Een eigen kamer vinden is één opgave. Iedere maand de rekening kunnen betalen is een tweede. Volgens een analyse van ING bedragen de gemiddelde woonlasten van studenten ongeveer €590 per maand, na aftrek van huurtoeslag. Daarmee gaat voor veel studenten ongeveer 40 procent van het inkomen naar wonen. De cijfers helpen verklaren waarom uit huis gaan lang niet voor iedereen vanzelfsprekend is bij de start van een studie.
Van de thuiswonende studenten noemt 44 procent de betaalbaarheid van woonruimte als belangrijkste reden om thuis te blijven. Daarnaast zegt 19 procent geen geschikte woonruimte te kunnen vinden.
InFinance beschrijft de analyse van ING van 4 september.
Het bedrag van €590 is een gemiddelde. Het is geen standaardhuur die iedere student betaalt en evenmin een bedrag waarop iedere kamerzoeker recht heeft.
De huurprijs is nog geen volledige begroting
Een advertentie met een maandbedrag geeft niet altijd meteen duidelijkheid over de totale kosten. Kijk wat in de prijs is opgenomen en welke uitgaven daar nog naast komen.
Vraag bij een mogelijke kamer welke voorzieningen je deelt, hoe bijkomende kosten worden geregeld en welke bedragen je bij aanvang moet betalen. Zet de antwoorden op papier voordat je je maandbudget vaststelt.
Ook een relatief betaalbare kamer kan bij de start om geld vragen dat je nog niet hebt gereserveerd. Denk aan verhuizing, inrichting en spullen die thuis vanzelfsprekend aanwezig waren.
Een bed, lamp, bureau en keukenspullen lijken losse kleine aankopen. Samen kunnen ze een bedrag vormen dat niet in de gewone maandbegroting past. Maak daarvoor dus een apart lijstje.
€590 per maand is €7.080 per jaar
Maandbedragen zijn overzichtelijk, maar een jaarberekening maakt de omvang tastbaar. Twaalf keer €590 komt neer op €7.080.
Daar zijn in dit rekenvoorbeeld nog geen boodschappen, studiematerialen, kleding of andere persoonlijke uitgaven bij opgeteld. Het laat alleen zien wat hetzelfde woonbedrag over een heel jaar betekent.
Zo voorkom je ook dat een tijdelijk gunstige maand een verkeerd beeld geeft. Wie in september nog spaargeld heeft van een vakantiebaan, kan zich ruimer voelen dan iemand die dezelfde rekening in februari moet betalen.
Maak daarom niet uitsluitend een begroting voor de eerste weken. Bekijk ook hoe het jaar eruitziet wanneer de studie drukker wordt, werkuren veranderen of een onverwachte aankoop nodig is.
Zet inkomsten naast uitgaven
Neem daarbij alleen bedragen op waarop je daadwerkelijk kunt rekenen. Een verwachte bijbaan is nog geen vast inkomen. Een mogelijke ouderbijdrage is pas bruikbaar in de begroting wanneer daar een duidelijke afspraak over bestaat.
Maak ook onderscheid tussen geld dat je ontvangt en geld dat je leent. Beide kunnen een rekening betalen, maar ze hebben een andere betekenis voor je financiële positie.
Door de bedragen afzonderlijk te noteren, wordt zichtbaar welk deel van het leven op kamers wordt gedekt door inkomen en welk deel door het aanspreken van spaargeld of het opbouwen van schuld.
Ouders en studenten hebben baat bij duidelijke afspraken
Een gesprek over geld gaat gemakkelijker voordat er een tekort is. Spreek af welke kosten de student zelf betaalt en waarmee ouders eventueel helpen.
Dat hoeft geen ingewikkelde overeenkomst te worden. Een vast maandbedrag, een afspraak over studiematerialen of een eenmalige bijdrage aan inrichting geeft al duidelijkheid.
Bespreek ook wat er gebeurt wanneer de kosten hoger blijken. Is er ruimte voor extra ondersteuning, moet de student meer werken of moet de begroting worden aangepast?
De mogelijkheden verschillen per gezin. Juist daarom is vergelijken met vrienden vaak weinig behulpzaam. De ene student krijgt een kamer betaald, de andere ontvangt alleen af en toe boodschappen. Aan de buitenkant kan hun dagelijks leven behoorlijk op elkaar lijken.
Het gemiddelde helpt, jouw cijfers beslissen
Wie een kamer overweegt, kan het bedrag van €590 gebruiken als aanleiding om door te rekenen. Het vervangt de eigen begroting niet.
Een kamer verder van de opleiding kan minder kosten, maar een andere dagelijkse planning vragen. Een duurdere woonplek kan praktischer zijn, maar minder financiële reserve overlaten.
Zet daarom twee of drie concrete mogelijkheden naast elkaar met dezelfde posten. Dan wordt duidelijk waar het werkelijke verschil zit.
Een zelfstandig adres geeft vrijheid, maar ook terugkerende verplichtingen. De beste voorbereiding bestaat uit weten welke rekening iedere maand komt, waar het geld vandaan moet komen en hoeveel ruimte er overblijft wanneer het studiejaar anders loopt dan vooraf gedacht.