De raketten van Sderot

Onze rakettenweek op journalistenreis in Israël begon op woensdag 2 juli, met een bezoek aan de Golan-hoogte. Daar kregen we bij het drielandenpunt tussen Libanon, Syrië en Israël, waar we de rookpluimen van de Syrische burgeroorlog konden zien opstijgen, uitleg over de raketten van Hezbollah. Die zijn (nog) niet afgeschoten, maar die rakettenmacht is nu qua aantal en bereik wel veel groter dan in 2006, toen tijdens de zomeroorlog in Zuid-Libanon heel Noord-Israël een maand in de schuilkelders zat. Dat in een nieuwe oorlog ook Tel Aviv en Jeruzalem in de gevarenlinie liggen, is geen prettig vooruitzicht. De meeste Israëli’s denken er maar liever niet aan en vertrouwen op de (succesvolle) raketafweer Iron Dome van de IDF.

In Sderot, een stadje vlakbij de Gazastrook dat wij in de vroege ochtend van vrijdag 4 juli bezochten, ligt dat anders. Daar hebben ze de afgelopen veertien jaar al 13.000 raketten op zich zien afkomen. Vooral na de eenzijdige ontruiming onder Ariel Sharon in augustus 2005 zijn de raketten een plaag geworden voor de bewoners, die vijftien seconden hebben om de schuilplaatsen te vinden (bij bushaltes en kinderspeelplaatsen) en op de grond of naast hun auto moeten gaan liggen als ze dat niet halen. Wij hadden geluk. Die nacht waren er dertig raketten afgeschoten, en later die dag zou het weer raak zijn, maar toen wij er waren hielden de vrijheidsstrijders in Gaza zich stil. Zo konden wij een bezoek brengen aan een verffabriek die eerder die week in de hens was gegaan, en vanaf een uitzichtspunt naar Gaza turen. Helemaal zeker weet ik het niet, maar het zou kunnen dat daar ook de CNN-verslaggeefster stond toen ze afgelopen donderdagnacht melding maakte van bewoners van Sderot die de invasie van Gaza door Israëlische grondtroepen met gejuich begroetten.

Erg indrukwekkend ogen die raketten uit Gaza overigens niet. Bij een politiepost (zie foto) zagen wij ze liggen, kleine in elkaar geknutselde exemplaren met Iraanse opschriften die at random worden afgeschoten en onder de Israëli’s weinig slachtoffers hebben gemaakt. Toen wij er waren stond de teller dacht ik op negenenzestig, al moet je volgens de Nederlandse correspondenten die wij op onze aankomstdag in Israël spraken (onder wie NOS-verslaggeefster Monique van Hoogstraten) de cijfers die alle partijen verstrekken nooit geloven. Volgens hen is alles propaganda. Dat zal best, maar de Israëli’s vertrouwen volgens mij op hun precisie (die juist geen gesjoemel toelaat) en in Sderot kon je zien dat het leven daar geen pretje is. Naast de raketdreiging was het er ’s ochtends vroeg al bloedheet en het stadscentrum had de allure van een goedkope nieuwbouwwijk. Toch zeiden de mensen daar niet weg te willen. Ook de moeder niet die ons rondleidde en een raket vlak bij haarzelf en haar kind had zien inslaan. Het vreemde is dat zo’n verhaal van een getraumatiseerde vrouw op ons buitenstaanders niet veel indruk maakte. Het zal wel, dacht ik stiekem, toen ik naar de in aanbouw zijnde huizen keek die er ook waren. Sderot laat zich niet intimideren, maar waarschijnlijk zullen de mensen met betere vooruitzichten liever voor een toekomst in Tel Aviv kiezen. Al staat daar tegenover dat het afgelopen jaar opvallend veel Joodse immigranten uit Frankrijk een leven onder het raketgevaar in Ashkelon of Ashdod prefereren boven een bestaan in het paradijselijke land van de Déclaration des Droits de l’Homme et du Citoyen de 1789.

