Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI

Student moet tot 80 kilometer reizen: tekort van ruim 20.000 kamers blijft

Economie03 sep , 18:30

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Het tekort aan woonruimte voor studenten blijft boven de 20.000 kamers en zelfstandige woningen. Voor duizenden jongeren betekent dat dagelijks lang reizen, noodgedwongen bij hun ouders blijven wonen of genoegen nemen met een kamer die eigenlijk te duur of te ver weg is.
Zelfs studenten die 60 tot 80 kilometer van hun opleiding wonen, gaan tegenwoordig minder vaak op kamers. Tien jaar geleden verhuisde meer dan twee derde van deze groep naar de studiestad. Nu lukt dat nog maar ongeveer de helft.
Dat betekent niet dat thuiswonende studenten plotseling geen behoefte meer hebben aan een kamer. Een deel begint niet eens aan de zoektocht omdat de kans op betaalbare woonruimte bijzonder klein is.

Tekort lijkt kleiner wanneer studenten opgeven

Het officiële tekort zegt niet alles over de werkelijke behoefte. Wanneer een student maandenlang wordt afgewezen of alleen kamers van honderden euro’s boven het budget ziet, kan hij stoppen met reageren.
In de statistieken verdwijnt daarmee een woningzoekende. De woonruimte is er echter nog steeds niet. De student heeft slechts besloten dat verder zoeken voorlopig weinig zin heeft.
Dat verschijnsel maakt de cijfers verraderlijk. Een gelijkblijvend of iets kleiner tekort kan op papier positief lijken, terwijl de situatie voor jongeren niet werkelijk verbetert.
De nieuwste berichtgeving van RTL over de studentenwoningmarkt spreekt van meer dan 20.000 ontbrekende woonruimten. Vorig jaar lag de raming rond de 21.000.

Grote verschillen tussen opleidingen

Niet iedere student woont even vaak op zichzelf. Ongeveer 82 procent van de mbo-studenten woont nog thuis. Bij het hbo is circa 38 procent uitwonend en bij universitaire studenten ongeveer 72 procent.
Een deel van dat verschil is logisch. Mbo-studenten zijn gemiddeld jonger en volgen vaker een opleiding in de eigen regio. Universiteiten trekken studenten uit een groter deel van het land en uit het buitenland.
Toch speelt beschikbaarheid duidelijk mee. Een achttienjarige mbo- of hbo-student kan wel willen vertrekken, maar heeft weinig mogelijkheden wanneer de huur hoger is dan het beschikbare inkomen.
Ook ouders voelen de gevolgen. Zij houden een volwassen kind langer in huis en betalen vaak mee aan vervoer, eten of huur. Vooral gezinnen buiten de grote onderwijssteden merken hoe lastig de keuze wordt.

Dagelijks reizen kost tijd en geld

Een reis van 60 tot 80 kilometer is niet alleen vermoeiend. Vertragingen, overstappen en uitgevallen treinen kunnen van een lesdag een bijzonder lange dag maken.
Een student die om negen uur college heeft, moet soms vóór zeven uur vertrekken. Na een avondactiviteit moet hij op tijd weg om de laatste trein of bus te halen. Daardoor wordt deelnemen aan verenigingen, projectgroepen en het sociale studentenleven moeilijker.
Ook een bijbaan in de studiestad wordt minder aantrekkelijk wanneer na iedere dienst nog een lange terugreis volgt. Werken in de eigen woonplaats kan weer botsen met het onderwijsrooster.
De prijs van het openbaar vervoer is bovendien niet voor iedere student volledig gedekt. Het studentenreisproduct helpt, maar niet in iedere periode, op ieder traject of onder alle omstandigheden. Een auto is voor veel jongeren geen betaalbaar alternatief.

Bouwplannen lossen het probleem niet snel op

Voor de komende jaren bestaan plannen voor nieuwe studentenwoningen. De praktijk leert alleen dat een bouwplan niet hetzelfde is als een opgeleverde kamer.
Projecten kunnen vertraging oplopen door bezwaarprocedures, financiële problemen, hoge bouwkosten, netcongestie of gebrek aan een geschikte locatie. Tegelijk verdwijnen bestaande kamers wanneer particuliere verhuurders hun pand verkopen.
Daardoor moet nieuwbouw niet alleen de groeiende vraag opvangen, maar ook het verlies aan bestaande woonruimte compenseren.
Zelfs wanneer de huidige plannen doorgaan, kan over acht jaar nog een tekort van 10.000 tot 35.000 woonruimten bestaan. De bandbreedte is groot omdat het toekomstige aantal studenten en het gedrag van verhuurders moeilijk exact te voorspellen zijn.

Pas op voor fraude bij kamerzoektocht

De schaarste creëert ook kansen voor oplichters. Zij plaatsen foto’s van een aantrekkelijke kamer, vragen snel een borgsom en verdwijnen zodra het geld is overgemaakt.
Betaal daarom geen honderden euro’s voordat duidelijk is wie de verhuurder is en of de woning werkelijk bestaat. Een bezichtiging via alleen een opgenomen video biedt weinig zekerheid. Controleer het adres, vraag om een conceptcontract en wees achterdochtig wanneer onmiddellijk moet worden betaald.
Ook zogenaamde bemiddelingskosten kunnen problematisch zijn. Wanneer een bemiddelaar feitelijk voor de verhuurder werkt, mag hij niet altijd tegelijkertijd kosten bij de huurder in rekening brengen.
Een extreem goedkope kamer op een perfecte locatie verdient eveneens extra controle. Op een markt met tienduizenden zoekenden bestaat weinig reden voor een echte verhuurder om ver onder de gangbare prijs te gaan zitten.
Het structurele probleem blijft ondertussen bestaan. Ruim 20.000 ontbrekende kamers betekent niet alleen dat jongeren langer bij hun ouders wonen. Het beïnvloedt studiekeuzes, reistijd, sociale contacten en de mogelijkheid om zelfstandig te worden. Een kamer is daarmee veel meer dan een bed in de buurt van een collegezaal.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading