Karel Knip: ‘Een klimaatramp kan nooit groot genoeg zijn’

Foto:

Broeikasgelovige bekeert zich tot klimaatscepticus.

In het verleden heeft Karel Knip, wetenschapsredacteur van NRC/HB, zich gemanifesteerd als een fanatiek apostel van het broeikasevangelie. Daarbij heeft hij een belangrijke invloed gehad op de publieke opinie in ons land. Hij heeft meegeholpen de geesten rijp te maken om politieke steun te verlenen aan een miljardenverslindend, maar totaal zinloos.klimaatbeleid.

In 2004 verscheen ‘Man-Made Global Warming: Unravelling a Dogma’, geschreven door Simon Rozendaal, Dick Thoenes en ondergetekende. Onder de titel, ‘Geen boodschap aan de feiten’, schreef Karel Knip daarover een vernietigende recensie. Ik pik er een aantal citaten uit.

Nederlandse wetenschappers en politici tonen zich overtuigd van het bestaan van het broeikaseffect, al oordeelt men verschillend over de ernst van het risico en de bestrijding ervan. Over redelijkheid valt hier weinig te klagen. Maar in een hoekje van ons land bevindt zich een groepje heren dat van het woord broeikaseffect de gal in de mond krijgt. Naarmate verderop in de wereld de wetenschappelijke consensus groeit, neemt hun ergernis toe.

Het broeikaseffect bestaat niet en als het wel bestaat is het niet erg en als het wel erg is is er toch niets aan te doen. Dàt is de geest onder de meneren van Gip Gap Gonië. Nu hebben drie van hen een boek geschreven. De econoom Hans Labohm, de journalist Simon Rozendaal en de emeritus-chemicus Dick Thoenes laten ons weten dat wij voor de gek worden gehouden. De keizer heeft geen kleren aan, zij zien het elke dag opnieuw.

De heren hebben bijna tweehonderd bladzijden nodig om de boodschap over te dragen, maar dat komt omdat het boek vooral over henzelf gaat. Hoe moeilijk zij het hebben als whistle blower. Hoe medogenloos de milieubeweging, de media en de gevestigde wetenschap zijn. Hoe hun stukken worden geboycot en hun integriteit in twijfel getrokken. Ze zijn `niet politiek correct’ genoemd en er is gesuggereerd dat ze door de olie- en autolobby worden betaald. De staatssecretaris van milieu neemt ze niet au serieux …

In hoofdlijnen is het betoog gelijk aan dat van boeken en boekjes die eerder verschenen. Het IPCC hanteert een niet helemaal te doorgronden werkwijze waarbij op zeker moment ook de politiek invloed uitoefent. Het Kyoto-protocol is een druppel op een gloeiende plaat. De computermodellen die kwade klimaten voorspellen zijn nog niet volmaakt, ze genereren slechts `projecties’ waarvan de waarde onbekend is. Er zijn tal van negatieve terugkoppelingen denkbaar die de effecten van CO2-uitstoot kunnen dempen of teniet doen. Wat nu zo sterk lijkt op een door de mens veroorzaakte klimaatverandering is misschien wel een natuurlijke gril, bijvoorbeeld het gevolg van een veranderende zonneactiviteit. De mensheid heeft wel voor hetere vuren gestaan.

De meeste beweringen snijden geen hout maar ze kunnen, zolang ze slechts kwalitatief van aard zijn (en àlle beweringen van Labohm c.s. zijn kwalitatief) moeilijk definitief weerlegd worden. Je kunt hoogstens opmerken dat de heren een even hoge verwachting hebben van negatieve terugkoppeling als het woordspelletje `The more I study, the more I know, the more I know, the more I forget, enz.’ Pijnlijk is dat het magere betoog wordt gelardeerd en `onderbouwd’ met een hoeveelheid onjuistheden, onwaarheden, inconsistenties en kwaadaardige insinuaties die zijn weerga niet kent. …

En zo ging Karel Knip nog een tijdje door. Zie hier.

