Twee dochters krijgen ieder €12.745,73 uit de erfenis van hun vader, hoewel zijn spaargeld op een rekening stond die ook op naam van zijn partner was gezet. Volgens de rechtbank Noord-Holland behoorde het saldo van €58.019,84 volledig aan vader toe. Het samenlevingscontract bepaalde dat gemeenschappelijke bezittingen bij overlijden naar de achterblijvende partner gingen. Dat gold hier wel voor de gezamenlijke betaalrekening, maar niet voor het spaargeld. De namen op een en/of-rekening waren voor de rechter niet genoeg om vast te stellen van wie het geld werkelijk was.
Twee overlijdens kort na elkaar
De vader had twee dochters uit een eerder huwelijk en een zoon met zijn latere partner. Hij overleed in november 2023. Zijn drie
kinderen waren ieder voor een derde erfgenaam.
Zijn partner overleed in februari 2024. De gezamenlijke zoon was haar enige erfgenaam en executeur. Daardoor maakte het voor de dochters veel verschil welke bezittingen tot vaders erfenis behoorden en welke bij zijn partner waren gebleven.
Vader en zijn partner hadden in 1994 een notarieel samenlevingscontract gesloten. Daarin stond een verblijvingsbeding: gemeenschappelijke bezittingen zouden na het overlijden van een van hen bij de ander blijven. De vraag was vervolgens welke bezittingen daadwerkelijk gemeenschappelijk waren.
De
rechtbank maakte daarover onderscheid in haar vonnis van 18 maart 2026. De volledige uitspraaktekst werd op 6 oktober gepubliceerd.
Het geld op de betaalrekening bleef bij de partner
Op de en/of-betaalrekening stond bij vaders overlijden €7.555,99. Van deze rekening betaalde het paar de gezamenlijke huishoudelijke kosten.
Het samenlevingscontract bepaalde dat beiden naar verhouding van hun inkomen aan die kosten moesten bijdragen. Vader liet zijn volledige inkomen op de rekening binnenkomen. Zijn partner maakte eveneens bedragen over, in totaal aantoonbaar ten minste €25.000.
Haar bijdragen waren lager, maar haar inkomen was dat ook. De rechtbank vond voldoende duidelijk dat zij de betaalrekening als gezamenlijke huishoudelijke rekening gebruikten.
Daarom bleef het saldo via het verblijvingsbeding bij de partner. De dochters konden geen verdeling van dat bedrag als onderdeel van vaders erfenis verlangen.
Voor de spaarrekening gold een andere afspraak
Vader boekte geld dat na de huishoudelijke uitgaven overbleef naar de en/of-spaarrekening. Volgens de rechtbank viel dat gespaarde vermogen buiten de beperkte regeling voor gezamenlijke huishoudelijke bezittingen.
Zijn partner had daarnaast eigen rekeningen waarop haar inkomen binnenkwam en waarop zij kon sparen. Er was niet onderbouwd dat zij ook had bijgedragen aan het vermogen op de gezamenlijke spaarrekening.
De zoon stelde dat het spaargeld gemeenschappelijk was omdat de rekening op twee namen stond. Dat argument slaagde niet. De tenaamstelling regelt de verhouding met de bank, maar bepaalt op zichzelf niet de onderlinge eigendom van het saldo.
Ook het feit dat vaders geld via de gezamenlijke betaalrekening naar de spaarrekening ging, maakte het nog geen gemeenschappelijk vermogen. Het contract en de manier waarop het paar zijn geldzaken had ingericht, wezen volgens de rechter op een andere bedoeling.
Het volledige spaarsaldo van €58.019,84 viel daarom in vaders nalatenschap. Dat is een oordeel over deze afspraken en geldstromen, geen algemene regel dat spaargeld op twee namen altijd aan één rekeninghouder toebehoort.
Waarom de dochters ieder €12.745,73 krijgen
De dochters kregen niet simpelweg ieder een derde van het spaarsaldo uitgekeerd. Eerst moesten kosten van de nalatenschap worden afgetrokken.
De rechtbank rekende met €2.616,30 voor lijkbewassing, €4.933,30 aan uitvaartkosten en €1.706,04 aan notariskosten. Van het spaarsaldo bleef daardoor €48.764,20 over.
Daarnaast hadden beide dochters in 2001 ieder een gift van omgerekend €10.527 ontvangen. Op grond van het recht dat voor die oude giften gold, moesten ze die bij de verdeling inbrengen. Een vrijstelling van die verplichting was niet gebleken.
Voor de berekening werd daarom €21.054 opgeteld bij het resterende saldo. Dat gaf een rekensom van €69.818,20, te verdelen over drie kinderen. Van het aandeel van iedere dochter ging vervolgens haar eerdere gift van €10.527 af.
Zo kwam de rechtbank uit op €12.745,73 per dochter. De zoon, die het spaarsaldo onder zich hield, moet die bedragen betalen, plus wettelijke rente vanaf de dagvaarding.
Kijk naar de rekening én de afspraken
Bij een erfenis kunnen bevoegdheid om geld te gebruiken en eigendom van dat geld gemakkelijk door elkaar lopen. Ook iemand die
met een volmacht de financiën van een ouder regelt, wordt daardoor geen eigenaar van het vermogen.
Begin bij een en/of-rekening daarom met het samenlevingscontract, eventuele aanvullende afspraken en de bankafschriften. Waar kwam het geld vandaan, waarvoor werd de rekening gebruikt en wat hadden de rekeninghouders daarover vastgelegd?
Een volledig overzicht voorkomt bovendien dat een verdeling op onvolledige informatie wordt gebaseerd. In een
andere erfeniszaak kwamen verzwegen spaarrekeningen pas na een schikking boven water. Hier waren de rekeningen wel bekend, maar bepaalde de uitleg van de afspraken of de dochters aanspraak op het geld hadden.