Een medewerker van
ABN AMRO die al ruim twee jaar ziek thuis zat, declareerde achteraf over ruim 500 dagen een thuiswerkvergoeding. Ze werd op staande voet ontslagen, en dat
ontslag blijft staan. Toch moet de bank haar een transitievergoeding van €15.965,24 betalen. Volgens de kantonrechter in Amsterdam was haar handelen wel een reden voor ontslag, maar niet ernstig verwijtbaar.
Dat staat in een
uitspraak die op 29 september werd gepubliceerd. De zaak laat zien dat een ontslag op staande voet en een transitievergoeding elkaar niet altijd uitsluiten.
Wat er gebeurde
De vrouw werkte sinds februari 2021 bij de bank en verdiende ruim €9.600 bruto per maand. Op 9 augustus 2023 meldde ze zich ziek. Ze kwam daarna niet meer aan het werk. Na 104 weken ziekte stopte de bank in augustus 2025 met het doorbetalen van haar loon.
Eind december 2025 diende ze declaraties in voor een thuiswerkvergoeding van €3 per dag, over de periode van december 2023 tot en met november 2025. In die periode had ze niet gewerkt. De regeling van de bank is duidelijk: op dagen dat je ziek bent of verlof hebt, mag je geen vergoedingen declareren. Haar leidinggevende ontdekte de declaraties begin januari. Op 21 januari 2026 volgde het ontslag op staande voet.
Haar verweer
De vrouw zei dat het een vergissing was. Ze wees erop dat een eerdere declaratie over ziektedagen in 2023 automatisch was goedgekeurd, en dat ze tijdens haar ziekte ook haar internetvergoeding bleef krijgen. Ze had last van PTSS en een zware depressie, en wilde volgens haar eind december nog "de laatste administratieve dingen" afhandelen voordat haar contract zou eindigen.
Ontslag terecht
De kantonrechter vond dat het de vrouw "volstrekt duidelijk" had moeten zijn dat ze geen recht had op een thuiswerkvergoeding op dagen dat ze niet werkte. Een automatisch goedgekeurde declaratie weegt niet op tegen het heldere beleid van de bank. En een algemene internetvergoeding is iets anders dan een vergoeding per gewerkte dag.
De gevolgen van het ontslag waren voor haar ook beperkt, omdat ze al na 104 weken ziekte geen loon meer kreeg. De bank had snel gehandeld, binnen twee weken na de ontdekking. Het ontslag bleef dus staan, en een extra billijke vergoeding kreeg ze niet.
Toch een transitievergoeding
Normaal hoeft een werkgever bij een terecht ontslag op staande voet
geen transitievergoeding te betalen. Maar dat geldt alleen als je ontslag het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen. En dat is een zwaardere eis dan een dringende reden voor ontslag.
Hier was daar volgens de
rechter geen sprake van. "Van doelbewuste benadeling is geen sprake", schrijft de kantonrechter. De vrouw had psychische klachten en heeft niet bewust geprobeerd de bank te benadelen. Daarom moet ABN AMRO haar alsnog de transitievergoeding van €15.965,24 bruto betalen, met wettelijke rente vanaf 21 februari 2026. Beide partijen betalen hun eigen proceskosten.
Wat je hieruit kunt halen
De
transitievergoeding is een derde maandsalaris per dienstjaar. Je hebt er in principe recht op als je werkgever je contract beëindigt, ook als je ziek bent. Alleen bij ernstig verwijtbaar gedrag vervalt dat recht. Een werkgever die een ontslag op staande voet geeft, moet dus apart aantonen dat je gedrag zo ernstig verwijtbaar was.
Ben je op staande voet ontslagen, dan heb je daarbij vaak geen recht op een WW-uitkering. Het loont dus om snel te laten beoordelen of het ontslag en het vervallen van je vergoeding terecht zijn.
Wat je kunt doen
Let op de termijnen. Wil je een ontslag op staande voet aanvechten, dan moet je binnen twee maanden naar de kantonrechter. Voor een transitievergoeding heb je drie maanden na het einde van je contract. Noem de transitievergoeding in je verzoek meteen apart, zoals de vrouw in deze zaak deed: daardoor was haar vordering op tijd.
En check vóór je iets declareert wat de regeling van je werkgever zegt over ziekte en verlof. Zijn je vergoedingen tijdens je ziekte gewoon doorgelopen, vraag dan schriftelijk na of dat klopt. Zo voorkom je dat een vergissing als fraude wordt gezien.