De verhalenmachine, wie gebruikt hem? En wie niet?

 

Het artikel ‘Mulisch en Hermans zouden ook twitteren’ (hier na te lezen), een reactie op dit artikel van Peter Drehmanns (de vorige week ook aangehaald) is interessant om eens nader te bekijken. De kwestie waar beide artikelen om draaien is de moeite van het volgen waard. Er staat niets minder dan de geloofwaardigheid (en in samenhang daarmee: de functie van) de literaire auteur en de literatuur als geheel op het spel.

Drehmanns kiest voor het ‘oude model’, waarin de schrijver – de literaire schrijver – mét zijn werk een functie vervult in het literaire veld én in de maatschappij. Voorbeelden: W.F. Hermans en Gerard Reve. Laatstgenoemde is bekend als schrijver, maar was in de jaren zestig en zeventig zeker zo belangrijk als voorvechter voor homorechten en als voorvechter voor een eerlijke beloning voor literair werk, iets wat mede dankzij hem resulteerde in een systeem van werkbeurzen en oeuvregelden. Die oeuvregelden zijn overigens alweer afgeschaft. Het is ook belachelijk: 7500 euro per jaar voor een wat oudere schrijver; dat geld kun je net zo goed aan eh… nou, bijvoorbeeld aan weer een rondje schijnvechten rond de JSF besteden.

Tot in de puntjes
Heerma van Voss, nog maar drieëntwintig jaar oud, twijfelt nog een beetje. Enerzijds: “Natuurlijk: het is weleens zorgelijk, of op zijn minst frustrerend, hoeveel invloed onbenullige televisieoptredens op de boekverkoop of op iemands algehele bekendheid hebben.”  Maar daarnaast zegt hij: “Het is een vreemde, ondoordachte houding die Drehmanns aanneemt, en met hem zo veel cultuurcritici: enerzijds geven ze af op auteurs die hun pr ‘tot in de puntjes’ beheren – denk aan Herman Brusselmans, Özcan Akyol – en anderzijds proberen ze geen moment ook maar uit te leggen wat hiervan nu werkelijk de nadelige gevolgen zijn voor de literatuur.”

Jammer genoeg vind ik dat eigenlijk nogal oppervlakkig gezien, van Heerma van Voss. Het is, ook voor hem, wezenlijk dat de literatuur serieus wordt genomen, en bij voorkeur niet alleen in de freischwebende wereld van televisie en mediageweld. Dáár draait het om, en het citaat van Mulisch dat Drehmanns gebruikte illustreert dat het allermooist: “Literatuur is geen aanbod op een vraag, het is een aanbod dat de vraag schept.” Op dit moment wordt alles, zelfs de boeken van ‘literaire auteurs’, op het aanbod toegesneden. Een situatie die inderdaad alleen maar kan leiden tot vertrutting én tot een markt die het wezenlijke, het dwarse, het gevaarlijke en rumoerige van literatuur gaat opeten. Ik bedoel: er zijn mensen die Susan Smit een literaire auteur vinden. Dat zegt al genoeg.

Fijne romans
Als Heerma van Voss dan zegt “Er verschijnen, tussen de vele opgeblazen autobiografieën, nog genoeg romans die echt de moeite waard zijn; romans die je net iets anders naar de werkelijkheid laten kijken, waarin niet gebruik wordt gemaakt van clichés of versleten beeldspraken”, dan heeft hij daarin uiteraard gelijk. Het probleem is alleen: wie leest die dingen, wie bespreekt ze, welke rol spelen ze in het hele weefwerk van tekst, lezer en tussenhandel? Welke rol die een andere is dan die van handelswaar? Je hoeft werkelijk geen zwartkijker te zijn om te zien dat die rol meer en meer een marginale is geworden.

En inderdaad: dat is erg. Dat is… nou ja, het mag best eens worden gezegd… dat is verschrikkelijk. Een taalgebied zonder goed functionerende literatuur is als een spoorwegmaatschappij die een trein zou kopen die meteen tijdens de eerste rit al bijna uit de rails loopt. Als een politieke partij die in de verkiezingsstrijd het één zegt en in de regeerperiode het ander. Een taalgebied zonder literatuur is als een mens zonder hart, of longen. De hedendaagse literatuur krijgt steeds meer het aanzien van een lijk waar nog een beetje kleur op zit.

Verhalenmachine
Zeker, je kunt zeggen dat Drehmanns terugverwijst naar een situatie die is verdwenen, maar Heerma van Voss ziet dan toch over het hoofd dat de literatuur waarin hij nu een paar jaar functioneert een kwestie is geworden van marktcijfers, goedlopende hoofden en bedrijven die stapels rotzooi door de boekhandel moeten jagen, willen ze überhaupt nog literatuur kunnen maken. Die rotzooi wordt, om het nog mooier te maken, voorzien van labels als ‘literaire thriller’ of ‘autobiografische roman’, waardoor de oplagecijfers van het algemene literaire boek plotseling helemaal niet meer zorgwekkend lijken te zijn.

Ik herinner me een verhaal van Roald Dahl, ‘De verhalenmachine’. Daarin blijkt een computer wel heel handig te zijn in het schrijven van verhalen, zo handig dat alle schrijvers gebruik gaan maken van die machine. Alle schrijvers? Nee, alleen de schrijver van het verhaal biedt dapper weerstand. Zijn kinderen hebben niet te eten, hij is totaal aan lager wal geraakt omdat hij niet langer kan produceren wat het publiek wil lezen. Het verhaal eindigt ‘open’, de auteur bidt en smeekt dat het hem zal lukken om weerstand te bieden aan de machine…

Strijd tussen literatuuropvattingen
Iets dergelijks is er in de huidige situatie aan de hand. Wat doe je, geef je je over aan ‘de markt’, of probeer je een eerzaam bestaan op te bouwen met de producten die je thuis, of op kantoor, bij elkaar hebt geschreven? Gerard Reve, die volgens Heerma van Voss heus wel had zullen twitteren, een opmerking die wel heel flauw is, want who cares, heeft zich zijn hele leven druk gemaakt om de economische positie van de auteur in het algemeen, en die van hemzelf in het bijzonder. Het lijkt wel of de ‘jonge generatie’ dat in een keer wegwuift.

Vrolijk word je daar niet van. De ‘strijd’ tussen Drehmanns en Heerma van Voss is er niet een van de oude tegen de nieuwe generatie. Het is er een tussen verschillende opvattingen over de functie van literatuur. Of Mulisch en Hermans hadden getwitterd, doet er in dat verband niet toe. De belangrijke vraag is: wat betekenen die werken als ze klaar zijn met twitteren? En voor wie?

Abonneer je gratis en voor niets op het Telegram-kanaal van De Dagelijkse Standaard, en like onze spiksplinternieuwe Facebook-pagina!
In dit artikel

e-mail:

 
Ja, ik ga ermee akkoord dat Dagelijkse Standaard mij incidenteel commerciële emails stuurt.