De WW loopt af, maar de AOW begint nog niet. Voor bepaalde oudere werklozen bestaat dan een uitkering waarbij het inkomen van de partner en het eigen vermogen buiten beschouwing blijven: de IOW. Er gelden wel strikte voorwaarden, waaronder een leeftijdseis op de eerste werkloosheidsdag. Juist dat laatste kan voor verwarring zorgen. Het is niet voldoende om op de einddatum van de WW zestigplusser te zijn. Bij de beoordeling wordt teruggekeken naar het moment waarop de werkloosheid begon.
Wie de komende maanden zijn laatste WW-betaling verwacht, kan die datum daarom het beste uit de oorspronkelijke beslissing halen. Een paar maanden leeftijdsverschil kan bepalend zijn voor het recht op de volgende uitkering.
Geen vermogenstoets zoals bij bijstand
De IOW is de inkomensvoorziening voor oudere werklozen. De regeling kan na afloop van de WW een inkomen bieden tot uiterlijk de AOW-leeftijd.
Volgens de
Rijksoverheid telt het eigen vermogen niet mee. Een eigen woning of spaargeld sluit de IOW daardoor niet uit. Ook het inkomen en vermogen van een partner worden niet betrokken bij de vaststelling van de IOW.
Dat is een wezenlijk verschil voor huishoudens die vrezen na de WW volledig op het salaris van de partner te moeten leven. De beoordeling richt zich bij deze regeling niet op dezelfde manier op het gezamenlijke huishoudinkomen.
Daaruit volgt overigens niet dat iedere oudere werkloze met spaargeld recht heeft op IOW. Eerst moeten de overige voorwaarden worden gehaald.
De leeftijd op de eerste WW-dag
Voor de huidige instroom na WW noemt
UWV onder meer deze voorwaarden: de WW begon vanaf 1 januari 2020 en uiterlijk op 31 december 2027, de aanvrager was op de eerste werkloosheidsdag minimaal zestig jaar en vier maanden en de maximale WW-periode is bereikt.
Daarnaast moet langer dan drie maanden WW zijn ontvangen wegens het arbeidsverleden, of moet de periode zijn verlengd met resterende rechten uit een eerdere WW-uitkering.
Iemand die jonger was toen de werkloosheid begon, voldoet dus niet alsnog aan deze leeftijdseis doordat hij tijdens de WW jarig wordt.
De IOW kan ook aansluiten op een loongerelateerde WGA-uitkering, maar daarvoor gelden afzonderlijke voorwaarden. Het is verstandig die situatie niet zonder meer gelijk te stellen aan de overgang vanuit WW.
Hoe hoog kan de uitkering worden?
UWV berekent de bruto IOW op basis van zeventig procent van het maandloon dat bij de voorafgaande WW of loongerelateerde WGA hoorde. Er geldt een plafond: het sociaal minimum voor een alleenstaande.
De uitkering
gaat daardoor niet onbeperkt mee met een hoog vroeger salaris. Het persoonlijke bruto- en nettobedrag staat op de betaalspecificatie.
Eigen inkomsten kunnen wel worden verrekend. UWV noemt onder meer loon, inkomsten als zelfstandige en pensioen. Bij pensioen kan de verrekening ertoe leiden dat weinig of geen IOW overblijft.
Vervroegd pensioen opnemen om het einde van de WW op te vangen, verdient daarom een berekening vooraf. Anders kan een keuze die bedoeld is om het maandinkomen te verhogen een andere betaling verlagen.
Aanvragen kan vijf weken voor het einde
Bij een mogelijke overgang vanuit WW kan de IOW vanaf vijf weken voor het einde van de uitkering worden aangevraagd via Mijn UWV. Daar staat het formulier klaar voor mensen die daarvoor in aanmerking komen.
UWV
adviseert een overzicht van de inkomsten bij de hand te houden en de ontvangstbevestiging te downloaden. Een aparte bevestigingsmail wordt niet verstuurd. De beslissing volgt volgens de uitvoerder binnen acht weken na de aanvraag.
Voor de eigen administratie is het nuttig om drie datums vast te leggen: de laatste WW-dag, de dag van aanvragen en de aangekondigde beslistermijn. Daarmee blijft zichtbaar wanneer actie nodig is als een bericht uitblijft.
Ontbreekt een verwacht formulier, dan is navraag bij UWV verstandiger dan wachten op de laatste betaling.
Een toeslag bovenop IOW heeft andere voorwaarden
Wie met zijn inkomen onder het sociaal minimum komt, kan mogelijk ook een toeslag van UWV krijgen. Die toeslag is een afzonderlijke regeling.
Dat onderscheid doet ertoe voor het partnerinkomen. UWV vraagt bij een toeslag wél om relevante inkomsten van de partner. De vrijstelling daarvan binnen de IOW
mag dus niet worden doorgetrokken naar iedere aanvulling.
Een volledige beoordeling bestaat daarom uit meer dan de vraag of er nog spaargeld is. Leeftijd, ingangsdatum van de WW, duur van de uitkering en eigen inkomsten bepalen samen of dit vangnet beschikbaar is.