Naar inhoud springen
Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI

AOW'er met partner in verpleeghuis: €250.000 spaargeld kan in 2027 ruim €73 per maand kosten bij CAK

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Gaat je partner naar het verpleeghuis en blijf jij thuis wonen, dan geldt in 2027 de lage eigen bijdrage aan het CAK: minimaal €218,60 en maximaal €1.147,80 per maand. Stel: jullie verzamelinkomen over 2025 was samen €60.000. Zonder vermogen boven de grens van het CAK is de bijdrage dan €500 per maand, met €100.000 op de bank €508,40 en met €250.000 op de bank €573,77.
€100.000 spaargeld kost jullie in dit voorbeeld dus €8,40 per maand, €250.000 kost €73,77. De kosten lopen sneller op dan het spaargeld, omdat bij een hoger bedrag twee dingen tegelijk meetellen: een bijtelling over je vermogen en het box 3-inkomen op je belastingaanslag.
De partner in het verpleeghuis is de bijdrage verschuldigd, maar het CAK rekent met jullie gezamenlijke inkomen en vermogen. Jouw pensioen en spaargeld tellen dus ook mee.

Waarom de lage bijdrage blijft gelden

Wie zonder thuiswonende partner naar een zorginstelling verhuist, betaalt na vier maanden meestal de hoge eigen bijdrage. Die kan in 2027 oplopen tot €3.149,40 per maand. Woont je partner thuis, dan blijft het de lage bijdrage, ook na die eerste vier maanden.
Dat geldt zolang jullie de AOW voor gehuwden houden: met een AOW voor ongehuwden gaat het volgens het CAK in de meeste gevallen na vier maanden om de hoge bijdrage.

Zo rekent het CAK

De berekening van de lage bijdrage is voor een thuisblijvende partner vrij kort:
  • Het CAK neemt jullie verzamelinkomen van twee jaar eerder. Voor 2027 is dat 2025.
  • Hadden jullie meer vermogen in box 3 dan €74.790, gelijk verdeeld, dan komt 4 procent van het deel daarboven erbij.
  • Van dat totaal telt 10 procent mee.
  • Dat bedrag deelt het CAK door 12.
Het gaat om het vermogen aan het begin van het peiljaar, dus op 1 januari 2025. Wat je nu op de bank hebt, telt niet.
Door die twee percentages kost elke €10.000 boven de grens via de bijtelling €40 per jaar, oftewel €3,33 per maand. Daar kan box 3-inkomen bij komen, want dat zit al in je verzamelinkomen. Over 2025 rekent de Belastingdienst met 1,37 procent op banktegoeden en €115.368 heffingsvrij voor fiscale partners samen. Blijf je daaronder, dan heb je geen box 3-inkomen en telt alleen de bijtelling.

Drie voorbeelden met AOW en pensioen

Stel: jullie zijn getrouwd, hebben allebei AOW en hadden in 2025 samen €60.000 verzamelinkomen uit AOW en pensioen, ieder ongeveer de helft. Op 1 januari 2025 stond er €100.000 op jullie spaarrekening. Boven de grens is dat €25.210, en 4 procent daarvan is €1.008,40. Het totaal komt op €61.008,40. Daarvan is 10 procent €6.100,84, en dat is €508,40 per maand.
Stel: hetzelfde stel had €250.000 op de bank. De bijtelling is dan 4 procent van €175.210, oftewel €7.008,40. Daar komt €1.844 box 3-inkomen bij: 1,37 procent over €134.632. Het totaal wordt €68.852,40 en de bijdrage €573,77 per maand.
Stel: diezelfde €250.000 stond in beleggingen. Dan geldt voor 2025 een percentage van 5,88. Het box 3-inkomen wordt €7.916 en de bijdrage €624,37 per maand. Dat is €124,37 meer dan zonder vermogen.
Bij een ander inkomen schuift het bedrag mee, zolang je tussen het minimum en het maximum blijft:
  • Bij €36.000 samen: €300,00 zonder vermogen boven de grens, €308,40 met €100.000 op de bank en €373,77 met €250.000.
  • Bij €48.000 samen: €400,00 zonder vermogen boven de grens, €408,40 met €100.000 op de bank en €473,77 met €250.000.
  • Bij €60.000 samen: €500,00 zonder vermogen boven de grens, €508,40 met €100.000 op de bank en €573,77 met €250.000.
De bedragen zijn per maand, met het spaargeld gelijk verdeeld over beide partners en vóór de compensatie hieronder. Het minimum van €218,60 geldt tot een totaal van €26.232, het maximum vanaf €137.736.

Wat de afbouw van de compensatie kost

Ligt het inkomen van een van jullie lager, dan kan de compensatie vervallen ouderentoeslag de bijdrage iets drukken. Dat is een aftrek voor AOW'ers met vermogen, die wordt afgebouwd.
Je eigen inkomen, verminderd met 4 procent van je eigen vermogen, moet daarvoor in 2027 onder de €25.394 liggen. In de tabel kan dat vooral de lagere inkomens raken.
De aftrek was in 2025 maximaal €1.700 per persoon. In 2026 is dat €1.133, en in 2027 blijft een derde over, dus €566,67. Bij de lage bijdrage telt die aftrek voor 10 procent. Hij scheelt in 2027 dus hooguit €4,72 per maand per persoon, tegen €9,44 in 2026. In 2028 vervalt hij helemaal.

Wat je kunt doen

Is je vermogen sinds 2025 flink gedaald, dan kun je een aanpassing van de eigen bijdrage aanvragen. Voor 2027 moet je bijdrageplichtig inkomen dan minstens €3.387,80 lager zijn dan in 2025. Alleen via de bijtelling is daarvoor zo'n €84.700 minder vermogen boven de grens nodig, dus een kleine daling helpt niet.
Wat je in 2026 uitgeeft, zie je zonder aanpassing pas terug in de bijdrage van 2029. Dat jaar rekent het CAK immers met je vermogen van twee jaar eerder.
Pak de aanslag over 2025 erbij: daar staat jullie verzamelinkomen op. Maak daarna met de rekenhulp van het CAK een proefberekening voor 2027 met jullie eigen bedragen.
Wil je elke week het belangrijkste nieuws over je AOW en pensioen in je mail? Schrijf je in voor de gratis AOW-brief.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading