Terug naar het Maagdenhuis

ewoudjansen
Foto:

Die hele toestand met dat Bunge- en Maagdenhuis doet me terugdenken aan mijn eigen studentenbestaan. Wat een mooie tijd was dat.
Ik heb toen veel geleerd en gedaan. Ook extra-curriculair zoals dat netjes heet. Sommige van die activiteiten waren inderdaad netjes en ik durfde ze zelfs op mijn cv te zetten. Maar strijden voor meer democratie stond daar niet tussen. Aan het bedrijven van inspraak had ik nooit zo’n behoefte. Ik deed liever andere dingen. Maar wie wilde kon heerlijk meedoen in het speciaal voor de inspraak opgetuigde vergadercircuit en meepraten in de diverse raden, colleges en andere gremia die blijkbaar nodig zijn om de universitaire democratie te waarborgen.

Van tijd tot tijd werd er druk campagne gevoerd door de diverse studentengeledingen die meenden dat juist zij goede behartigers zouden zijn van onze belangen. Dan werd er druk gefolderd en geflyerd zonder dat precies duidelijk werd waar ze voor stonden en hoe hun standpunten verschilden van die van de concurrerende partijen. Ja, er waren heuse verkiezingen voor de studentenfracties van al die verschillende inspraakorganen. Die vond ik toen net zo interessant als de waterschapsverkiezingen van nu.

Die inspraakorganen zijn er nu natuurlijk nog steeds, maar dat is blijkbaar niet genoeg voor de studenten aan de Universiteit van Amsterdam. Ze willen meer inspraak. Het bestuur moet nog democratischer. Om hun eisen kracht bij te zetten, was eerst elf dagen lang het Bungehuis bezet. En toen dat eenmaal ontruimd was, werd prompt het publicitair veel interessantere Maagdenhuis bezet. Want op deze heilige grond was in 1969 natuurlijk een eerste democratiseringsronde bevochten.

Met geweld had een groep studenten zich afgelopen woensdag toegang verschaft tot het legendarische pand. Hooligans, dacht ik. Waarom zou ik meer sympathie moeten opbrengen voor dit clubje zichzelf vervelende geprivilegieerden dan voor tegen Romeinse monumenten pissende Feyenoord-fans? “Alle macht aan studenten en docenten. Socialisme nu!” stond op een bord. Geen teksten waar ik direct warme gevoelens bij krijg. Maar toen hun tegenspeler ten tonele verscheen kreeg ik zowaar enige sympathie voor de bezetters.

Want had ik destijds geweten dat mijn universiteit werd bestuurd door iemand als Louise Gunning, dan was ik wellicht ook op de barricaden gesprongen. Deze mevrouw belichaamde het type bestuurder dat iedereen de gordijnen injaagt. Beziger van ondragelijke management speak. In het Engels bovendien. Dat is zoals het een Center of Excellence betaamt namelijk de voertaal aan de universiteit van de Noord-Hollandse gemeente Amsterdam. En dat wordt door haar vertegenwoordigers tot in het absurde doorgevoerd.

Hoewel er in het hele Maagdenhuis niet één buitenlandse student te zien was, werden de actievoerders in het Engels te woord gestaan. Tekenend hoezeer het bij deze kaste van bestuurders veel meer om de vorm dan om de inhoud gaat. Het gedrag dat de studenten vertoonden vond ze niet passen bij ‘competente rebellen’. Deze kreet is erg in de mode bij de onderwijsbestuurders van nu. Competente rebellen opleiden, dat is wat ze willen als we de mission statements moeten geloven. Maar dit geheel terzijde.

Instellingen als universiteiten zijn ten prooi gevallen aan de dwang van de regelzucht en de procedures. Er zijn dwingende voorschriften hoeveel meter aan boeken een wetenschapper of docent nog op zijn werkkamer mag hebben. Staforganen produceren flowcharts waarin wordt aangegeven hoe om te gaan met oud papier. En over dit alles wordt eindeloos vergaderd. Deze bureaucratisering heeft zich in de afgelopen decennia sluipenderwijs voltrokken en heeft geleid tot een verwijdering tussen bestuurders en de inhoudelijke professionals. En tot een verschuiving van het machtsevenwicht in de verkeerde richting.

Het is goed dat hiervoor komt door de studentenprotesten. Wie weet leidt het inderdaad tot meer tijd en energie voor onderwijs in plaats van het schrijven van visiebepalende beleidsnota’s. Dan kunnen studenten gewoon weer gaan studeren in plaats van over alles mee te praten en te beslissen. Want ook in dat laatste gaat veel tijd zitten. Dat leidt alleen maar af van waar het op een universiteit om zou moeten gaan, zoals Willem Frederik Hermans al in Onder Professoren constateerde:

“Sinds de universiteiten waren gedemocratiseerd, wat inhield dat hij bijna elke week vele uren moest vergaderen om mensen die niets afwisten van de zaken waar ze over praatten, de gelegenheid te geven van hun democratische recht gebruik te maken er toch het hoogste woord over te voeren, ergerde hij zich. Al drie jaar moest hij nu zijn tijd aan deze onbenullige nieuwigheid verknoeien. Tot wetenschappelijke arbeid van enige betekenis kwam hij niet meer.”


Waardeer jij de artikelen op DagelijkseStandaard.nl? Volg ons dan op Twitter!

In dit artikel

Like nu onze nieuwe pagina voor nieuws en opinie!