De openbare ruimte is steeds vijandiger geworden voor Joden. Herkenbare Joodse Nederlanders worden geconfronteerd met scheldpartijen, bedreigingen en intimidatie. Vandalisme tegen Joodse doelen steeg met 44 procent. “Mezoeza’s worden van deurposten gerukt, Joodse begraafplaatsen en monumenten beklad,” vertelt Mestrum. Joodse studenten mijden colleges door dreigementen en antisemitische protesten op universiteiten, waar leuzen worden gescandeerd die niets met kritiek op Israël te maken hebben, maar puur
Jodenhaat ademen.
Een dieptepunt was de “Jodenjacht” na de voetbalwedstrijd Ajax-Maccabi Tel Aviv, waarbij Israëlische supporters werden aangevallen door relschoppers. VVD-Kamerlid Ulysse Ellian windt er op X geen doekjes om: “We moeten accepteren dat er inmiddels mensen in Nederland wonen voor wie
antisemitisme normaal is. Hard optreden is het enige dat helpt.” Hij pleit voor een keiharde grens en onvoorwaardelijke bescherming van de Joodse gemeenschap.
En wat zien we vandaag, op Jom Hasjoa, de dag waarop we de Holocaust herdenken? Zogenaamde “sit-ins” op stations, georganiseerd door types die
Jodenhaat blijkbaar als een hobby zien. Toeval? Ik dacht het niet. Het is een middelvinger naar de Joodse gemeenschap en een bewijs dat deze zieke geesten geen respect hebben voor onze waarden. Het wordt tijd dat de lokale driehoek – burgemeester, politie en OM – eindelijk eens ballen toont en keihard ingrijpt. Geen woorden, maar daden. Jodenhaat is niet normaal en mag dat nooit worden.