DEN HAAG (ANP) - Het tempo waarin coronamaatregelen moesten worden uitgewerkt, lag zeker in de beginfase van de pandemie "ongehoord hoog". Dat heeft burgemeester Hubert Bruls van Nijmegen, destijds voorzitter van het Veiligheidsberaad, gezegd tijdens een verhoor door de parlementaire enquêtecommissie corona.
De burgemeesters van het Veiligheidsberaad moesten de door het kabinet aangekondigde maatregelen uitwerken in noodverordeningen die lokaal werden ingesteld. Dat was soms een race tegen de klok, zei Bruls. "Ik vind dat zelf geen groot drama", zei hij er wel bij. "Het hoort bij een crisis. Bij een crisis gaan dingen niet helemaal volgens het boekje."
Bruls was in maart 2020 nog slechts zijdelings betrokken bij de crisisaanpak. In de vergadering waar het eerste landelijke maatregelenpakket werd besproken, was hij naar eigen zeggen vooral toehoorder. "Ik heb desgevraagd gezegd dat ik mij de maatregelen kon voorstellen", zo schetste hij zijn beperkte inbreng in die periode. Later kreeg het Veiligheidsberaad een grotere, adviserende rol.
Carnaval
De Brabantse veiligheidsregio's namen begin maart al regionale maatregelen tegen het coronavirus, dat daar met carnaval als katalysator al snel om zich heen greep. Bruls vond het "heel positief" dat zij dat deden, maar realiseerde zich vrijwel meteen dat die aanpak het virus niet ging stoppen. "Dit land is te klein om je te kunnen permitteren langdurig met een regionale aanpak te werken."
Bruls hoorde in Nijmegen veel mensen "met een Brabantse tongval", en concludeerde dat het virus zich niet door provinciegrenzen zou laten tegenhouden. Lokaal samenkomsten verbieden had dan ook weinig zin, meende hij. "Als je de Maas oversteekt, dan mag het wel." Nog voordat Bruls zijn twijfels kon uitspreken, kwam het kabinet zelf tot diezelfde conclusie, zei hij.