Op 1 augustus 2026 wachtten 17.894 mensen met een verpleeghuisindicatie op een plek in een instelling, en 5.892 van hen stonden toen al langer dan een half jaar op de wachtlijst. Dat blijkt uit het
verslag met vragen en antwoorden bij de VWS-begroting voor 2027 dat op 16 oktober 2026 is gepubliceerd. Wie in de tussentijd thuis overbruggingszorg ontvangt uit de Wet langdurige zorg, betaalt daarvoor via het CAK al een maandelijkse eigen bijdrage tussen €30,40 en €933,60.
Een indicatie van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor verpleging en verzorging betekent in de praktijk lang niet altijd dat er direct een kamer vrij is. Volgens het kabinet verbleven in het vierde kwartaal van 2025 in totaal 124.780 mensen in een verpleeghuis met zorgprofiel VV4 tot en met VV10 (waarvan 103.095 met behandeling en 21.695 zonder behandeling), terwijl op peildatum 1 augustus 2026 nog eens 17.894 cliënten op een plek wachtten.
Van die 17.894 wachtenden zijn er volgens het ministerie 323 acuut wachtend, wachten er 4.456 op actieve plaatsing en wachten er 13.115 op een voorkeurslocatie. De wachtduur loopt sterk uiteen: 2.500 mensen wachten tot twee weken, 1.642 twee tot vier weken, 1.210 vier tot zes weken, 2.949 zes tot dertien weken en 3.701 drie tot zes maanden. Daarnaast wachten 2.928 mensen zes tot twaalf maanden en staan 2.964 mensen al langer dan een jaar op de wachtlijst.
Wat je thuis betaalt tijdens het wachten
Wie op de wachtlijst staat voor een verpleeghuis en thuis alvast zorg of begeleiding krijgt, ontvangt overbruggingszorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz). Op grond van
artikel 3.2.5, eerste lid, van de Wet langdurige zorg kan bij algemene maatregel van bestuur een eigen bijdrage worden vastgesteld, en volgens artikel 3.3.1.1, eerste lid, van het Besluit langdurige zorg zijn verzekerden van 18 jaar of ouder die bijdrage verschuldigd.
Het
CAK legt op zijn pagina over overbruggingszorg uit dat wie thuis wachtzorg ontvangt, het tarief voor een modulair pakket thuis (mpt) betaalt.
In 2026 ligt de gewone lage eigen bijdrage volgens
artikel 3.3.2.2, derde lid, van het Besluit langdurige zorg tussen €212,60 en €1.115,80 per maand.
Bij een modulair pakket thuis of persoonsgebonden budget (pgb) wordt dat bedrag op grond van het vierde lid verminderd met €182,20 per maand. Daardoor ligt de
eigen bijdrage voor een modulair pakket thuis in 2026 tussen minimaal €30,40 en maximaal €933,60 per maand, afhankelijk van het inkomen en vermogen van twee jaar eerder.
Vast tarief van €30,40 bij hooguit 20 uur zorg
Voor wie thuis nog beperkte hulp ontvangt, geldt een aparte ondergrens. Krijgt een verzekerde per maand twintig uur of minder zorg in natura via een modulair pakket thuis (zonder pgb, andere Wlz-zorg in natura of deeltijdverblijf), dan wordt de bijdrage op grond van artikel 3.3.2.2, vijfde lid, van het Besluit langdurige zorg vastgesteld op het minimum van €30,40 per maand. Volgens
de toelichting van het CAK op de 20-uursgrens geeft de zorgaanbieder de uren binnen drie maanden door en volgt na circa vijf maanden automatisch een correctiefactuur, al kan de cliënt dit ook vooraf zelf melden.
Ook het startmoment ligt wettelijk vast. Hoewel het CAK op zijn webpagina over overbruggingszorg schrijft dat je betaalt vanaf de datum van de CIZ-indicatie, bepaalt artikel 3.3.1.5, tweede lid, van het Besluit langdurige zorg dat de eigen bijdrage verschuldigd is vanaf de maand waarin de zorg daadwerkelijk is verleend (of bij een pgb de eerste maand waarover dat is verleend), en hoogstens over de twaalf maanden vóór de maand van verzending van het vaststellingsbesluit.
Wanneer de hoge bijdrage van maximaal €3.061,80 ingaat
Zodra iemand naar een verpleeghuis verhuist, of wanneer overbruggingszorg in een instelling of ziekenhuis wordt verleend, geldt voor een ongehuwde verzekerde op grond van artikel 3.3.2.2, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit langdurige zorg gedurende de eerste vier maanden de lage eigen bijdrage van €212,60 tot maximaal €1.115,80 per maand.
Na vier maanden in de instelling betaalt een alleenstaande op grond van artikel 3.3.2.1, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit langdurige zorg de hoge eigen bijdrage, die volgens het tweede lid in 2026 maximaal €3.061,80 per maand bedraagt (en in 2027 €3.149,40). De eerste vier maanden lage bijdrage krijg je op grond van artikel 3.3.2.2, zevende lid, niet als je doorstroomt nadat de maximumduur voor ggz-verblijf onder de Zorgverzekeringswet is bereikt, of als je binnen vier maanden opnieuw wordt opgenomen na een verblijf waarvoor je al de hoge bijdrage betaalde. Volgens het achtste lid worden eerdere verblijven daarbij bij elkaar opgeteld, tenzij er meer dan 60 dagen tussen zaten.
Woont je partner nog thuis, dan blijf je op grond van artikel 3.3.2.2, tweede lid, onderdelen a en b, ook na vier maanden de lage bijdrage betalen. Dat geldt ook als je partner zelf thuis Wlz-zorg of een pgb krijgt. Zoals het
CAK waarschuwt bij een thuiswonende partner, vervalt dat zodra het stel bij de SVB kiest voor de AOW voor ongehuwden: dan telt de verpleeghuisbewoner als alleenstaand en geldt de hoge bijdrage.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op
Facebook.