Afbeelding gemaakt met Gemini AI van Google

UWV eiste door eigen fouten €7.889,78 aan WIA-voorschotten terug, maar de rechter zet een streep door de hele schuld

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Wacht je na twee jaar ziekte maandenlang op een keuring voor de WIA en betaalt het UWV in de tussentijd een voorschot om je vaste lasten te kunnen blijven betalen? Als het UWV daarbij zelf steken laat vallen en je bekende bijverdiensten of een andere uitkering vergeet te verrekenen, mag de uitkeringsinstantie de rekening achteraf niet zomaar bij jou neerleggen. Dat heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant bepaald in een uitspraak (ECLI:NL:RBZWB:2026:10041) die op dinsdag 27 oktober 2026 is gepubliceerd. Het UWV wilde eerst €7.889,78 en later nog €3.944,89 terugvorderen van een vrouw die geen enkele fout had gemaakt, maar de rechter vernietigt de terugvordering tot op de laatste cent.
De aanvraagster vroeg na haar ziekteperiode een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan via de wettelijke WIA-regeling. Omdat het UWV veel te lang deed over de beoordeling, kreeg zij van 19 april 2024 tot en met 31 mei 2025 voorschotten op de WIA-uitkering. In diezelfde periode had de vrouw wisselende inkomsten uit arbeid én ontving zij een Ziektewetuitkering. Al die bedragen waren keurig bij het UWV bekend, maar de instantie vergat een jaar lang om haar salaris en de Ziektewetuitkering op de maandelijkse WIA-voorschotten in mindering te brengen.

Van €7.889,78 naar €3.944,89 tijdens de rechtszaak

Op 26 mei 2025 wees het UWV de WIA-aanvraag af, omdat de vrouw minder dan 35 procent arbeidsongeschikt was. Op 6 februari 2026 stuurde het UWV haar daarna een besluit waarin €7.889,78 aan voorschotten werd teruggevorderd. Toen de vrouw daartegen bezwaar maakte, hield het UWV op 15 april 2026 voet bij stuk en verklaarde haar bezwaar ongegrond. Pas nadat zij naar de bestuursrechter in Breda was gestapt, kwam het UWV op 15 juli 2026 met een gewijzigde beslissing.
In dat nieuwe besluit gaf het UWV ruiterlijk toe dat de terugvordering volledig was ontstaan door eigen fouten van de uitkeringsinstantie en door de lange doorlooptijd van de WIA-beoordeling, terwijl de aanvraagster niets te verwijten viel. Vanwege 'dringende redenen' besloot het UWV de schuld van €7.889,78 precies door de helft te delen, zodat de vrouw nog altijd €3.944,89 moest terugbetalen.

Waarom de rechtbank ook €3.944,89 van tafel veegt

De rechtbank maakt korte metten met die halvering. Allereerst wijst de rechter op de algemeen bekende vaste gedragslijn van het UWV dat voorschotten bij een WIA-aanvraag vanwege de lange behandeltermijnen niet worden teruggevorderd. De vrouw mocht er dus in beginsel van uitgaan dat het UWV dat ook bij haar niet zou doen. Daarnaast oordeelt de rechter dat de vrouw niet wist en ook niet redelijkerwijs kon weten dat haar voorschotten te hoog waren. Door de gelijktijdige samenloop van wisselende looninkomsten, een Ziektewetuitkering en WIA-voorschotten was haar situatie daarvoor te ingewikkeld.
Bovendien weegt de rechter de financiële situatie van de vrouw zwaar mee. Zij leeft inmiddels van een bijstandsuitkering en kan de terugvordering maar moeilijk terugbetalen. Dat het UWV door eigen fouten toch een jaar aan voorschotten terugvordert, vindt de rechter onder deze omstandigheden niet redelijk: er zijn dringende redenen om helemaal van terugvordering af te zien.

Rechter voorziet zelf in de zaak: schuld naar €0

In plaats van het UWV een vierde poging te gunnen om een nieuw besluit te schrijven, voorziet de rechtbank direct zelf in de zaak. De terugvordering van €7.889,78 én de latere vordering van €3.944,89 worden allebei vernietigd en de rechter bepaalt dat het UWV volledig van terugvordering moet afzien, waardoor de schuld op €0 uitkomt. Daarnaast moet het UWV aan de vrouw €1.868 aan proceskostenvergoeding voor haar rechtsbijstand én haar €54 aan betaald griffierecht vergoeden. Krijg je zelf te maken met een terugvordering van een WIA-voorschot terwijl je al je inkomsten tijdig hebt doorgegeven, neem dan niet zomaar genoegen met een standaardafwijzing of een gedeeltelijke korting, maar verwijs in je bezwaar naar je meldingsbewijzen en deze uitspraak. Het UWV kan nog binnen zes weken in hoger beroep gaan bij de Centrale Raad van Beroep.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op Facebook.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading