Hervormen in plaats van parasiteren

Deelnemen aan een muntunie noodzaakt tot structurele hervormingen.

De regeringen van probleemlanden in het eurogebied willen deze notie maar al te graag onder het tapijt vegen. Transfers en overdrachtsuitgaven kunnen de groeiverschillen tussen landen slechts enige tijd maskeren. Vroeg of laat zit er echter niets anders op dan aanpassen (of uittreden!).

Het is het sterkste land, in casu het Duitse blok, dat economisch de toon zet binnen een muntunie. Zwakke landen worden op een gegeven moment met hun zwaktes geconfronteerd, waar sterke landen eventuele aanpassingen lang kunnen uitstellen. Wie enig gevoel heeft voor historie zal daaraan toevoegen dat het Frankrijk was dat zonodig een muntunie wilde vormen met Duitsland en vervolgens een hele stoet zwakke broeders binnen loodste. Je kunt dan moeilijk verwachten dat Duitsland nog meer welvaart gaat inleveren dan het al doet door een unie aan te gaan met economisch zwakkere landen, zodat o.a. de Fransen op hun zestigste met pensioen kunnen en andere privileges in stand mogen houden.

Door de weigering hervormingen door te voeren, steeds weer uitzonderingen op de regels te bedenken (het wordt inmiddels 2017 voordat de Fransen hun begroting denken onder controle te hebben werd ons deze week ‘meegedeeld’), en de politieke en monetaire besluitvorming sterk ten gunste van eigen gewin te manipuleren (mede door handig schuiven met poppetjes op strategische posities), parasiteert Frankrijk op de sterkere deelnemers aan de euro. Er is dan ook nauwelijks sprake van convergentie tussen de aan de muntunie deelnemende economieën, zoals ik eerder constateerde. Convergentie die van groot belang is wil de muntunie stand houden.

Waaruit zouden structurele hervormingen moeten bestaan? Een begin dit jaar verschenen studie van de OECD wijst op de economische inefficiënties die zich in verschillende zuidelijke (en noordelijke) eurolanden voordoen. Het gaat dan om het beschermen van bepaalde beroepen tegen concurrentie, overmatige productmarktreguleringen en arbeidsmarktinstituties die niet bevorderlijk zijn voor de groei en het aanpassingsvermogen van een economie. De OECD-studie schat het opwaarts potentieel op het BBP in het eurogebied van structurele hervormingen op deze terreinen op ruim zes procent in tien jaar tijd. Voor een zuidelijke lidstaat als Griekenland zelfs op tien procent.

In een paar landen, zoals Griekenland, is inmiddels wel een aantal structurele hervormingen doorgevoerd. Dat dit gepaard gaat met een periode van lagere of geen groei is helaas onderdeel van het noodzakelijke aanpassingsproces in die landen waarvan de bevolking voorheen boven haar stand leefde. De daling van het prijsniveau die hiervan het gevolg kan zijn, heeft sommige mensen zorgen doen uiten over het risico op deflatie. In een lezenswaardig artikel betogen twee economen van het Ministerie van Financiën, Hanson en Van Knippenberg, overtuigend dat dit niet het grootste probleem is in dit verband. Een historische vergelijking van periodes met deflatie maakt duidelijk dat het in de huidige situatie grotendeels om aanbodgedreven aanpassingen gaat die de productiviteit in een land verbeteren. Daarmee zijn de gevolgen vergelijkbaar met die van technologische ontwikkelingen, die de productiviteit verbeteren en de economische groei een impuls geven.

Tot slot nog even terug naar ons eigen land. Doordat Nederland behoort tot de koplopers binnen de eurogroep is er door velen hier weinig de noodzaak gevoeld om te hervormen. Bijna de helft van de ‘besparingen’ van het huidige kabinet is gerealiseerd via lastenstijgingen, al is er dit jaar wel het een en ander aan structurele hervormingen in gang gezet die de komende jaren het nodige geld (en groei!) zullen gaan opleveren. We lijken binnen het eurogebied echter tot nu toe vooral eenoog in het land der blinden. Willen we een hoger welvaartsniveau, dan zijn échte hervormingen noodzakelijk. Tal van regelingen op het terrein van belastingen, toeslagen, arbeidsmarktregulering e.d. hinderen de economische groei en banencreatie. Dat werd deze week weer eens duidelijk na de voortijdig uitgelekte effecten van de doorrekening door het CPB van de voorstellen op economisch terrein van de nieuwe partij VNL. Tot dusverre blijven we vooral steken in de misère die de burger al jaren geen welvaartsverbetering meer heeft gebracht.

Abonneer je gratis en voor niets op het Telegram-kanaal van De Dagelijkse Standaard, en like onze spiksplinternieuwe Facebook-pagina!
In dit artikel

Wie op onze website reageert, gaat akkoord met ons huisreglement.

2 reacties

  1. Johannes N

    Waarom zouden wel welvaartsgroei willen? Het leidt alleen maar direct naar hogere lasten om alle europese parasitaire broeders op de been te houden.

     

    Het lijkt mij veel verstandiger om gewoon lekker achterover te gaan liggen. Wacht maar tot het hier zover gedaald is als, zeg, Frankrijk, en hou daarna je hand op bij Duitsland.

     

    Te cynisch voor u? Wijs dan eens aan waar ik ongelijk heb…

  2. drnomad

    Ik weet niet of ‘we’ welvaartsgroei willen. Volgens mij willen een heleboel inactieven, vooral meer gratis geld, en zeggen een heleboel actieven, prima.

Reacties zijn gesloten.

e-mail:

 
Ja, ik ga ermee akkoord dat Dagelijkse Standaard mij incidenteel commerciële emails stuurt.