AMSTERDAM (ANP) - De Nederlandse regering zou excuses moeten maken aan de duizenden Molukse ex-militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) en hun gezinnen die in de jaren vijftig gedwongen naar Nederland kwamen. Dat zou "een betekenisvol gebaar" zijn, zeker nu de eerste generatie Molukkers nog in leven is. Dat zei de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema woensdag bij een herdenking van de aankomst van ruim 4000 Molukkers in Amsterdam, 75 jaar geleden.
Volgens Halsema heeft Nederland "nog altijd een schuld in te lossen" ten opzichte van deze mensen. Ze werden "zo kil als het Nederlandse weer" ontvangen en bij aankomst direct gedemobiliseerd. Veel Molukkers leidden daarna een "geïsoleerd leven vol heimwee", aldus Halsema. Ze stond ook kort stil bij de "escalatie in de jaren zeventig", een periode van radicale en gewelddadige acties van de tweede generatie Molukkers. Dit "trieste dieptepunt" was volgens haar terug te voeren op "de pijn van de uitblijvende terugkeer".
Lang was er weinig aandacht voor "het Molukse verdriet" en voor "de pijnlijke rol die de Nederlandse staat hierin speelde", betoogde Halsema, maar ze ziet dat er langzaam meer maatschappelijke erkenning komt.
De burgemeester sprak bij een plechtigheid op de Javakade in het Oostelijk Havengebied. Daar komt in de toekomst een monument te staan. Op het marineterrein op het nabijgelegen Kattenburg werd in de ochtend een monument onthuld voor veertien Molukse marinemensen. Zij bleven na opheffing van het KNIL in 1950 in dienst van de Koninklijke Marine en werden na 1951 in Amsterdam gestationeerd.