De gezondheidszorg in Nederland is helemaal niet zo goed

Foto:

Ik ga u niet vervelen met eindeloze feiten over de gezondheidszorg in Nederland, maar ik wil wel een kleine bespiegeling houden over waarom ik denk dat de zorg in veel landen die vele malen armer zijn dan Nederland dikwijls kwalitatief beter is dan in het op het oog welvarende Nederland.

Van grote afstand zien veel dingen er soms heel anders uit. Het perspectief verandert, waardoor je er op een andere manier naar kunt kijken. Als je ervaring hebt met gezondheidszorg in andere landen, kun je gaan vergelijken en voor jezelf bepalen wat de voor- en nadelen zijn van de verschillende systemen. Prof. dr. De Valk, een chirurg die onlangs emigreerde naar Zuid-Afrika, kan zijn geluk niet op in zijn nieuwe woonland. Hij bezingt dagelijks de zegeningen van value driven gezondheidszorg, waarbij value niets te maken heeft met zoiets ordinairs en onbetekenends als geld.

Gezondheidszorg wordt pas belangrijk voor je als je er zelf mee te maken krijgt. Dikwijls is dat eerst via familie, ouders, kennissen en vrienden, maar uiteindelijk ontkomt vrijwel niemand eraan, waar dan ook ter wereld. Aan iemand als Mark Rutte kunnen de meeste mensen direct zien dat hij nog nooit afhankelijk is geweest van zorg. Dat maakt hem koud en afstandelijk.

In de optiek van Wim van Dinten, auteur van onder andere Met gevoel voor realiteit, zijn veel maatschappelijke problemen in Nederland een gevolg van een aantal ontwikkelingen van de afgelopen decennia in Nederland. Hij spreekt over sociale oriëntatie, en ziet vooral dat er sprake is van dominante oriëntatie, ‘zelfreferentialiteit': mensen vragen zich bij alles wat ze doen af wat het voor hen betekent, wat zij er zelf mee opschieten. Je kunt het ook individualisme noemen. Ik ga daar verder nu niet op in en vraag aandacht voor de volgende analyse.

Gezondheidszorg, onderwijs, defensie, openbaar bestuur en politie zijn allemaal grootheden die zijn geslachtofferd aan de van boven opgelegde systeem-benadering, met als doel alles beter te kunnen managen maar vooral te kunnen controleren. In plaats van de verpleegster en de arts te laten bepalen hoe en wat er wanneer gebeurt, is alles vastgelegd in systemen, in protocollen, in standard operating procedures. Als de minister een bezuiniging wil doorvoeren in het budget van (een onderdeel van) de gezondheidszorg, thuiszorg bijvoorbeeld, dan is dat met een spreadsheet heel makkelijk en overzichtelijk te regelen. Op papier en in theorie althans. Je kunt besparingen opvoeren, doorvoeren en deze vervolgens naar beneden toe verordineren. Je kunt vanaf het ministerie bepalen hoe de geldstromen worden beperkt (of verruimd), je kunt dat doen vanachter een bureau met enkele ‘Gerrit Zalm’-achtige rekenmeesters, econometristen en andere wonderboys die vooral geen binding hebben met het lijdend voorwerp.

Het leidt tot sluiting van verzorgingstehuizen, het leidt ertoe dat soms mensen die meer dan zestig jaar getrouwd zijn en altijd samen waren, ineens niet meer bij elkaar kunnen blijven omdat hij nog ‘te goed’ is voor een bepaalde voorziening, terwijl zij niet langer thuis verzorgd kan worden. Het leidt ertoe dat mijn kennis van ver in de tachtig, die in een ouderenvoorziening woont omdat zijn vrouw hem na zestig jaar huwelijk buitenzette met een koffertje kleren, slechts één keer in de week mag douchen, omdat er voor vaker niemand is om hem daarbij te helpen. En hij kan niet zonder die hulp vanwege enkele amputaties ten gevolge van suikerziekte. Het leidt ook tot een operatie bij een andere -jonge- kennis, waarbij een hersentumor werd geconstateerd en waarbij deze operatie vrijwel volledige verlamming tot gevolg had, en de kwaliteit van de tijd die hem nog restte dus voorgoed vernield werd. Het leidt tot een enorme bureaucratisering waarbij enkele jaren geleden nog voor één ziekenhuisopname honderd formulieren moesten worden ingevuld. Het leidt tot zeer ernstige misstanden in verzorgingstehuizen waarbij onder meer mevrouw Roelie in een NOVO-kliniek werd vermoord door enkele medewerkers die vonden dat ze moest gehoorzamen. De beelden staan ook na twee jaar nog gebrand op mijn netvlies. Arme mevrouw Roelie.

Het leidt ook tot tienduizenden bezoeken aan de huisarts waarbij mensen met ernstige klachten weer weg worden gestuurd met een verhaaltje van ‘het zal wel niet komen door dit of dat, en kijkt u het nog even een paar weken aan’. Zo werd een kennis (60) van me onlangs naar huis gestuurd met wat bloeddruk verlagende medicijnen, terwijl de boven- en onderdruk respectievelijk boven de 200 en 100 was. Haar moeder overleed op 56-jarige leeftijd aan een dubbele hersenbloeding, maar daar werd niet naar gekeken. Geen tijd. Geen interesse. In mijn ontwikkelingsland worden deze patiënten direct opgenomen en grondig onderzocht om de oorzaak vast te stellen. De verhalen zijn onuitputtelijk en weinig geruststellend. U kent er vast ook een paar.

