DEN HAAG (ANP) - Tweede Kamerleden moeten zich vaker uitspreken tegen mogelijk kwetsende en discriminerende uitspraken van andere Kamerleden, als het aan Kamervoorzitter Thom van Campen ligt. In reactie op het rapport van de Staatscommissie tegen Racisme en Discriminatie zegt Van Campen dat het goed is dat het rapport de Kamerleden een spiegel voorhoudt.
Volgens Van Campen zijn alle Kamerleden verantwoordelijk voor een fatsoenlijk debat. "Dat is niet iets van de Kamervoorzitter alleen", aldus Van Campen tegen het ANP. Hij vindt het belangrijk dat in de Kamer alle geluiden uit de samenleving te horen zijn en dat "het scherpste debat" wordt gevoerd. Hij wil zelf dan ook niet te snel ingrijpen en vindt dat veel gezegd moet kunnen worden.
"Het is ook aan Kamerleden om vaker op te staan en er iets van te zeggen. Dat kan de Kamervoorzitter niet alleen. Ik hoop dat alle collega's in de Kamer goed kennisnemen van wat de staatscommissie heeft geadviseerd en daar ook op die manier invulling aan geven in hun debatteren." Van Campen zei wel dat hij ingrijpen niet schuwt, als het nodig is. "Dit geldt onverkort voor discriminerende en racistische uitlatingen."
Doorwerking
"Dit rapport laat wel zien dat we op onze woorden moeten letten", aldus Van Campen. "Dat we op de bal en niet op de persoon spelen, omdat het niet alleen gaat om de persoon die tegenover je staat in de plenaire zaal, maar dat het directe doorwerking kan hebben op mensen in de samenleving die zich met die persoon identificeren."
In het rapport van de staatscommissie staat dat uitspraken van Kamerleden snel terug te horen zijn op sociale media. Het onderzoek focuste zich vooral op discriminerende uitspraken. Bij een toename daarvan tijdens een debat in de Kamer leidt dit direct tot een toename online, staat in het rapport.
Van Campen stelt dat de staatscommissie de Kamerleden een spiegel voorhoudt: "Mensen let op, dit is wat er gebeurt als je bevolkingsgroepen zo expliciet op deze manier aanspreekt."