Dilan Yeşilgöz noemt
Rusland "onze vijand" en wil dat Nederland niet alleen afschrikt, maar ook kan vechten. Maar toen
FVD-Kamerlid
Pepijn van Houwelingen vroeg om het bewijs achter haar beschuldigingen, kreeg hij geen bewijs.
Op 25 september vroeg Van Houwelingen de minister van Defensie om
het bewijs van Russische betrokkenheid bij de drones bij Leipzig, en om bewijs dat Rusland achter cyberaanvallen in Nederland zat, "ter controle". Woensdag, bijna vier weken later, kwam
het antwoord.
Vragen om bewijs, krijgen een preek
Eerst de feiten. Op 4 augustus werd op het vliegveld Leipzig/Halle
een drone met explosieven gevonden bij een vrachtvliegtuig. Het explosief ging niet af. Op 1 september wees de Duitse regering
Rusland als verantwoordelijke aan. Het onderliggende bewijs maakte Berlijn
niet openbaar.
En dan het antwoord van Yeşilgöz, mede namens de minister van Binnenlandse Zaken: "Duitsland stelt vast dat de Russische Federatie achter het drone-incident in Leipzig zit. Dat is uiterst zorgwekkend." Daarna volgt: "Deze actie past in een trend van roekeloos gedrag van Rusland. De acties zijn gericht op het zaaien van angst, het uit elkaar spelen van de NAVO en het ondermijnen van onze steun aan Oekraïne." En dan de kern: "In algemene zin geldt dat uw Kamer via de geëigende kanalen wordt geïnformeerd, indien daartoe aanleiding is."
Vertaald: het bewijs komt er niet. Den Haag neemt de conclusie van Berlijn over, en de Kamer moet het daarmee doen. Een Kamerlid vraagt om bewijs, en de minister antwoordt met een herhaling van de beschuldiging.
Wie oorlogstaal spreekt, moet bewijs leveren
Dat zou minder erg zijn als dit kabinet voorzichtig was met zijn woorden. Het tegendeel is waar. Begin oktober noemde Yeşilgöz Rusland in het debat over de defensiebegroting
letterlijk "onze vijand", en zei ze dat het niet langer alleen om afschrikken gaat, maar om "afschrikking plus kunnen vechten". Dat Nederland niet in oorlog is, zei ze er wel bij. De Russische ambassade eiste opheldering.
Een minister die zulke taal gebruikt over een kernmacht, vraagt veel van haar land. Burgers betalen de hogere defensie-uitgaven en dragen de risico's. Dan mag dat land, via zijn volksvertegenwoordigers, ook iets terugvragen: laat zien waarop u dat baseert.
Van Houwelingen heeft gelijk: wie Rusland de vijand noemt, moet de Kamer laten zien waarop dat oordeel rust. Met sympathie voor Moskou heeft dat niets te maken. Het is gewoon controle, de taak van elk Kamerlid.
Volg DDS op Facebook. Facebook heeft ons jarenlang de mond gesnoerd: vanaf corona werd ons bereik zo ver ingeperkt dat we de moed opgaven. Nu bouwen we opnieuw op, en daar hebben we jou bij nodig. Like onze pagina en zet meldingen aan, dan mis je niets. Vertrouw ons maar
Bij de cyberaanvallen hetzelfde patroon. Yeşilgöz verwijst naar de jaarverslagen van de inlichtingendiensten, naar een Russische hackersgroep waarover de AIVD en de MIVD in 2025 naar buiten kwamen, en naar een advies over hacks van Signal-accounts. Dat is wat de diensten zelf al openbaar hebben gemaakt. Wat al bekend was, vertelde de minister dus opnieuw. Wat Van Houwelingen vroeg, bleef liggen.
Maar het bewijs "ter controle" waar Van Houwelingen om vroeg? "Uw Kamer wordt over de vertrouwelijke aspecten van de werkzaamheden van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten via de geëigende kanalen geïnformeerd." Wat de minister wil laten zien, mag je weten. De rest blijft achter gesloten deuren.
Inlichtingen kun je niet openbaar maken zonder bronnen in gevaar te brengen, zal het ministerie zeggen. Soms is dat waar. Maar Van Houwelingen vroeg niet om de namen van agenten. Hij vroeg om het bewijs voor een beschuldiging waar Duitsland al een Russisch consulaat voor sloot, en waar Nederlandse ministers het land mee op scherp zetten.
Berlijn zelf zegt dat zijn bevindingen de Russische verantwoordelijkheid bewijzen, op basis van politieonderzoek, het daderpatroon en inlichtingen. Volgens de Duitse regering ging het om zogeheten low-level agents, in opdracht van Russische staatsdiensten. Het consulaat in Bonn moest
per 18 september dicht.
Dat kan allemaal kloppen. Maar Moskou ontkent, en zolang het bewijs geheim blijft, staat het woord van de ene regering tegenover dat van de andere. Een Kamer die niets heeft gezien, kan dat verschil niet beoordelen. Juist daarom moet het op tafel, in elk geval bij de volksvertegenwoordiging.
En "vertrouw ons maar" is geen bewijs. In 2003 steunde Nederland politiek de inval in Irak, op grond van massavernietigingswapens die er niet bleken te zijn. Ook toen moest het parlement vooral de inlichtingen van anderen vertrouwen. Wie dat vergeten is, heeft niets geleerd.
FVD vraagt wat elke Kamer zou moeten vragen
Het is veelzeggend dat het een FVD-Kamerlid moest zijn dat deze vraag stelde. Van Houwelingen vroeg eerder ook minister Berendsen van Buitenlandse Zaken of Rusland Nederland ooit fysiek heeft aangevallen. Een fysieke aanval kon Berendsen niet noemen. DDS schreef daarover hoe hij
de oorlogshysterie blootlegde. Het is steeds dezelfde lijn: eerst de feiten, dan het oordeel.
Yeşilgöz moet het bewijs dat Nederland heeft over Leipzig en over de cyberaanvallen alsnog aan de hele Kamer laten zien, desnoods vertrouwelijk, en openbaar maken wat openbaar kan. En dat moet gebeuren voordat het kabinet nog verdere stappen tegen Rusland zet. En de Kamer moet zich niet laten afschepen met "geëigende kanalen". Een motie die de minister verplicht het bewijs in elk geval vertrouwelijk aan alle Kamerleden te tonen, ligt voor de hand.
Oorlogstaal zonder bewijs is propaganda. Van Houwelingen en FVD vragen gewoon om de feiten, en dat zou elke volksvertegenwoordiger moeten doen.
Help ons terug op Facebook. Ze wilden ons stil krijgen. Laat zien dat dat niet lukt: like De Dagelijkse Standaard op Facebook, zet meldingen aan en deel onze berichten met vrienden en familie.