Dat geeft te denken. Het bezoek aan Sderot liet niet los, zeker niet nadat we later op 8 juli in Jeruzalem zelf de sirenes hoorden afgaan. Schuilkelders waren daar niet, we moesten volgens het hotelpersoneel maar op de hulp van God (in de Heilige Stad alomtegenwoordig) vertrouwen. Wat we dan ook deden. Wij hebben ons tijdens ons verblijf in Israël nooit echt bedreigd gevoeld, en KLM-piloten die voor de zekerheid op Cyprus in plaats van in Tel Aviv overnachten doen wel erg bang aan. Het is opmerkelijk hoezeer je in Israël op de bescherming vertrouwt van de IDF, die waken over je veiligheid en zullen er wel voor zorgen dat je niets gebeurt. Dat vertrouwen hadden we ook toen we op 10 juli weer terug naar Nederland gingen en onze El Al-vlucht vanaf Ben Gurion International Airport met twee uur vertraging vertrok. Ook de luchthaven is doelwit voor de raketten van Hamas, waardoor er voor de zekerheid alleen in noordelijke richting werd opgestegen. Dat je in een passagiersvliegtuig echt door een raket zou worden getroffen, kon je je toen als Nederlander in een conflictgebied nog niet echt voorstellen.

Een week later is dat na de vliegramp boven Oekraïne natuurlijk anders. Separatisten en allerlei gestoorde vrijheidsstrijders zijn overal ter wereld een gevaar. Maar werkelijk doordringen wil het nog steeds niet. Bij mij thuis liepen de spanningen in de bloedhitte gisteren hoog op vanwege een kapotte wasmachine (drie maanden oud). Kan natuurlijk komen doordat het verblijf in het Heilige Land toch enerverender en slopender is geweest dan we hadden gedacht. Wat de zelfbeheersing en het incasseringsvermogen van de bewoners in Sderot en andere Zuid-Israëlische steden die jarenlang onder raketvuur hebben gelegen in een ander perspectief plaatst. Al zou ik nu zeker geen Palestijn in Gaza willen zijn.


Waardeer jij de artikelen op DagelijkseStandaard.nl? Volg ons dan op Twitter!

In dit artikel

Wie op onze website reageert, gaat akkoord met ons huisreglement.

4 reacties

  1. harrybr

    mijn vader had met de Duitsers en mijn schonmoeder had met de Japanners: NUL !

    Ze hebben zelf voor de politiek van HAMAS gekozen, ze hebben zelf staan joelen als aanslagen op Israeli’s lukten , ze laten zelf toe dat wapens in hun huizen worden verstopt, tot de UNWRA toe. Of dacht u, dat dit een kwartiertje voor de ontdekking daar naar binnen waren gebracht resp. dat dit het enige geval was van scholen, ziekenhuizen, moskeeen enz die als opslagplaats worden gebruikt ?

  2. Charles de Gaulle

    “Al zou ik nu zeker geen palestijn in Gaza wllen zijn” , waarbij we dan wel moeten aantekenen dat diezelfde ‘palestijnen’ keer op keer hebben staan te juichen als er weer een projectiel werd afgeschoten vanuit de nabijheid van hun huizen. Diezelfde ‘palestijnen’ eren hun terroristen als ze weer eens een bus hebben opgeblazen, die feest vieren als er drie joodse kinderen zijn vermoord, en ga zo maar door.

    Het spijt me (niet) dat ik geen medelijden kan voelen voor deze bewoners, ze krijgen waar ze al heel lang om smeken. 

  3. louis-portugal

    Goed stuk Dirk Jan.

  4. cmsuijkerbuijk

    “Wat de zelfbeheersing en het incasseringsvermogen van de bewoners in
    Sderot en andere Zuid-Israëlische steden die jarenlang onder raketvuur
    hebben gelegen in een ander perspectief plaatst. Al zou ik nu zeker geen
    Palestijn in Gaza willen zijn.”

    Dat gezegd hebbende: Zou je Duitser geweest willen zijn in zeg, april ’45? Ik bedoel, eens houdt het op en moet er iets gebeuren en zoals altijd, lijden de goeden onder de kwaden, maar is het gewoon nodig, om er met vuile voeten doorhee te gaan, teneinde weer een enigzins normale situatie te krijgen!

Reacties zijn gesloten.

e-mail:

 
Ja, ik ga ermee akkoord dat Dagelijkse Standaard mij incidenteel commerciële emails stuurt.