Je laat je spaargeld na aan je dochter en zet in je testament dat de erfenis alleen voor haar is. Daarmee lijkt je schoonzoon buiten beeld. Toch kan hij later alsnog van dat geld erven, als je dochter na jou overlijdt. Een uitsluitingsclausule beschermt tegen het delen van de erfenis bij een scheiding, maar regelt niet automatisch wat er gebeurt bij haar overlijden.
Dat verschil staat centraal in een
nieuwe praktijkcolumn van erfrechtjurist Neill Buijze. Hij beschrijft ouders die dachten dat hun testament voldoende bescherming bood tegen vererving naar hun schoonzoon. Bij nadere uitleg bleek hun regeling minder ver te gaan dan zij verwachtten. Het gaat om een praktijkvoorbeeld met fictieve namen en bedragen, niet om een nieuwe rechterlijke uitspraak.
Wat de uitsluitingsclausule wél regelt
De clausule bepaalt dat de erfenis buiten de huwelijksgemeenschap van de ontvanger blijft. De
Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie legt uit dat de erfgenaam het ontvangen vermogen daardoor bij een scheiding niet met de ex-partner hoeft te delen.
Voor ouders kan dat precies de bedoeling zijn. Hun dochter ontvangt bijvoorbeeld geld uit de verkoop van de ouderlijke woning. Eindigt haar huwelijk, dan moet dat geërfde vermogen van haar blijven.
Bij huwelijken die sinds 1 januari 2018 zonder huwelijkse voorwaarden zijn gesloten, vallen erfenissen en schenkingen in beginsel al buiten de beperkte gemeenschap van goederen. Ook dan blijft de volgende vraag bestaan: wie krijgt het vermogen als het kind zelf overlijdt?
Er zijn twee verschillende overlijdens
De eerste keer gaat het om jouw nalatenschap. Jij bepaalt binnen de wettelijke mogelijkheden wie daarvan erft en welke voorwaarden je daaraan verbindt.
De tweede keer gaat het om de nalatenschap van je dochter of zoon. Dan spelen de wettelijke erfopvolging en het eventuele testament van dat kind een rol.
Een uitsluitingsclausule houdt die vererving niet vanzelf tegen.
Neem een vereenvoudigd voorbeeld. Je dochter erft van jou een bedrag dat door de clausule haar privévermogen blijft. Jaren later overlijdt zij, terwijl ze nog getrouwd is. Het resterende geërfde vermogen kan dan onderdeel zijn van háár nalatenschap. Haar echtgenoot kan daarin erfgenaam zijn.
Heeft zij een echtgenoot en kinderen en geldt de wettelijke verdeling, dan krijgt de langstlevende echtgenoot de bezittingen en schulden. De kinderen krijgen een geldvordering die doorgaans pas later opeisbaar is. Alleen samenwonen geeft een partner daarentegen niet automatisch dezelfde positie als een huwelijk of geregistreerd partnerschap.
De woorden ‘het blijft privé’ beantwoorden dus een andere vraag dan ‘wie krijgt het daarna’.
Ook de volgende ontvanger vastleggen
Wie verder wil bepalen waar het nagelaten vermogen terechtkomt, kan met de notaris een
tweetrapsmaking bespreken. Daarbij krijgen erfgenamen in een vastgelegde volgorde recht op dezelfde nalatenschap.
Je kunt bijvoorbeeld je dochter als eerste ontvanger aanwijzen en regelen dat het resterende vermogen na haar overlijden naar je kleinkinderen gaat. Welke ruimte je dochter ondertussen krijgt en wanneer de regeling eindigt, moet zorgvuldig worden vastgelegd.
Meer controle heeft ook gevolgen voor je kind
Een tweetrapsmaking kan de vrijheid van de eerste erfgenaam beperken. Misschien wil je dochter haar partner later verzorgd achterlaten. Een regeling die jij jaren eerder hebt gemaakt, kan dat met dit vermogen bemoeilijken.
Daarnaast moet duidelijk blijven welk vermogen onder de regeling valt.
ABN AMRO wijst bij de tweetrapsmaking op de administratieplicht. Zonder goed overzicht kan bij het tweede overlijden discussie ontstaan over wat er nog is en aan wie het toekomt.
Daarom verdienen ook de minder voor de hand liggende situaties aandacht: wat gebeurt er als je kind geen kinderen krijgt, opnieuw trouwt of zelf andere wensen ontwikkelt?
Voor kleinkinderen telt ook wie het geld beheert
Als jonge kleinkinderen uiteindelijk erven, speelt nog een afzonderlijke kwestie: wie beheert hun vermogen? Eigendom en beheer zijn verschillende dingen.
In een testament kun je een
bewindvoerder voor de erfenis aanwijzen. Dat kan van belang zijn als je niet wilt dat een ouder of andere wettelijke vertegenwoordiger dat vermogen beheert. Je kunt ook bepalen hoelang het bewind duurt.
Laat bij een controle van je testament daarom twee concrete situaties doorlopen: je kind gaat scheiden, en je kind overlijdt na jou. Kijk vervolgens wie in elk scenario eigenaar, erfgenaam en beheerder wordt. Verandert de gezinssituatie, controleer de bepalingen dan opnieuw.
Een oud testament verdwijnt bijvoorbeeld niet vanzelf door hertrouwen. Wat ooit goed aansloot op je gezin, kan jaren later een andere uitkomst geven dan je voor ogen had.