Maar wat blijkt? Ondanks alle klaagzang en het pessimisme blijft het totale aantal
huurwoningen in Nederland gewoon stabiel. Dit blijkt uit de nieuwe kwartaalcijfers van het
Kadaster. Op 1 oktober van dit jaar waren er 767.100 huurwoningen in handen van verhuurders met een winstoogmerk, iets meer dan de 766.500 van een jaar eerder.
Hoe kan dat nou, zou je denken? Nou, terwijl particuliere verhuurders massaal uitstappen (ze verkochten maar liefst 11.200 woningen!), zijn er juist andere partijen die hun kans grijpen. Bedrijfsmatige verhuurders, vaak grote institutionele beleggers, kopen bij en bouwen zelfs nieuwe woningen. Hierdoor kwamen er 11.800
huurwoningen bij. En wat blijkt? De totale voorraad blijft redelijk gelijk. Volgens onderzoeker Lianne Hans van het
Kadaster compenseert de nieuwbouw door deze beleggers voor de verkoop door particuliere investeerders.
Natuurlijk, de particuliere verhuurder verdwijnt langzaam maar zeker uit het straatbeeld. De tijd van een vriendelijke huisbaas om de hoek lijkt voorbij. Daarvoor in de plaats komen grote, anonieme bedrijven die met pensioenfondsen en verzekeraars in de vastgoedmarkt zitten. Is dat beter? Is dat slechter? Dat is een kwestie van perspectief. Maar feit is wel dat het aantal
huurwoningen vooralsnog niet daalt. De vraag is hoe lang dit vol te houden is, gezien de druk op de particuliere verhuurmarkt. Maar voor nu? De voorraad blijft gelijk. Het lijkt erop dat de markt, ondanks alle bemoeienis en tegenwerking, zichzelf toch weet te stabiliseren.