Afbeelding gemaakt met Gemini AI van Google

UWV ontdekte pas na vier jaar dat de partner werkte, maar mag toch €13.865,60 aan toeslag op de WIA-uitkering terugvorderen

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Ontvang je naast je WIA-, WW- of Ziektewetuitkering een aanvullende toeslag van het UWV om samen op het sociaal minimum uit te komen, en gaat je partner na jaren ineens werken? Denk dan nooit dat het UWV die loonstrookjes via de Belastingdienst vanzelf wel verrekent met je maandbedrag. Uit een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (ECLI:NL:RBGEL:2026:8088), die op woensdag 28 oktober 2026 is gepubliceerd, blijkt dat het UWV pas na vier jaar ontdekte dat de partner werkte, maar achteraf toch €13.865,60 mocht terugvorderen.
Een toeslag van het UWV op grond van de Toeslagenwet vult je bruto-uitkering aan als het totale gezamenlijke inkomen van jou en je partner onder het sociaal minimum ligt. In deze Gelderse zaak ontving een volledig arbeidsongeschikte man al sinds 2009 een IVA-uitkering met zo'n UWV-toeslag erbij. In november 2010 had hij op een controleformulier ingevuld dat noch hijzelf, noch zijn partner betaald werk had. Bijna negen jaar later, op 10 oktober 2019, ging zijn partner weer in loondienst werken, waardoor hun gezamenlijke inkomen boven het sociaal minimum uitkwam.

Vier jaar lang geen enkele actie van het UWV

Het UWV controleerde het inkomen van partners toen nog niet: zonder directe aanleiding mocht het volgens het UWV vanwege de AVG geen onderzoek doen naar anderen dan de uitkeringsgerechtigde. Zo bleef de toeslag bijna vier jaar lang ongewijzigd doorlopen. Pas op 28 september 2023 stuurde het UWV de man een brief dat uit de gegevens bleek dat zijn partner inkomen uit arbeid had. De toeslag werd toen per oktober 2023 omgezet in een voorschot en uiteindelijk per 1 januari 2024 stopgezet.
Op 30 en 31 januari 2024 volgde de gepeperde rekening: het UWV herzag de toeslag met terugwerkende kracht vanaf 10 oktober 2019 en vorderde over die ruim vier jaar €17.231,16 bruto terug, plus nog eens €236,86 bruto over de maand januari 2024. Nadat de man bezwaar en beroep had ingesteld en wees op zijn slechte gezondheid, de ziekte van zijn partner (wier salaris inmiddels was teruggevallen naar ziekengeld) en het jarenlange stilzitten van de instantie zelf, nam het UWV in augustus 2024 een nieuw besluit. Vanwege een 'dringende reden' beperkte het UWV de terugwerkende kracht tot drie jaar (van 1 februari 2021 tot 1 februari 2024), waardoor de hoofdsom daalde van €17.231,16 naar €13.865,60 inclusief vakantietoeslag.

Waarom de rechter €13.865,60 niet verder verlaagt

De man stapte daarop naar de bestuursrechter in Arnhem met het argument dat ook een schuld van €13.865,60 onevenredig zwaar is wanneer het UWV zelf vier jaar lang op zijn handen heeft gezeten. Bovendien stelde hij dat zijn partner destijds telefonisch aan het UWV had doorgegeven dat zij ging werken en toen te horen had gekregen dat haar salaris geen gevolgen zou hebben voor de IVA-uitkering van haar man.
De rechtbank geeft de man op dat punt geen gelijk. Het is niet aannemelijk geworden dat zijn partner heeft gebeld, en vast staat dat de man het inkomen van zijn partner niet heeft doorgegeven. Dat hij na 2010 geen waarschuwingsbrieven meer kreeg, ontslaat hem volgens de rechter niet van de plicht om wijzigingen zelf door te geven. Het UWV had volgens de rechtbank ook geen aandeel in het ontstaan van de schuld: het mocht partnerinkomen niet zonder aanleiding controleren en greep in zodra het in september 2023 een signaal kreeg. Met de beperking tot drie jaar, vanwege de ziekte van beiden en het lagere inkomen van de partner, heeft het UWV volgens de rechter genoeg rekening gehouden met de gevolgen.

Wel €1.000 schadevergoeding wegens trage rechtsgang

De terugvordering van €13.865,60 blijft daardoor volledig overeind. Wel krijgt de man een doekje voor het bloeden omdat de rechtszaak acht maanden te lang heeft geduurd: hij ontvangt €1.000 aan immateriële schadevergoeding voor de overschrijding van de redelijke beslistermijn, plus €51 griffierecht en in totaal €2.335 aan proceskostenvergoeding (€1.868 van het UWV en €467 van de Staat). Heb je zelf een toeslag van het UWV naast je WIA of WW, onthoud dan het cruciale verschil: voor je gewone WIA-uitkering telt het inkomen van je partner niet mee, maar voor de aanvullende UWV-toeslag telt elke euro van je partner wél mee en moet je dat altijd schriftelijk via Mijn UWV vastleggen.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op Facebook.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading