Het half vergeten socialisme van Hitler

Jan Gajentaan
Foto:

Was Adolf Hitler links of rechts?

Wie op Twitter, Facebook of gewoon in de kroeg een discussie wil beginnen die gegarandeerd tot chaotische taferelen leidt en meestal eindigt in totale begripsverwarring, kan het beste de vraag opwerpen: was Hitler links or rechts?

Om te beginnen is het vaak onduidelijk wat mensen precies bedoelen met de termen links of rechts. Kijk je dan naar de sociaal-economische agenda van een beweging, of meer naar hun houding tegenover rechtsstaat en democratie? Die begripsverwarring doet zich voor in onze tijd, maar speelde ook al in de jaren dertig bij de opkomst van het nationaal-socialisme in Duitsland en het fascisme in Italië.

Daar komt nog bij als complicerende factor dat in de Nederlandse parlementaire geschiedenis van vóór de Tweede Wereldoorlog de begrippen links en rechts werden gebruikt om niet-confessionele partijen (liberalen en socialisten) te onderscheiden van confessionele partijen. Liberalen en socialisten zaten links, confessionelen rechts in het Nederlandse parlement.

De indeling die de meeste historici hanteren in de Europese politiek vanaf 1850, is die tussen communisten en socialisten (sociaal-democraten) enerzijds en liberalen en confessionelen anderzijds. De eersten (meestal de linkse partijen genoemd) streven naar meer gelijkheid via staatsinterventie, terwijl liberalen en confessionelen (rechts) over het algemeen vooruitgang willen boeken met behoud van zoveel mogelijk vrijheid voor burgers en bedrijven.

Het nationaal-socialisme was een wonderlijke hutspot van allerlei ideeën en theorieën die soms een linkse en dan weer een rechtse oorsprong hadden, met de verfoeilijke rassenleer als bekendste. Toch denk ik dat de nazi’s op hoofdlijnen meer aansloten bij het socialisme dan bij de liberale of confessionele denkrichting. De naam nationaal-socialisme spreekt al boekdelen. De nazi’s waren voorstander van een prominente rol van de staat en deze mocht diep ingrijpen in het persoonlijke leven van de burgers. Ook waren ze voor een sociaal beleid. In Nederland is onder het nazi-regime niet alleen de ontslagbescherming ingevoerd, maar ook de kinderbijslag en het ziekenfonds (1941).

In 1998 verscheen een boek over Hitlers socialisme van de Engelse historicus George Watson. Hij schreef ook een begeleidend artikel, Hitler and the socialist dream. Watson gaf een aantal redenen waarom we Hitler na de oorlog zijn gaan beschouwen als extreem-rechts (as an extreme instance of the political right”). Niet in de laatste plaats kwam dit door uitspraken van Hitler zelf en zijn oorlog tegen het communistische Rusland. Watson wijst erop dat de door rassenwaan en jodenhaat bevangen Hitler een even grote hekel had aan het marxisme als aan het kapitalisme, die hij beide als “Joodse uitvindingen” zag.

Waar moeten we de nazi’s dan wel plaatsen? Volgens Watson waren de nazi’s bloedserieus als ze zichzelf socialisten noemden. Zo schreef propagandachef Goebbels in zijn dagboek op 16 juni 1941, vijf dagen vóór de aanval van nazi-Duitsland op de Sovjet-Unie, dat met die aanval het tijdperk zou aanbreken van het ware socialisme, “Der echte Sozialismus”. Watson haalt ook bronnen aan van mensen uit de directe omgeving van Hitler, zoals Albert Speer en Hermann Rauschning. Hieruit blijkt dat de dolle dictator tijdens privégesprekken begin jaren dertig ruiterlijk toegaf dat hij veel te danken had aan zijn erfvijand Marx en vaak pochte over zijn grote kennis van Marx’ boeken. De narcist Hitler was ervan overtuigd dat hij zelf een betere variant had bedacht van het socialisme.

Een ander argument dat vaak wordt aangehaald waarom Hitler geen socialist kón zijn, is de etnische genocide die Hitler gepleegd heeft op de Joden. Watson wijst erop dat etnische genocide juist erg goed past bij de socialistische tradities. Het was immers in Marx’ eigen krant de Neue Rheinische Zeitung, dat in een artikel uit 1849 geschreven door Engels werd aangegeven dat genocide een geaccepteerd middel was om de revolutie door te voeren. Stalin, Hitler en Pol Pot hebben dit marxistische advies uitgevoerd in de praktijk. Overigens verklaren andere historici Hitlers genocidedrang uit zijn nationalisme en sociaal-darwinisme, of uit psychologische factoren (Hitler als antisemitische psychopaat).

Watson suggereerde dat er vóór de oorlog een linkser beeld bestond van Hitler dan daarna. Nieuwsgierig geworden, heb ik een onderzoekje gedaan naar de manier waarop de Nederlandse sociaal-democraten vóór de oorlog aankeken tegen het nationaal-socialisme. Als je verslagen naleest van bijeenkomsten van de SDAP (voorloper van de PvdA) vóór de oorlog, gingen hun politieke leiders regelmatig in op de verschillen tussen nationaal-socialisme en sociaal-democratie. Ze erkenden dat denazi’s stonden voor een bepaalde vorm van socialisme, maar wezen erop dat het socialisme van Hitler gebaseerd was op het oorlogszuchtige Führer-principe en op rassenwaan, in tegenstelling tot het meer verbroederende, internationale socialisme van de SDAP.

In een eerdere column wees ik op de rancuneleer van Menno ter Braak (1902 -1940), die het nationaal-socialisme zag als de pervertering van het democratisch socialisme, maar ook als onbedoeld gevolg daarvan (de rancuneuze reactie op een onbereikbaar gelijkheidsideaal). Je kunt de vraag stellen, waarom we in de periode na de Tweede Wereld zo’n ééndimensioneel beeld voorgeschoteld kregen van de nazi’s als extreem-rechtse beweging. Misschien kwam de herinnering aan Hitler als socialist niet zo goed uit in een periode waarin politiek links vaak morele superioriteit claimde ten opzichte van politiek rechts.

Waardeer jij de artikelen op DagelijkseStandaard.nl? Volg ons dan op Twitter!

In dit artikel

Like nu onze nieuwe pagina voor nieuws en opinie!