

Van miljardenverlies naar klein positief resultaat

Jarenlang leek de redding met verlies te eindigen. De beurskoers van ABN AMRO was niet hoog genoeg om alle kosten, inclusief rente, terug te verdienen. De recente koersstijging heeft die rekensom veranderd.
Dat is financieel gunstiger dan lange tijd werd verwacht. Toch is enige terughoudendheid op zijn plaats. De mogelijke winst van €300 miljoen bedraagt nog geen anderhalf procent van de oorspronkelijke reddingskosten. Een relatief beperkte beweging van het aandeel kan het resultaat dus alweer veranderen.
Pas wanneer het laatste aandelenpakket daadwerkelijk is verkocht, kan de definitieve balans worden opgemaakt. Tot die tijd is de zorgvuldigste conclusie: de redding van ABN AMRO lijkt de belastingbetaler op de huidige koers niet langer geld te kosten en kan zelfs een kleine winst opleveren. Maar dat geld is nog niet volledig binnen.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading