Stel DDS in als voorkeursbron op Google.
Voeg DDS toe op GoogleHet grote profijt van de hoogste inkomensgroep ontstaat vooral door de gunstige fiscale behandeling van de eigen woning, de hogere deelname aan het hoger onderwijs, het frequentere bezoek aan culturele voorzieningen en het intensievere gebruik van vervoersvoorzieningen.
Het profijt van het onderwijs loopt min of meer op met het inkomen: de hoge inkomens profiteren meer dan de midden- en lage inkomens. Dit komt vooral doordat gezinnen met hoge inkomens meer gebruikmaken van het hoger onderwijs. De onderwijsuitgaven voor 18-plussers worden aan de betrokken ouders toegerekend. Het profijt van deze onderwijsuitgaven komt grotendeels terecht bij de hogere inkomensgroepen. Het grotere profijt van hogere inkomensgroepen is niet alleen toe te schrijven aan het grotere aantal kinderen in de hogere inkomensgroepen, maar ook aan de grotere deelname van kinderen in de niet-leerplichtige leeftijd.
Bij de bepaling van het profijt dat huiseigenaren hebben van de gunstige fiscale behandeling van de eigen woning wordt de huidige fiscale wetgeving gevolgd, waarbij de eigen woning als bron van inkomen wordt aangemerkt, te belasten in box 1 (inkomsten uit arbeid en onderneming). De huiseigenaar wordt hierbij gezien als een ondernemer die zijn eigen woning exploiteert. Deze woning genereert inkomsten (een fictieve huur: de huurwaarde of het eigenwoningforfait), waarop uiteraard kosten in mindering kunnen worden gebracht. Deze kosten betreffen zakelijke lasten (diverse heffingen), onderhoud, afschrijving en financiering (waaronder de hypotheekrente). De huiseigenaar trekt bij zijn of haar belastingaangifte wel alle kosten af, waaronder de hypotheekrente. Het is dan redelijk dat ook alle inkomsten in aanmerking worden genomen. En dat is niet het geval. De gunstige fiscale behandeling van de eigen woning is in deze benadering dus gelokaliseerd aan de inkomstenkant van de woning (te lage bijtelling) en niet aan de kostenkant (hypotheekrenteaftrek). De fiscus gaat immers uit van een veel lagere fictieve huuropbrengst van de woning dan in economisch verkeer mogelijk is. Het huurwaardevoordeel is daarmee een belastinguitgave die voortvloeit profijt van volkshuisvestingsuitgaven uit een lagere vaststelling van de inkomsten uit eigen woning door de overheid dan in economisch verkeer zou zijn geschied.
We rekenen in dit rapport niet alleen overheidsuitgaven toe, maar we berekenen ook de gevolgen van overheidsregelingen die grote invloed hebben op de inkomens van burgers. Het gaat daarbij onder meer om fiscale faciliteiten die leiden tot een lager dan gebruikelijke belastingopbrengst (zoals de gunstige fiscale behandeling van de eigen woning) (...)
Loading