Hoe serieus nemen we onze grondrechten?

Foto:

Door onze eigen discussie over de persvrijheid is gisteren het Franse nieuws over de vrijheid van meningsuiting een beetje ondergesneeuwd. Toch is dat minstens net zo belangrijk – en onderdeel van dezelfde discussie: wat mag wel of niet gezegd worden? Hoe onfatsoenlijk, of zelfs weerzinwekkend, mag een mens zich gedragen?

U weet vast nog wel dat Frankrijk een tijdje terug een wet aannam die het ontkennen van de Armeense genocide strafbaar zou stellen. Zou, en niet zal – want het Grondwettelijk Hof in Frankrijk heeft besloten dat de wet in kwestie ongrondwettelijk is, en daarom niet ingevoerd mag worden. De redenering van het Hof is duidelijk: de grondwet garandeert de vrijheid van meningsuiting, óók voor onwelgevallige meningen.

Met de grondwet in de hand wordt de het fundamentele recht op vrije meningsuiting gegarandeerd. Zo gaat dat in Frankrijk, en wat je verder ook vindt van meningsuiting of de grenzen die daar aan gesteld zouden moeten worden, ze nemen het staatsrecht in Frankrijk tenminste serieus. Vrijheid van meningsuiting is gegarandeerd, en wie dat wil veranderen, zal eerst de grondwet moeten wijzigen. Punt uit.

Terug naar Nederland. De hele kwestie in Frankrijk ging een beetje aan ons voorbij, geloof ik. Hét nieuwsonderwerp van gisteren betrof in ons land niet de uitingsvrijheid, maar de persvrijheid. Een columniste die van mening is dat onfatsoenlijk vlerken eigenlijk géén dienst mogen doen als journalist. De vlerk der vlerken zelf, die immer bijdehante Rutger van PowNed, die verhaal gaat halen. Een akkefietje tussen desbetreffende vlerk en Andreas Kinneging, de partner van de columniste in kwestie.

En natuurlijk eindigt dat waar alle relletjes van enig formaat eindigen, in dit land van ons: aan tafel bij Pauw en Witteman. Daar herhaalden mevrouw Tahir en meneer Kinneging de standpunten die ook al door mevrouw waren uitgesproken in haar column bij Buitenhof, en deden er nog een paar schepjes bovenop. Het kwam allemaal nogal dicht in de buurt van een voorstel tot censuur.

Ik kan het niet laten om Nederland en Frankrijk hier naast elkaar te leggen. Twee discussies over twee grondrechten, op dezelfde dag. In Frankrijk wordt heel sterk geïllustreerd hoe serieus ze die nemen. In Nederland wordt juist bepleit om een fundamenteel recht, gegarandeerd in onze grondwet, maar af te breken.

Wat als Tahir en Kinneging hun zin krijgen? Geen journalisten meer op het Binnenhof, een organisatie die nieuwsuitingen gaat toetsen op hun “fatsoen”, in elk interview met een politicus een lijst met de enige toegestane vragen… wie zou bij ons de grondrechten beschermen? Het antwoord is niemand. In Nederland toetsen we niet aan de grondwet. Anders dan in Frankrijk. Anders dan in Duitsland. Anders dan in de Verenigde Staten van Amerika. Anders dan in ieder land met zelfrespect.

Er waren mensen die het optreden bij Pauw en Witteman “eng” vonden. Ikzelf vond het eerder absurd. Die twee – de columniste en de professor – maakten zich volstrekt belachelijk met hun middeleeuwse opvattingen van hoe een overheid met lastige vragen moet omgaan. Maar toch. Wat als zo’n raar idee er een keer doorheen komt…? Wat als er een wet wordt aangenomen die een grondrecht met voeten treedt?

We hebben dan geen poot om op te staan, want anders dan al die andere landen, die pal staan voor hun burgerrechten, heeft Nederland helemaal geen grondwettelijk hof. We nemen onze grondrechten niet echt serieus. En dat vind ik wel eng.

 


Waardeer jij de artikelen op DagelijkseStandaard.nl? Volg ons dan op Twitter!

In dit artikel

Like nu onze nieuwe pagina voor nieuws en opinie!