Als een ouder overlijdt zonder testament en op dat moment getrouwd of geregistreerd partner was én één of meer kinderen had, geldt automatisch de wettelijke verdeling. Het gaat om eigen kinderen door geboorte of erkenning, of om geadopteerde kinderen. In een testament kan van de wettelijke verdeling worden afgezien, of kan die worden uitgebreid naar bijvoorbeeld pleegkinderen of stiefkinderen.
Bij de
wettelijke verdeling voor de erfbelasting zijn de echtgenoot of geregistreerd partner en de kinderen voor gelijke delen erfgenaam, maar gaan alle bezittingen en schulden eerst naar de langstlevende ouder. De kinderen krijgen een geldvordering op de langstlevende ouder die pas opeisbaar is bij het
overlijden van die ouder. Zowel de langstlevende ouder als de kinderen doen aangifte
erfbelasting als hun erfdeel boven de vrijstelling uitkomt. De aanslag van de kinderen wordt betaald door de executeur of, zonder executeur, voorgeschoten door de langstlevende ouder en verrekend met de schuld aan de kinderen.
Wat er gebeurt als er géén rente op de vordering van de kinderen is afgesproken
Wordt er geen of te weinig rente betaald aan de kinderen, dan heeft de langstlevende ouder een voordeel bij het blijven gebruiken van de erfdelen en hebben de kinderen een nadeel doordat zij moeten wachten. Zonder renteafspraak wordt een percentage van 6 procent vermenigvuldigd met een leeftijdsfactor uit de tabel Vermenigvuldigingsfactor bij variabele looptijd (zoals factor 10 van 60 tot 65 jaar, factor 8 van 65 tot 70 jaar, factor 7 van 70 tot 75 jaar en factor 5 van 75 tot 80 jaar).
De
Belastingdienst rekent dit voor met Jonas (67), die zonder testament overlijdt en zijn vrouw Angela (66) en twee kinderen achterlaat. Zij waren in gemeenschap van goederen getrouwd en hadden samen €600.000 vermogen, zodat de nalatenschap €300.000 bedraagt: drie gelijke erfdelen van €100.000. Bij Angela’s leeftijd van 66 jaar hoort factor 8, zodat haar voordeel per kind €100.000 keer 6 procent keer factor 8 is €48.000 bedraagt. Elk kindsdeel wordt voor de erfbelasting verlaagd naar €52.000 (€100.000 min €48.000) en het deel van Angela verhoogd naar €196.000 (€100.000 plus tweemaal €48.000).
Voor een kind, pleegkind of stiefkind bedraagt de
vrijstelling voor de erfbelasting in 2026 €26.230 (voor een kleinkind ook €26.230 en voor een kind met een beperking onder voorwaarden €78.671), terwijl voor een partner €828.035 geldt. Angela blijft met €196.000 onder haar partnervrijstelling en betaalt €0 erfbelasting; voor elk kind resteert na €26.230 vrijstelling een belastbaar bedrag van €25.770.
Over die €25.770 geldt volgens het
tarief voor de erfbelasting voor partners en kinderen in 2026 10 procent tot €158.669 (en 20 procent vanaf €158.669), oftewel €2.577 erfbelasting per kind. Betaalt de langstlevende ouder een erfdeel al eerder uit, dan kan dat een schenking zijn waarover schenkbelasting verschuldigd is.
Waarom 6 procent samengestelde rente de eerste aanslag verhoogt en de tweede verlaagt
Is er 6 procent samengestelde rente of meer afgesproken (rente over de hoofdsom plus de eerdere rente), dan telt er geen voordeel of nadeel en betaalt elke erfgenaam bij het eerste overlijden over zijn volledige verkrijging. Op een kindsdeel van €100.000 in 2026 betaalt een kind na €26.230 vrijstelling 10 procent over €73.770: €7.377 erfbelasting (in het voorbeeld met Angela van 66 is dat €4.800 meer dan zonder rente). Bestaat de erfenis hoofdzakelijk uit een woning en kan de langstlevende ouder de erfbelasting daardoor niet betalen, dan kan in de aangifte of na de aanslag uitstel van betaling worden aangevraagd.
Bij het overlijden van de langstlevende ouder wordt de met 6 procent samengestelde rente aangegroeide schuld van diens nalatenschap afgetrokken. In het voorbeeld van Mia en Ken (huwelijkse gemeenschap €1.200.000, twee kinderen, 6 procent samengestelde rente) bedraagt Mia’s nalatenschap €600.000 en erven Ken en de kinderen ieder €200.000. Overlijdt Ken 10 jaar later bij gelijkgebleven vermogen, dan is de renteschuld €316.000 en resteert na aftrek van €400.000 hoofdsom en €316.000 rente nog €484.000 (€242.000 per kind).
Een enkelvoudige rente wordt via de statistische levensverwachting van het CBS omgerekend naar een samengestelde rente; ligt die onder 6 procent samengesteld, dan wordt het verschil met de leeftijdsfactor verrekend. Is er meer dan 6 procent samengestelde rente afgesproken, dan wordt de rente boven 6 procent samengesteld bij het overlijden van de langstlevende ouder bij de verkrijging van de kinderen opgeteld en fictief belast.
Bij een overlijden vanaf 2026 twintig maanden de tijd voor de aangifte zonder belastingrente
Daarnaast geldt een langere aangiftetermijn. Je betaalt
geen belastingrente over de aanslag erfbelasting als de aangifte volledig en juist binnen de termijn binnen is: bij een overlijden in 2025 of eerder is dat 8 maanden na het overlijden, en bij een overlijden in 2026 of later 20 maanden na de overlijdensdatum.
Lukt tijdig aangifte doen niet, dan kun je belastingrente beperken door binnen die termijn een voorlopige aanslag aan te vragen (waarna je nog wel aangifte doet). Volgt de aangifte bij een overlijden in 2026 of later na 20 maanden zonder dat de fiscus afwijkt, dan loopt de belastingrente vanaf 20 maanden na het overlijden tot hooguit 19 weken na ontvangst van de aangifte (bij een te late voorlopige aanslag hooguit 14 weken na ontvangst van je verzoek, of hooguit 6 weken na de datum van de aanslag als de fiscus van de aangifte moet afwijken).
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op
Facebook.