Het stilistische voordeel van een klassenmaatschappij

Kom op, jongens, rood vlees: happen!

Positieve dingen zeggen over een maatschappij die niet strikt egalitair is, valt in Nederland tamelijk slecht. Je kunt beter iemands terminale moeder aanranden. Want zowel de rechtse als de linkse meerderheid denkt dat ongelijkheid ongelijkwaardigheid impliceert, koppel dat aan een mild narcisme en hoppa je hebt that strange sense of entitlement waardoor elk individu zich beter voelt dan de meeste anderen, maar daar geen moment voor uit durft te komen. We noemen die houding ook wel lafheid. Als je het toch vindt, moet je er ook voor uitkomen en jezelf niet verstoppen achter politiekcorrect egalitarisme.

En laten we elkaar geen mietje noemen: u doet het net zo goed als ik. Iedereen weet in zijn stad of dorp waar de aso’s en/of allochtonen wonen. En iedereen heeft daar een mening over. Maar daar mag je kennelijk alleen na drie bier en naast een rokende barbecue over fulmineren. Alleen dan mag je over die mensen spreken met de nauwelijks ingehouden suggestie dat ze minder zijn dan degene die het woord heeft. En dat is prima, iedereen zijn hypocrisie. Maar niets teveel.

Want als we de samenleving toch indelen naar mensen die onder ons staan, dan moeten we ook consequent zijn en de mogelijkheid openhouden dat er mensen boven ons staan. Of op zijn minst op ons neerkijken. Nee, ik heb het eens niet over de eeuwige policor-elite, de elitefascisten, de elite-elite of hoe die aandoenlijke mensen ook mogen heten. We moeten vanuit het perspectief van stijl bekijken. Misschien dat we dan een argument voor een klassenmaatschappij kunnen vinden.

Kleding, spraak, gebaren zijn uitingen van een bepaalde stijl. Maar het kennelijk onvolprezen aspect van de postmoderniteit is dat cultuur of het cultiveren van vorm door de revolutie achterhaalde machtsmiddelen zijn, die de elite (daar zijn ze weer; onze beste vrienden want onze meest betrouwbare generieke vijanden) al eeuwen gebruikt om ons eronder te houden. Stijlloosheid is zo een teken van vermeende bevrijding geworden. 

Persoonlijk vind ik vaagbevrijde onderbenen in gekortwiekte broeken niet het toppunt van bevrijding. Vrijheid vinden we alleen in de vorm. De perfecte beheersing van vorm, maakt vrij. Zoals taalbeheersing vrijheid van meningsuiting en precieze uitdrukking geeft. Daarom moeten we de vorm weer vinden. En daar komt dat klassengebeuren weer om de hoek kijken. We voelen ons beter door ons te meten met mensen die minder vinden, maar waarom kijken we niet omhoog en proberen we ons te meten aan mensen met klasse? Als dat een bloederige revolutie tegen het windjack betekent, moet dat maar zo zijn.

Abonneer je gratis en voor niets op het Telegram-kanaal van De Dagelijkse Standaard, en like onze spiksplinternieuwe Facebook-pagina!
In dit artikel

Wie op onze website reageert, gaat akkoord met ons huisreglement.

7 reacties

  1. nog_1

    Dat had ik gelezen, vandaar dat ik ook andere artikelen van WJ bespreek. Er zit nl een constante in; een obsessie met kleren/stropdassen, en het idee dat de wereld nog is ingedeeld in sociale groepen die in gedrag en kleding uit het werk van de Bronte zusters ontsnapt zijn.

  2. Frits B

    De eerste zin van dit stukje luidt: “Kom op, jongens, rood vlees: happen!”

    Opzet gelukt?

  3. Wilhelmson

    Ik ging ik vanochtend in de kerk naar een komedie kijken, ’s avonds las ik de krant  om me de preek te laten lezen.

     

  4. nog_1

    Wat bedoelt Willem Jan met ‘waarom kijken we niet omhoog en proberen we ons te meten aan mensen met klasse.’

     

    Wie zou er boven (of onder) mij zijn? En bedoelt Willem Jan te zeggen dat deze mensen ‘boven ons’ een betere smaak hebben dan hijzelf? Hebben die dan allemaal hetzelfde aan of zo?

     

    Dit is niet de eerste keer dan WJ zich druk maakt om kleding, ik kan me een artikel herinneren waarin hij de mannen indeelde in twee groepen, die allebij stropdassen droegen. Blijkbaar komt Willem niet zo vaak buiten de deur, en heeft nog nooit een man zonder stropdas gezien.

     

    Ook dit artikel is van een werledvreemdheid die je doet afvragen hoe lang Willem Jan al op proefverlof is.


     


  5. Frits B

    Om nog maar te zwijgen van klasse. Genoeg mensen met keurige spraak, kleding en gebaren, maar desondanks gewoon patsers. Daar wil ik bepaald geen voorbeeld aan nemen.

  6. Ton

    Je merkt dat de bevolking van Nederland zich aangetrokken voelt door banaliteit.

    Zie de populariteit van bijv de commerciele TV en muziekzenders hoewel de staatomroepen er niet veel voor onderdoen.

    Gelukkig hebben we internet en een kast vol CD’s 😉

  7. Wilhelmson

    Al die willen te kaap’ren varen
    Moeten mannen met baarden zijn
    Jan, Pier, Tjoris en Corneel
    Die hebben baarden, die hebben baarden
    Jan, Pier, Tjoris en Corneel
    Die hebben baarden, zij varen mee

    Al die ranzige tweebak lusten
    Moeten mannen met baarden zijn
    Jan, Pier, Tjoris en Corneel
    Die hebben baarden, die hebben baarden
    Jan, Pier, Tjoris en Corneel
    Die hebben baarden, zij varen mee

    Al die deftige pijpkens smoren
    Moeten mannen met baarden zijn
    Jan, Pier, Tjoris en Corneel
    Die hebben baarden, die hebben baarden
    Jan, Pier, Tjoris en Corneel
    Die hebben baarden, zij varen mee

    Al die met ons de walrus killen
    Moeten mannen met baarden zijn
    Jan, Pier, Tjoris en Corneel
    Die hebben baarden, die hebben baarden
    Jan, Pier, Tjoris en Corneel
    Die hebben baarden, zij varen mee

Reacties zijn gesloten.

e-mail:

 
Ja, ik ga ermee akkoord dat Dagelijkse Standaard mij incidenteel commerciële emails stuurt.