Een paar jaar later (april 2010) verklaarde hij voor een hoorzitting van de toenmalige vaste kamercommissie voor VROM:

Voorzitter. We hebben in Nederland veel voorbeelden gezien van wetenschap onder politieke druk. Deze blijven komen. Het beste voorbeeld van iets wat nationaal gezien erg lijkt op het internationale broeikasdebat is natuurlijk onze brede maatschappelijke discussie over kernenergie geweest in de nadagen van Harrisburg, in 1978. We moesten gaan kiezen voor kolen of kernenergie. Dat is een heel zwaar debat geworden, een schitterend voorbeeld van een manier waarop je ook een broeikasdebat zou kunnen organiseren, of van hoe je het per se niet moet doen. Die brede maatschappelijke discussie was immers een drama. Ik heb die van nabij meegemaakt. Ik ben naar een aantal inspraakavonden geweest — dat woord raakte destijds in de mode — waar Jan en alleman de vreemdste dingen over kernenergie riep. Tot wetenschappelijke conclusies komen onder politieke druk of onder maatschappelijke druk is iets heel bekends. Dat is helemaal niets vreemds. Het gebeurt nu internationaal, het is goed gestructureerd, maar het staat bij uitstek onder zware druk van de bloggers. De journalisten zijn verdeeld zoals zij dat altijd waren, maar het wordt uitermate onvriendelijk gespeeld op dit moment. De bloggers zijn eraan gewend op de man te spelen, ad hominem-argumenten te gebruiken en mensen eindeloos te achtervolgen met uitspraken die zij vroeger hebben gedaan. Wat ze doen, is verwarring zaaien, de sfeer bederven, op de man spelen en ruzie zoeken. Dit kent zijn weerga niet. Ik heb in de krant ook geschreven: hier moet eens een eind aan komen, voordat er ongelukken gebeuren. De sfeer wordt zo bedorven dat zelfs ik de neiging krijg om iemand persoonlijk te lijf te gaan. Zo is de sfeer geworden. Dat is totaal nieuw in de journalistiek. Vroeger werd het op een hoffelijker manier afgehandeld in de journalistiek. Dat zie je op dit moment niet meer.

Zie verder hier.

Aldus Karel Knip, die het gebrek aan hoffelijke afhandeling vooral bij zijn opponenten zocht. Over de splinter en de balk gesproken!

Maar goed … déze Karel Knip is dood en gecremeerd. En als een feniks herrezen uit zijn as is er nu een herboren Karel Knip, die korte metten maakt met allerlei sprookjes die er ten aanzien van het klimaat circuleren. Onder de titel, ‘Een klimaatramp kan nooit groot genoeg zijn’, schreef hij afgelopen zaterdag een prachtig artikel in NRC/HB, dat er bij mij inging als Gods woord in een ouderling. Ik pik er een aantal citaten uit:

Het VN-panel voor klimaatanalyse IPCC bestaat 25 jaar, volgende week verschijnt zijn vijfde klimaatrapport. Opnieuw zullen we te horen krijgen dat het CO2-gehalte van de atmosfeer gestegen is en dat ook de concentraties methaan en lachgas weer toenamen. Het zeewater werd warmer, de zeespiegel steeg verder, de gletsjers zijn weer korter en rond de noordpool is het ijs verder uitgedund. Toendra’s verpappen, oceanen verzuren. Het is erg en het ligt aan ons. Maar één ding zullen we niet horen: dat het warmer is geworden. Als sinds 2000 is de mondiale temperatuur niet meer gestegen. Meerdere onderzoeksgroepen zijn betrokken bij de berekening van de gemiddelde wereldtemperatuur en het staat vast: zij stijgt niet.

De adempauze is een opluchting misschien, maar ze is ook pijnlijk. De stagnatie werd door niemand [Noot HL: Niemand?] voorzien en ze toont dus in de eerste plaats aan hoe onbetrouwbaar de klimaatmodellen nog zijn. Klimaatwetenschappers hebben nooit ontkend dat zij moeite hebben met het modelleren van wolken, zeestromen, ijsbewegingen, de reactie van de biosfeer en nog meer, zij moeten werken met emissiescenario’s die er maar een slag naar slaan, maar ze dachten toch dat hun modellen voldoende waarde hadden om de mondiale temperatuurstijging te voorspellen. Dat blijkt niet het geval. Het wordt nog het duidelijkst aangetoond door de vele ad hoc-verklaringen die inmiddels voor die stagnatie zijn aangevoerd. Eerst het El Niño-effect, daarna de zwaveluitstoot van China, vervolgens de vulkanen langs de evenaar, toen onvermoede ophoping van warmte in de diepzee en de laatste verklaring is dat een koude plek op de Stille Oceaan de boosdoener is. Als die weg is wordt het vanzelf weer warmer (Nature, 25 juli).

De in modellen belangrijke invloed van de zon en haar variërend aantal zonnevlekken is nog lang niet helder. Twee weken geleden werd bekend dat de gletsjers van Zwitserland en Oostenrijk in de negentiende eeuw niet plotseling begonnen te smelten omdat er een einde kwam aan de Kleine IJstijd (die aan verminderde zonneactiviteit wordt toegeschreven) maar omdat er industrieel roet op het ijs was gevallen (PNAS, 3 september).

En er is meer wat te denken geeft. Er is ons al eens voorgehouden dat het zee-ijs rond de noordpool binnen vijf jaar verdwijnen zou, dat de Golfstroom zou afzwakken of stilvallen en dat er in de afvoer van de Rijn steeds wildere extremen zouden voorkomen. Er zouden binnen afzienbare tijd wel tien of twintig Katrina-cyclonen per jaar op de Amerikaanse kust slaan. Woestijnen gingen zich uitbreiden en in grimmige klimaatoorlogen zou om de laatste resten water worden gevochten. Het lijkt eigenlijk wel mee te vallen.

Er zijn onmiskenbaar verontrustende trends, de snelle ophoping van broeikasgassen in de atmosfeer is sinister, als er opeens veel methaan uit diepzee en toendra vrijkomt kan de opwarming dramatisch versnellen, oceaanverzuring is een serieuze bedreiging voor kalkhoudende organismen en ‘extreme weather events’ (hittegolven, overstromingen) slaan verraderlijk onverwacht toe. Maar of ze vaker voorkomen dan vroeger is nog helemaal niet zo zeker.

De vraag moet maar eens gesteld worden: hoeveel klimaatrampen bedreigen ons werkelijk, hoe snel bereiken ze ons en zijn ze echt van bijbelse proporties?

Dit korte overzicht leent zich niet voor harde conclusies, daarvoor zijn er te veel onzekerheden. Wat helder zichtbaar wordt is een enorme gretigheid om rampen te voorspellen, een fel verlangen om de apocalyps aan te kondigen. Met bedenkelijke ijver word gezocht naar ‘tipping points’ en ‘run away’-effecten. Maar keer op keer blijken de voorspellingen te moeten worden herzien, of blijkt het aangekondigde effect wel mee te vallen.

Nu de mondiale temperatuur al meer dan een decennium niet gestegen is wordt het misschien tijd het klimaatdebat in rustiger vaarwater te brengen. Eigenlijk is de vraag: zijn de voorspelde rampen echt van een andere orde dan de rampen die ons al eerder troffen?

Vervolgens maakt Karel Knip korte metten met een zevental klimaatsprookjes:

Veel land loopt onder doordat de zeespiegel stijgt.

De woestijnen worden groter.

Gletsjers smelten, het water in Oost-Azië raakt op.

Er kom en steeds meer tropische cyclonen.

De oogsten worden magerder.

Malaria en andere ziekten eisen meer slachtoffers.

Klimaatverandering leidt tot conflicten en oorlog.

Aldus de herboren Karel Knip in een voortreffelijk overzicht, gebaseerd op een brede kennis van de literatuur.

Verplichte lectuur voor klimatofielen van alle gezindten!

‘Ik zeg u, zo zal er in de hemel meer blijdschap zijn over één zondaar die zich bekeert, dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen bekering nodig hebben.’

Voor mijn eerdere DDS-bijdragen, zie hier.


Waardeer jij de artikelen op DagelijkseStandaard.nl? Volg ons dan op Twitter!

In dit artikel

Like nu onze nieuwe pagina voor nieuws en opinie!