Een vriend van me die in enkele ziekenhuizen werkte als medisch specialist, kon een paar jaar geleden maar liefst zestig patiënten per dag behandelen. Hij was erg goed in zijn vak, maar miste wel het contact met die patiënten. Tijd voor een normaal gesprek was er nooit, terwijl na de invoering van een volledig nieuw IT-systeem hij er iemand bij moest nemen om alle gegevens in te voeren. Het groeide hem boven het hoofd. Complexe systemen en onzekerheid. Een wondere wereld, waar de enorme hoeveelheid aan data en systemen uiteindelijk het overzicht belemmert. Maar veel belangrijker is dat de middelen, systemen, organisatie en managementstructuren verhinderen dat dit alles nog enige betekenis heeft voor de patiënt en de mensen die zorg moeten verlenen. Dat je bij elk ziekenhuis parkeergeld moet betalen alsof het om commerciële parkeergarages gaat, is veelzeggend.

Een studiegenote met wie ik de MBA-opleiding deed in 1993, was verantwoordelijk voor een grote afdeling van de VU in Amsterdam. Ze had honderden mensen onder zich, en ze legde me uit dat die organisatie vóór haar aantreden maar wat deed, er was geen sturing, geen budget, geen controle en geen overzicht. Zij heeft dat helpen veranderen met haar MBA-managementkennis. Ik betwijfel echter of het daarvoor slechter was dan vandaag. Inmiddels zit zij al weer jaren in de raad van bestuur van belangrijke instellingen in de gezondheidszorg.

Wat me al jaren opvalt, als ik zo af en toe zijdelings te maken krijg met de gezondheidszorg in Nederland, is dat er zo verschrikkelijk veel geld is geïnvesteerd in hardware, in infrastructuur, in prachtige moderne gebouwen met de meest fantastische voorzieningen, maar dat de zorg, de betrokkenheid, de warmte, de tijd, maar vooral de kwaliteit vooral afhangen van enkele artsen, van verplegend en verzorgend personeel dat ondanks (en vooral niet dankzij) de last van bureaucratie, management, structuren, systemen, ziektekostenverzekeraars en hun door Hans Wiegel en Roger van Boxtel bedachte geboden en verboden, toch op hun tandvlees zorg leveren. Hulde aan al deze mensen die het laatste greintje passende zorg, menselijkheid, betrokkenheid en warmte overeind houden. Tegen de verdrukking in.

In Uruguay ziet de gezondheidszorg er heel anders uit. Die is vooral arm. Overal waar je kijkt en komt voel en zie je een schreeuwend tekort aan resources. Het staat natuurlijk ook niet op het technologische en wetenschappelijke niveau van Nederland. Maar iedereen heeft wel toegang tot gezondheidszorg. Ook als men niet verzekerd is; dan is er de publieke gezondheidszorg. Deze is chronisch overbelast, maar mensen worden uiteindelijk geholpen. Geholpen door warme, lieve mensen, die dikwijls zonder uitzondering hun werk en zorg ervaren als roeping. De salarissen zijn laag. Karig soms. Het is dikwijls wat traag, maar het is grondig. Van kennissen en vrienden hoor ik dat je met wat vage klachten niet zomaar weg komt bij artsen. Die vragen je het hemd van het lijf, noteren alles, willen alles van je weten, ook van je familie. Ze nemen de tijd.

Ik had in Nederland jarenlang last van ernstige maagklachten. De huisarts bleef me maar naar huis sturen. ‘Neem nog een paracetamolletje.’ Op Schiphol moesten ze me uiteindelijk een keer vlak voor een reis met de ambulance afvoeren. Ik hyperventileerde van de pijn. Toen hetzelfde me in Uruguay gebeurde, stond ik de volgende dag bij een oudere arts. Hij vroeg door. Stelde voor om een echo te laten maken de volgende dag. De dag daarna zat ik bij een chirurg: galstenen. Hij trok zijn plastic agendaatje, het was vrijdag. ‘Vanmiddag ga ik vissen. Maandag heb ik zo’n operatie en dinsdag een heel andere, want ik hou niet van dezelfde operaties achter elkaar, dus kunt u woensdag?’ Ik werd geweldig geholpen, en omringd door zorgzaamheid. Voor iedere Uruguayaan die dat wil, zijn de medische voorzieningen gericht op preventie. Dat vereist regelmatig onderzoek en controle. Best vermoeiend, die steeds terugkerende controles. Maar wat een contrast met Nederland.

Als hier in Uruguay iemand wordt opgenomen in een ziekenhuis, is hij of zij nooit alleen: 24 uur per dag is er iemand van de familie of kennissenkring aanwezig voor hulp bij de verzorging, als gezelschap, als geruststelling voor de patiënt. Arme mensen in Nederland die helemaal alleen in al die ziekenhuizen liggen. Alleen, zonder warmte, zonder zorg, vaak zonder liefde. Vanaf hier ziet dat er allemaal eng uit. Koud. Afstandelijk. Dat is heel jammer. Nederland is zo rijk, maar daar waar het er juist en vooral op aankomt, is er zoveel armoede.


Waardeer jij de artikelen op DagelijkseStandaard.nl? Volg ons dan op Twitter!

In dit artikel

Like nu onze nieuwe pagina voor nieuws en opinie!