mulder1

Merz en Rutte verkopen bewapening als vrede, en de NAVO krijgt er in Münster een vredesprijs voor

Opinie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
In Münster, de stad die haar naam heeft verbonden aan de Vrede van Westfalen, voltrok zich afgelopen donderdag een merkwaardig schouwspel.
De NAVO ontving de Internationaler Preis des Westfälischen Friedens. Mark Rutte nam hem als secretaris-generaal in ontvangst. Friedrich Merz hield de laudatio.
Een militair bondgenootschap krijgt een vredesprijs.
Zelfs Merz voelde kennelijk aan dat daar iets moest worden uitgelegd. In zijn rede zei hij dat het sommige mensen had verbaasd dat juist een militair bondgenootschap deze vredesprijs kreeg.
Dat lijkt mij nogal zacht uitgedrukt.
Want wie Mark Rutte de afgelopen twee jaar heeft gevolgd, heeft hem niet bepaald leren kennen als een man die zijn publieke optredens hoofdzakelijk vult met ontwapeningsinitiatieven, diplomatieke compromissen of voorstellen om de militaire spanning met Rusland te verminderen.
Integendeel.

De man van de ‘wartime mindset’

Rutte heeft Europa herhaaldelijk opgeroepen een “wartime mindset” aan te nemen. Hij waarschuwde dat Europeanen zich moeten voorbereiden op een oorlog van een omvang zoals onze grootouders en overgrootouders die hebben meegemaakt.
Hij zegt dat de defensieproductie drastisch omhoog moet.
Hij verdedigt de enorme verhoging van de militaire uitgaven binnen de NAVO.
En hij zegt over een mogelijke confrontatie met Rusland dat iedere tegenstander moet weten dat de reactie van de NAVO “devastating” zal zijn.
Dat zijn niet mijn woorden.
Dat zijn die van de secretaris-generaal van de NAVO.
In Davos formuleerde hij zijn filosofie nog kernachtiger:
“If you want to prevent war, prepare for war.”

Kosovo, Libië en de ‘defensieve’ alliantie

Daar wordt doorgaans onmiddellijk aan toegevoegd dat de NAVO natuurlijk een defensieve alliantie is.
Dat staat inderdaad aan de basis van het Noord-Atlantisch Verdrag: Artikel 5 gaat over collectieve verdediging wanneer een lidstaat wordt aangevallen.
Maar daarmee is niet de hele geschiedenis verteld.
De NAVO heeft in de praktijk namelijk ook militair opgetreden buiten het grondgebied van haar lidstaten en in situaties waarin geen NAVO-land was aangevallen.
Het duidelijkste voorbeeld is Kosovo in 1999. Gedurende 78 dagen bombardeerde de NAVO doelen in Joegoslavië. Dat gebeurde niet in reactie op een aanval op een NAVO-lidstaat en zonder expliciete toestemming van de VN-Veiligheidsraad. Over de humanitaire en juridische rechtvaardiging daarvan wordt tot op de dag van vandaag gediscussieerd, maar één ding staat vast: dit was geen klassieke territoriale zelfverdediging.
Ook Libië verdient vermelding. In 2011 nam de NAVO de leiding over een internationale militaire operatie en voerde zij maandenlang luchtaanvallen uit op Libisch grondgebied. Die interventie had, anders dan Kosovo, wel een mandaat van de VN-Veiligheidsraad om burgers te beschermen en een no-flyzone af te dwingen. Maar ook daar was geen sprake van een aanval op een NAVO-land.
Dat maakt de eenvoudige formule “wij zijn uitsluitend een defensieve alliantie” op zijn minst onvolledig.

Boekarest 2008 en de rode lijn van Moskou

Maar er hoort nog een tweede ongemakkelijke historische werkelijkheid bij.
De huidige confrontatie met Rusland is niet ontstaan in een vacuüm.
Na het einde van de Koude Oorlog schoof de NAVO steeds verder naar het oosten op. Landen die ooit deel uitmaakten van het Warschaupact en later zelfs voormalige Sovjetrepublieken traden toe. Vanuit Westers perspectief gebeurde dat op vrijwillige basis: soevereine staten wilden bescherming zoeken binnen het bondgenootschap. Vanuit Moskou werd precies dezelfde ontwikkeling steeds meer gezien als een strategische omsingeling.
Dat verschil in perspectief werd explosief toen de NAVO-top van Boekarest in 2008 niet slechts sprak over samenwerking met Oekraïne en Georgië, maar formeel verklaarde:
“These countries will become members of NATO.”
Dat was geen Russische interpretatie. Het stond letterlijk in de slotverklaring van de NAVO zelf.
Voor Rusland betekende vooral een mogelijk NAVO-lidmaatschap van Oekraïne iets fundamenteel anders dan de toetreding van bijvoorbeeld Spanje of Nederland. Oekraïne grenst direct aan Rusland, heeft een lange gezamenlijke geschiedenis met Rusland en ligt strategisch naast essentiële Russische gebieden en de Zwarte Zee.
Men hoeft Poetins visie daarop niet over te nemen om te erkennen dat Moskou jarenlang duidelijk heeft gemaakt dat NAVO-lidmaatschap van Oekraïne voor Rusland een rode lijn was.
Dat betekent niet dat Rusland daarmee een vetorecht krijgt over de buitenlandse politiek van een soeverein Oekraïne.
En het betekent al helemaal niet dat de Russische invasie van 2022 daarmee gerechtvaardigd was.
Maar wie beweert dat de uitbreiding van de NAVO en het vooruitzicht van Oekraïens NAVO-lidmaatschap geen enkele rol hebben gespeeld bij de verslechtering van de verhouding tussen Rusland en het Westen, vertelt eveneens maar een deel van het verhaal.
Veiligheidsbeleid kent namelijk een oud probleem: wat de ene partij als bescherming beschouwt, kan door de andere partij als bedreiging worden ervaren.
De NAVO noemt uitbreiding veiligheid.
Rusland zag dezelfde beweging als militaire infrastructuur die steeds dichter bij zijn grenzen kwam.
En wanneer beide partijen vervolgens uitsluitend hun eigen veiligheidsperceptie als legitiem beschouwen, ontstaat precies het klassieke veiligheidsdilemma: iedere maatregel waarmee de ene partij zich veiliger probeert te maken, maakt de andere partij onveiliger — waarna die weer reageert met nieuwe militaire maatregelen.
Dat is geen rechtvaardiging van oorlog.
Het is wel een verklaring waarom diplomatie zo belangrijk is.
Juist daarom is het opmerkelijk dat het huidige debat zo weinig historische zelfreflectie kent. Alsof alle gebeurtenissen op 24 februari 2022 begonnen en alles wat eraan voorafging irrelevant zou zijn.
Dat is geschiedschrijving met een zeer korte horizon.
Men kan verdedigen dat de NAVO-uitbreiding gerechtvaardigd was. Men kan eveneens verdedigen dat Oekraïne vrij moet zijn om zelf zijn bondgenootschappen te kiezen.
Maar men kan niet tegelijkertijd doen alsof de strategische gevolgen van zulke keuzes niet bestaan.
En juist daarom verdient de huidige oorlogstaal extra aandacht.
Als dezelfde organisatie die zichzelf als defensief presenteert óók de historische capaciteit en bereidheid heeft gehad om buiten haar eigen verdragsgebied militair geweld te gebruiken, steeds verder richting de Russische grens is uitgebreid en jarenlang de mogelijkheid van Oekraïens lidmaatschap open heeft gehouden, krijgt taal over een wartime mindset, over aanvallen diep in Rusland en over een devastating response een andere lading.
Dat is een klassieke afschrikkingsdoctrine. Daar kun je voor of tegen zijn. Er bestaan serieuze strategische argumenten voor. Maar laten we dan tenminste benoemen wat het is: een beleid waarin vrede wordt nagestreefd door massale bewapening en door een potentiële tegenstander duidelijk te maken dat militair geweld met vernietigend geweld zal worden beantwoord.
Wil je dat er meer van dit soort stukken komen? Steun DDS dan met een donatie. Dat kan eenvoudig via BackMe, of rechtstreeks op onze rekening: NL95 RABO 0159 0983 27, ten name van Liberty Media. Elk bedrag helpt ons om onafhankelijk te blijven schrijven. En meld je aan voor onze 'verboden' column op Substack. Iedereen kan zich daar inschrijven.

Oorlogstaal in de stad van de vrede

Ook over de oorlog in Oekraïne kiest Rutte geregeld opvallend harde formuleringen.
Tijdens de NAVO-top in Ankara sprak hij met instemming over Oekraïense successen bij aanvallen op Russische energie- en defensie-infrastructuur diep op Russisch grondgebied.
Nogmaals: men kan dat militair volledig gerechtvaardigd vinden.
Maar het maakt de symboliek van Münster des te opmerkelijker.
Want wat betekende de Vrede van Westfalen historisch?
Niet dat de strijdende partijen eindelijk genoeg kanonnen hadden verzameld om elkaar af te schrikken.
Het betekende uiteindelijk dat na tientallen jaren van verwoesting onderhandelaars aan tafel gingen zitten en een politieke orde construeerden waarmee het bloedvergieten kon worden beëindigd.
En juist in die stad geven we nu een vredesprijs aan de NAVO, terwijl haar secretaris-generaal Europa oproept zich mentaal en materieel op oorlog voor te bereiden.
De verdediging daarvan is bekend.
Juist een sterke NAVO voorkomt oorlog. Juist militaire macht maakt vrede mogelijk. Juist wanneer Moskou weet dat een aanval onmiddellijk en hard wordt beantwoord, zal het niet aanvallen.
Het kan waar zijn.
Maar er bestaat eveneens een andere vraag, en die wordt tegenwoordig merkwaardig weinig gesteld:
Wanneer verandert afschrikking in escalatie?
Wanneer zorgt steeds hardere retoriek ervoor dat ook de andere partij zich verder bewapent?
Wanneer wordt het voortdurend spreken over oorlog geen voorbereiding meer op een eventueel conflict, maar een politieke omgeving waarin oorlog steeds normaler en steeds onvermijdelijker gaat klinken?
En waar blijft ondertussen de diplomatie?
Waar zijn de vredesinitiatieven?
Waar zijn de voorstellen om risico's op directe confrontaties tussen kernmachten te verkleinen?
Waar is de even grote intellectuele energie om uit te zoeken hoe deze oorlog ooit kan eindigen?
Dat zijn geen pro-Russische vragen.
Het zijn vragen die iedere serieuze Europese politiek zichzelf zou moeten stellen.
Niemand hoeft de Russische invasie van Oekraïne goed te praten om zich zorgen te maken over een Europa waarin het vocabulaire van oorlog langzaam het vocabulaire van vrede verdringt.
En dan staat daar, in Münster, Mark Rutte.
Gefeliciteerd door Friedrich Merz.
In het historische Rathaus.
Met een vredesprijs namens de NAVO.
Misschien is dat wel het meest veelzeggende beeld van het huidige Europa: we spreken over vrede, we geven elkaar prijzen voor vrede, maar het politieke vocabulaire bestaat steeds vaker uit raketten, defensiebudgetten, wapenproductie, aanvallen diep op vijandelijk grondgebied, oorlogseconomie en vernietigende vergelding.
Misschien geloven Merz en Rutte werkelijk dat juist dát de weg naar vrede is.
Dat is een verdedigbare veiligheidsdoctrine.
Maar een vredesprijs maakt van die doctrine nog geen vrede.
Münster verdient in ieder geval een eerlijker debat over het verschil.
Steun DDS: doneer direct. DDS bestaat dankzij lezers zoals jij. Doneer via BackMe of maak een bijdrage over naar NL95 RABO 0159 0983 27, ten name van Liberty Media. En mis niets: schrijf je in voor onze 'verboden' column op Substack. Aanmelden kan voor iedereen.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading