DEN HAAG (ANP) - Oud-staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken) vond al lang voordat zij in september 2021 als dwarsligger uit het kabinet werd gezet dat de maatregelen tegen het coronavirus veel te ver gingen. Zij noemde in een verhoor door de parlementaire enquêtecommissie corona met name de beperking die eind 2020 werd gesteld aan het aantal aanwezigen bij uitvaarten.
"Dat is een van de zeven werken van barmhartigheid, de doden begraven", zei Keijzer geëmotioneerd. Zij vond het "ongelooflijk" dat dit aan banden werd gelegd. Zij zei dat zij vanaf de zomer van 2020 meestal aanwezig was bij kabinetsvergaderingen over corona, maar dat zij vaak grote moeite had met wat daar werd besloten. "Dus ik probeerde het ook allemaal een klein beetje bij me weg te houden."
Keijzer sprak haar bezwaren naar eigen zeggen wel uit, maar zag dat dit weinig verschil maakte. Zij sprak van "een knotsgekke tijd". Niet alleen de maatregelen vielen haar zwaar, maar ook de manier waarop het kabinet daarover communiceerde en hoe "mensen tegen elkaar werden opgezet".