Ouders die hun kinderen op papier willen schenken om straks
erfbelasting te besparen over bijvoorbeeld de overwaarde van hun huis, horen uiterlijk maandag 2 november of het kabinet dat fiscale voordeel wil inperken. Staatssecretaris Eelco Eerenberg van Financiën meldt in de
schriftelijke antwoorden op het Belastingplan 2027 van 16 oktober dat het kabinet werkt aan een aangepast dekkingsvoorstel voor de box 3-novelle en daarin de Kamerwens meeneemt om het heffingsvrij rendement in box 3 te verhogen via een aanpak van papieren schenkingen.
In die brief zet Eerenberg de twee concrete maatregelen en bedragen op een rij die door het ministerie zijn doorgerekend. Afhankelijk van de gekozen variant levert een ingreep in de schenk- en erfbelasting structureel €153 miljoen tot €157 miljoen per jaar op, en bij een combinatie van beide maatregelen €157 miljoen in 2027 en €274 miljoen per jaar vanaf 2028.
Het gaat op dit moment nog om mogelijke dekkingsmaatregelen en nog niet om een vastgesteld wetsvoorstel. Uiterlijk op 2 november stuurt de staatssecretaris de novelle voor de Wet werkelijk rendement box 3, de uitvoeringstoets van de Belastingdienst én het nieuwe dekkingspakket naar de Tweede Kamer.
Waarom schenken op papier gekoppeld wordt aan box 3
Bij een
schenking op papier (in notariële akten meestal een schuldigerkenning uit vrijgevigheid genoemd) schenken ouders een bedrag aan hun kind, maar houden zij het geld op de rekening of in hun koopwoning en blijven zij dat bedrag aan het kind schuldig. Zo benutten ouders al bij leven de schenkvrijstelling of het lage schenkingstarief, terwijl de schuld bij overlijden in mindering komt op de belaste erfenis.
Op grond van
artikel 33 onder 5° van de Successiewet 1956 kunnen ouders in 2026 per kind tot en met €6.908 belastingvrij schenken (of eenmalig tot en met €33.129 vrij besteedbaar voor een kind tussen 18 en 40 jaar). Volgens artikel 24 lid 1 van die wet betalen kinderen over een grotere schenking of erfenis 10 procent belasting tot €158.669 en 20 procent daarboven, zodat een papieren schenking kan voorkomen dat een deel van het vermogen bij overlijden in de schijf van 20 procent valt.
De twee ingrepen van €153 en €157 miljoen op tafel
In zijn antwoorden wijst Eerenberg op twee mogelijke maatregelen die eerder zijn geschetst in de Voorjaarsnota 2026. De eerste optie is het moderniseren van de vaste rekenrente en de levensverwachtingen in de schenk- en erfbelasting, waarmee de schatkist vanaf 2028 structureel €153 miljoen per jaar ophaalt en het rentevoordeel van papieren schenkingen wordt afgeremd.
Nu schrijft
artikel 10 van het Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956 nog een vaste rekenrente van 6 procent voor bij vruchtgebruik en papieren schenkingen, terwijl artikel 5 van dat besluit de leeftijdstabellen met vermenigvuldigingsfactoren bevat. De tweede, verdergaande optie is om de latere aflossing van de schuld uit een papieren schenking voortaan aan te merken als een fictieve schenking of een fictieve erfrechtelijke verkrijging.
Als die tweede maatregel wordt ingevoerd, verdwijnt volgens de staatssecretaris het hele progressievoordeel over de hoofdsom en zullen papieren schenkingen naar verwachting nauwelijks meer voorkomen. Die variant levert vanaf 2027 structureel €157 miljoen per jaar op; wel erkent Eerenberg dat ouders soms ook zonder fiscaal motief op papier schenken, bijvoorbeeld wanneer één kind geld of een onderneming krijgt en de andere kinderen een even grote schenking op papier krijgen, omdat het geld van de ouder nog vastzit.
De drie eisen die nu voor schenken op papier gelden
Zolang de wet niet is gewijzigd, gelden voor schenkingen op papier drie vaste regels. Ten eerste vervalt een schenking die de strekking heeft pas na het overlijden te worden uitgevoerd en niet al tijdens het leven is nagekomen volgens
artikel 7:177 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek bij het overlijden, tenzij de schenker de schenking persoonlijk is aangegaan en een notariële akte heeft laten opmaken.
Alleen wanneer je van plan bent de papieren schenking nog tijdens je leven uit te betalen, bijvoorbeeld na verkoop van je woning, is een notariële akte volgens de pagina
Wat is schenken op papier van de Belastingdienst niet nodig. Wil je dat het bedrag pas na je overlijden van de erfenis wordt afgetrokken, dan is een notariële akte wel vereist.
Ten tweede moet de schenker volgens artikel 10 lid 3 van de Successiewet 1956 elk jaar daadwerkelijk minimaal 6 procent rente over het schuldig erkende bedrag betalen aan het kind; blijft die jaarlijkse rentebetaling achterwege, dan telt het geschonken bedrag krachtens artikel 10 lid 1 van die wet bij overlijden alsnog mee voor de erfbelasting (tenzij dat genot volgens lid 4 onderdeel b al meer dan 180 dagen vóór het overlijden is geëindigd).
Ten derde moeten de ouders de schuld en het kind de vordering elk jaar opgeven in box 3 van hun belastingaangifte, en kan de vordering gevolgen hebben voor de toeslagen van je kind. Gezinnen die dit najaar een notariële schenking overwegen, doen er goed aan het dekkingsvoorstel van uiterlijk 2 november af te wachten om te zien of het kabinet voor een van deze varianten kiest en of er overgangsrecht komt.
Wil je weten wat er verandert aan je AOW, pensioen of box 3? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief van
Box3Wacht, de rekensite van DDS.